Tagarchief: muziek

Succes

Nederlands beroemdste straatmuzikant was nog lang niet van plan om dood te gaan. Chuck Deely had net een nieuwe gitaar gekocht.

Den Haag zou hem er nooit op zien spelen. De 62-jarige Hagenaar met een Amerikaans paspoort werd geveld door de lelijke griep die momenteel in Europa huishoudt. Lang probeerde hij dokters uit de buurt te houden, maar op 9 januari vond een huisgenoot het te gortig worden. Hij belde een ambulance. Op weg naar het ziekenhuis kreeg Chuck een hartaanval en raakte hij in coma. Uit dat coma is hij niet meer ontwaakt.

Chuck was een geval apart. Hij had geen verblijfsvergunning, maar onze overheid liet hem met rust. Dat is wel eens anders. Haagse politieagenten dachten dat hij dakloos was, maar hij woonde al jaren in bij de huurder van een sociale woning. De gemeente wist dat precies, want Chuck kreeg op dat adres een vergunning voor straatartiesten toegestuurd waar hij nooit om had gevraagd. Hij mocht gewoon doorspelen, terwijl musicerende Roemenen werden verjaagd. ‘Red held Chuck Deely van de bedelroemenen!’, roeptoeterde GeenStijl op zijn website, terwijl er niets aan de hand was.

In 2008 had een groentje bij de Haagse politie nog wel een bekeuring uitgeschreven. Dat is die agent niet goed bevallen. Er stak een storm van verontwaardiging op en de bekeuring werd geseponeerd. Devies van de gemeente: kom niet aan onze Chuck. Bekend maakt bemind.

Iedereen over wie ooit iets in de pers is verschenen, weet dat zo’n stuk kan wemelen van de fouten. Chuck zou niet hebben kunnen spelen tijdens de kerst, want hij lag in het ziekenhuis. Fout, hij lag thuis in bed. Hij zou op straat onwel zijn geworden. Fout, dat was thuis. In de ene krant was hij 66, in de andere 65, in weer een andere 62 jaar oud. Die laatste leeftijd klopt. Aangedragen correcties werden grotendeels genegeerd.

Muziek was Chucks lust en leven. Hij had een enorm repertoire, zong graag  liedjes van Neil Young en Bob Dylan, die luisteraars als ze hun ogen sloten nauwelijks van het origineel konden onderscheiden. Zo groot waren Chucks roem en populariteit dat het Residentie Orkest met hem optrad. In 2009 kreeg hij de Haagsche Popprijs.

Of hij ervan droomde een beroemd muzikant te worden? „Misschien ooit vroeger, maar hij was gelukkig met het leven dat hij had”, vertelt zijn huisgenoot A., die vol bewondering spreekt over Chucks talent om dingen voor elkaar te krijgen. „Als hij een nieuwe PC nodig had, briefde hij dat gewoon rond in de stad. Vroeg of laat stond er dan opeens een nieuwe computer die iemand hem cadeau had gedaan. Zo ging het met alles. Hij hoefde maar een kik te geven of hij had het.”

Elke dag speelde hij op straat in het centrum van Den Haag, zeven dagen in de week, ’s ochtends en ’s middags. „Ik moet ervan leven”, vertelde Chuck tegen een journalist, „dus ik heb geen keus. En ik haal er toch 40 tot 50 euro per dag mee binnen.”„Vermenigvuldig dat maar met vier”, zegt zijn huisgenoot. „En hij spaarde niks, hij had een gat in zijn hand.” Waar gaf hij zijn geld aan uit dan? „Restaurants bijvoorbeeld”, zegt de huisgenoot.

De griep rond kerst was in alle opzichten een ramp. Het is net de periode waarvan je het als straatmuzikant moet hebben, maar Chuck lag in bed. Een bevriende Hagenaar houdt een inzameling en haalt daarmee 4.750 euro op. En wat doet Chuck ermee? „Hij kocht die nieuwe gitaar en stapte op de fiets met de rest van het geld in zijn broekzak”, vertelt de huisgenoot. „Althans, dat dacht hij, maar hij had twee broeken over elkaar aan en had de biljetten daartussen gestopt. Onderweg naar huis is hij alles verloren. Een heel spoor liet hij na, als Klein Duimpje.”

Was de straatmuzikant een makkelijke prooi voor de griep? „Hij had volgens mij een ijzersterk gestel”, zegt de huisgenoot, „als je ervan uitgaat dat hij één tot anderhalve kilo suiker per dag at en verder alleen vlees. Hij was een echte carnivoor.”

Gebruikte hij ook middelen? „Je kon er alles ingooien”, zegt de huisgenoot.

Wanneer is een leven gelukt of mislukt? Moet je Michael Jackson feliciteren met zijn Neverland, zijn Beatlescatalogus, zijn talloze hits, maar ook zijn door chirurgen stukgesneden gezicht, met zijn zuurstoftank om maar vooral oud te worden, terwijl hij op zijn vijftigste overleed aan een overdosis medicijnen? Noem je Elvis Presley, die maar 42 werd, George Michael, die 53 werd, en talloze andere artiesten die zichzelf chemisch naar de andere wereld hielpen geslaagd en Chuck Deely niet?

Chuck is 62 geworden, heeft het leven geleid dat hij wilde, successen behaald waar hij naar streefde, en ik verklaar zijn leven tot geslaagd.

________________________________

Reageren kan hier.

