Tagarchief: column

Afgeserveerd

rob rondEn toen stond ik op de keien. Dingdong: pensioen. De dag die – je wist dat – zou komen.

De dood dient zich nogal eens onverwachts aan, de AOW gelukkig niet. Meende ik tot voor kort nog te weten. Totdat afgelopen week Den Haag de AOW-datum voor mensen na mij definitief naar achteren verschoof. Tja, wat doe je eraan? De vooruitgang hou je niet tegen.

Wat zeuren we eigenlijk? De huidige generatie krijgt tenminste nog een staatspensioentje en mag dood. Onze genetisch sterk verbeterde achterkleinkinderen gaan straks eeuwig mee en dan is het gedaan met de knarrenbijstand. Niet dat er dan nog werk is, want tegen die tijd wemelt het onvermijdelijk van de robots. Wordt ieder mens werkloos zzp’er. Een wenkend perspectief voor Halbe Zijlstra.

Terug naar de keien. Die vielen harder uit dan ik hoopte. Willen jullie mijn column blijven plaatsen? Aldus mijn vraag aan de krant die ik verliet. Jawel, zei de krant. En bood een gage waarvoor een werkster de stofzuiger nog niet aanzet. Ik vroeg om een nieuw bod.

Intussen groot nieuws in de vernieuwde krant, de dag na Pinksteren: Brangelina adopteert een zevende kindje.

Onvermeld in diezelfde krant: Nobelprijswinnaar John Nash en zijn vrouw Alicia zijn in een New Yorkse taxi verongelukt. Nash kun je kennen van de film ‘A beautiful mind’, waarin Russell Crowe uitbeeldt hoe de geniale wiskundige rond zijn dertigste schizofreen wordt. Goed voor vier Oscars.

Paginagroot diezelfde week: Gerard Joling heeft een 91-jarige vrouw bijna doodgereden en dan kun je met goed fatsoen toch niet met de Toppers in de Amsterdam ArenA gaan staan zingen?

Niet in de krant: moeders van Russische soldaten die sneuvelen in vredestijd – ra ra hoe kan dat, want Moskou heeft toch geen militairen in Oost-Oekraïne? – mogen daarover niet hardop meer klagen, want Poetin heeft dat tot staatsgeheim verklaard.

‘Ik ben bang dat jullie nu op een lezerspubliek mikken dat wegloopt’, mailde ik naar de leiding van de vernieuwde krant. ‘En wel dezelfde lezers die weglopen bij het AD en De Telegraaf.’

De krant reageerde als door een adder gebeten: nou, dan is het maar goed dat je geen columns meer voor ons hoeft te schrijven.

Afgeserveerd.

In september 2013 was columnist Anton van Hooff ook al afgeserveerd. Hij had kritiek op onze krant geleverd in NRC Handelsblad. Reactie van onze hoofdredactie toen: kritiek op onze krant kan, maar dan wel in onze eigen kolommen.

O ja? Wat zie je nu? Kritiek is niet eens welkom achter de coulissen.

Voor de lezers en de vele bevlogen overgebleven collega’s hoop ik dat de nieuwe koers van de krant de juiste is of dat er tijdig wordt bijgestuurd. Er is al genoeg moois naar de kloten geholpen.

En mijn column? Die zie je voortaan elke zondag op de plek waar je deze nu aantreft. Hoort, zegt het voort. Mijn volgende project wordt het uitbouwen van de Netkrant. Ik heb er zin an!

De kop eraf

maaike_rond‘Columnisten zijn een hedendaagse plaag’, schreef iemand op een forum. Onder een column.

Tja. God is dood, bidden dus uit, en elkaar brieven schrijven ook. Bij verkiezingen mag je alleen kleuren en dan nog slechts op één plek én binnen het lijntje.

Dus waar laat je als expressieve burger je mening als je een onweerstaanbare aandrang tot creativiteit krijgt? In een column. Maar dan moet je er natuurlijk wél een plekje voor krijgen. Dank, RunderVink!

Al op de middelbare school schreef ik graag stukjes. Mijn leraar Nederlands, met afstand nummer één in impopulariteitspolls, las er eentje in de klas voor en beoordeelde het als van Libelleniveau. In onze kringen was dat een bedenkelijk compliment.

Mijn latere schrijfcoach zei: „Dit is een genre dat je goed in de vingers hebt!” Kijk, daar kon ik wat mee, maar toen had hij de euvele moed om God achterna te gaan en overleed hij, plotseling. En nou heb ik van vroeger alleen nog Jan Blokker. Die is ook niet meer onder ons en verder ook nergens, want God heeft de hemel  mee zijn graf in genomen.

De betekenis van Blokker is de herinnering: een columnist die mij niet verveelde. Zuurpruim, vond mijn vader. Ik herinner me een stuk dat als volgt begon: ‘Deze column is in grote woede geschreven.’ Dat vond ik niet zuur, dat vond ik ijzersterk.

Overigens hebben ze bij Libelle al jaren nog een stukje van me liggen. Blijft hun eigendom, ook al plaatsten ze het niet, destijds. Dat eerste vind ik raar, het laatste vind ik jammer. Het zij zo.

Maar was die afwijzing nou een compliment of niet? We gaan het zien, mijn ‘level’, zoals dat tegenwoordig heet. De kop is eraf.