Tagarchief: Nederlands-Indië

Geen cent te veel hoor

rob rondVan ludduvuddu kun je rare dingen doen. Hooguit achttien was mijn vader toen hij in Rotterdam door een plaatselijke schone werd verleid. En gedumpt. Iets drastisch was nodig, wilde hij uit zijn cirkel van wanhoop breken.

Op naar Indië. Van de massa’s jongemannen die zich tijdens de crisis medio jaren dertig meldden bij het Koninklijk Nederlands-Indische Leger, kortweg KNIL, kwamen er in die Nijmeegse kazerne in 1935 maar twee door de keuring. Een van hen was mijn vader.

Zo kwam de Rotterdamse volksjongen terecht in een tropisch land, waar de zon om twaalf uur recht boven je hoofd staat en waar mensen ’s avonds een ommetje deden in hun pyjama. Soms waren er aardbevingen en dan rende iedereen naar buiten. Over de muren in de huizen liepen tjiktjaks. Voor een dubbeltje at je bij de Chinees. Die verstopte de sambal als hij een van de Nederlandse gasten zag komen, iemand die altijd uit het potje snoepte. Vooral groene sambal vond de man lekker – de heetste. Groen waren in Indonesië ook de sinaasappels.

Van politiek had mijn vader geen benul. Multatuli had hij niet gelezen. Over de aard van het kolonialisme had hij geen mening. Hij was gewoon in dienst gegaan. Zonder verder na te denken. De inlanders vond hij aardig. Tussen de Nederlanders en de plaatselijke meisjes boterde het best.

Nederland is inmiddels bezet. In Indië duiken de Jappen op. „Wij beschikten enkel maar over geweren om op de twee tweedekkers te schieten waarmee ze boven ons gebied vlogen”, vertelde mijn vader. Na drie maanden, in maart 1942, gaven de slechtbewapende Nederlanders zich gewonnen. Ze belandden in kampen.

Een onderwijzer in het gemêleerde gezelschap in het kamp gaf taalles. Zo leerde mijn vader dat ‘als zijnde’ fout Nederlands is. Hij ontdeed zich in zijn Indische tijd van zijn Rotterdamse accent. Meer positiefs had hij niet te melden over het kampleven.

Aan andere verhalen geen gebrek. Een Engelse jongen jatte brood uit een keuken en betaalde met zijn hoofd. Een Jap scheidde het met zijn zwaard van de romp. Mijn vader stond erbij en keek ernaar. De krijgsgevangenen moesten buigen voor hun beulen, terwijl die sigaretten uitdrukten op de blote buik van de onderworpenen. Een groot litteken op mijn vaders scheenbeen herinnerde aan een steenscherf die insloeg tijdens hakwerk bij de aanleg van een vliegveld.

„Zaten er dan geen goeie Jappen tussen?”, vroeg ik ooit.

„Er was één dokter die wel meeviel”, antwoordde mijn vader. „Over hem zeiden we: die krijgt een boom in de schaduw.”

Het werk was hard, de voeding slecht. „We kregen alleen wat rijst, waaruit we eerst nog steentjes en stokjes moesten peuren.”

Van de 42.000 kampbewoners kwamen er 16.000 om. Mijn vader kreeg dysenterie en ging net niet dood. Door gebrek aan vitamine A en B stierven zijn oogzenuwen af. Kampogen. Sindsdien was hij voor 93 procent blind. Fietsen werd te link, behalve achter op een tandem. Gezichten herkennen lukte ook niet meer. „Ik word voor arrogant versleten omdat ik bekenden niet groet op straat.” Lezen deed hij met een loep. Hij zat met zijn neus boven op de tv, maar de ondertitels bleven te vaag. Die moesten zijn huisgenoten voorlezen.

Ruim drie jaar zat hij in dat kamp, terwijl hij in dienst was van het KNIL. Dat koloniale leger viel onder een apart ministerie. Tijdens hun internering kregen de Nederlandse militairen in Indië hun soldij niet uitbetaald.

„Wanneer krijgen we ons geld?”, vroegen zij na de oorlog aan Den Haag.

„Dat krijgen jullie niet”, zei Den Haag.

En zo geschiedde. Nederland heeft deze militairen hun loon onthouden. De gekste argumenten kom je tegen. Bijvoorbeeld: jullie hebben toch kost en inwoning van de Japanners gehad? Het officiële argument is ook heel interessant: toen de Indonesiërs zich onafhankelijk verklaarden, kregen ze behalve de lusten ook de lasten en is de betalingsverplichting naar hen overgegaan.

Met andere woorden: het leger waarmee Nederland de Indonesiërs koloniseerde, moet door de gekoloniseerden worden betaald.

Waarom zet Nederland zichzelf zo te kakken? Uit louter gierigheid. Waarom betalen als het niet hoeft? Wij zijn als Zeeuws Meisje uit de tv-reclame: geen cent te veel hoor.

_________________________________

Reageren kan hier.