Eeuwig zonde

rob rondVan je leven zou na afloop meer moeten resten dan een vervalende vlek. Sommige mensen hebben een stevig stempel gezet: Bach, Mozart, Rembrandt, Van Gogh. Die verdwijnen pas als de mens uitsterft, lang voordat de aarde zal zijn verzwolgen door de rode reus die onze zon ooit wordt. Niet te vaak aan denken.

Van Gogh heeft nooit van zijn eigen roem mogen genieten. Hoe anders ging dat met Freddie Mercury en David Bowie. Nu ze er niet meer zijn, rest tenminste de troost dat ze iets hebben voorgesteld. Die troost is niet voor Freddie en David zelf. Als je dood bent, maakt het voor jou niets meer uit of je hebt geleden of genoten. Die troost is voor ons, de nabestaanden. ‘Ze hebben mooie dingen gemaakt en een goed leven gehad.’

In 1971 kreeg ons Haagse bandje Cobra tijdens een repetitie in de Marathon bezoek van een donkerharige jongeman uit Amerika. Hij zou onze derde single gaan produceren. Ik was net bezig de rest van de band mijn nieuwe liedje uit te leggen, maar de Yank gooide er plompverloren zijn eigen song in. Zanger Winston negeerde mijn woede-uitbarsting en koos voor het werkje van de indringer. We hadden kennisgemaakt met Craig Bolyn, een 23-jarige muzikant zonder minderwaardigheidscomplex.

Cobra speelde in december van dat jaar in het voorprogramma van Ten Years After van de woeste gitarist Alvin Lee, inmiddels zaliger. De Britse band had furore gemaakt in Woodstock met I’m going home.

Cobra speelde de RAI plat.
„Hé, wat is dat nou?”, knorde de manager van Ten Years After tegen onze manager Peter de Wit, die ooit Pee White was van de Magic Strangers en inmiddels zaliger. „We hadden afgesproken dat het voorprogramma niet al te goed zou zijn.”

Hoe goed we waren, blijkt ook wel uit de recensie in muziekblad Oor: ‘Cobra deed in bombastiek nauwelijks onder voor Ten Years After.’ Als Oor je afkraakte, wist je dat je goed zat. Het herhaalde zich met Diesel. Oor: weer zo’n mislukte Nederlandse poging om een hit te scoren in Amerika. Sausalito Summernight werd prompt een hit in Amerika. Als ik ooit nog eens een plaat maak, hoop ik dat Oor hem neersabelt.

Craig vond Ten Years After waardeloos. En ons ook. Er deugde niets aan. Kort daarna zagen we Jethro Tull spelen in Rotterdam. Fantastisch, vonden de Cobra-muzikanten. Schandalig slecht, oordeelde Craig.

In de opnamestudio ging alles anders dan we gewend waren. Craig en zijn vrouw, een Amerikaanse met haren tot beneden haar knieholten, blowden dat het een lieve lust was. Wij van Cobra waren clean en moesten daar niets van hebben.

„Hier, probeer dit maar eens”, zei onze roadie, terwijl hij Craig een stickie aanreikte.
„Wow man, this is really strong”, zei Craig. „What grass is it?”
„It’s carpet, man. It’s carpet”, zeiden wij. Onze roadie had vezels uit het groene tapijt in de studio geplukt en in de sigaret gestopt. Craigs gezicht kleurde ook groen.

Dan de opnames. Gitaren dubbelen? Welnee, dat is veel te zuinig. Craig liet mij vier gitaarpartijen over elkaar spelen. Solozang? Ook weer vier lagen op elkaar. Gitaarsolo? Wacht even, daar gooide Craig zelf nog een lage partij onder.

En het moet gezegd: So Dissatisfied is een leuk liedje en de single belandde in de Top 40. Diesel heeft het live ook nog gespeeld.

Vanwege dat succes zou Craig onze vierde single ook produceren. Hij kwam naar onze repetitieruimte en bracht de zanger van de Amerikaanse band Django mee. Die nam tegen een wand plaats, in kleermakerszit.

Craig keurde ons singlevoorstel goed. We zouden net het arrangement doornemen, toen de man van Django een gul gebaar maakte: „Anybody wants a joint?” Dat viel niet goed bij onze Britse zanger.

„Can you go and sit in the bus?”, zei Winston, die hippies en wiet niet kon luchten of zien.

„Ridiculous!”, zei Craig, stomend van woede. Hij stapte op en ik heb hem nooit meer gezien.

Later hoorden we dat Craig en zijn vrouw op Schiphol waren aangehouden. Ze hadden tijdelijk gewoond boven het kantoor van muziekuitgeverij Red Bullet in Hilversum. Craig vond kennelijk dat opnames die hij had gemaakt, aan hem toebehoorden, dus hij had de banden meegenomen, maar Red Bullet had daar andere ideeën over: wie betaalt, is de eigenaar.

Hoe zou het die bovengemiddeld getalenteerde jongen zijn vergaan? Dat heb ik me jarenlang afgevraagd. Dankzij Google  weet ik inmiddels het antwoord. Craig is dood. Hij heeft op 40-jarige leeftijd een eind aan zijn leven gemaakt. Eeuwig zonde. Vond hij zichzelf mislukt? De details ken ik niet. Maar een mens hoort niet te verdwijnen zonder zelfs maar een vlek achter te laten.

_________________________________

Reageren kan hier.