In één keer goed?

Het is al even geleden. Twee weken. Lijkt langer. Boosdoener? Daarover straks.

Terwijl ik dus lang geleden op mijn sportclubje probeerde mijn nóg oudere dag dan de huidige uit te stellen, ving ik tussen de jong-blijf-muziekjes een kort nieuwsbericht op. Letterlijk weet ik het niet meer, maar het kwam erop neer dat uit een peiling bleek dat personeelswervingen tamelijk eentonig van aard zijn.

Het lijkt of er al jaren altijd en overal behoefte is aan energieke, dynamische, creatieve en vooral flexibele krachten om het team aan te vullen. Ik denk dan: als dat al jaren zo wordt geformuleerd en er zitten nog steeds geen energieke, dynamische, creatieve en flexibele krachten, wie zitten er dan wel? Slaperige mompelaars die verstrooid om zich heen zitten te kijken of er iemand komt uitleggen wat ze hier in hemelsnaam doen of horen te doen?

Of zouden de energieken er juist wél zitten en is elke organisatie een onverzadigbare ADHD-organisatie, waar in plaats van zoetjes ritalin in de koffie gaat en in plaats van zakjes creamer coke in de neus? En dat dan personeelsleden zó snel opbranden dat er telkens nieuwe nodig zijn?

De vraag is: waar hebben we bij samenwerking behoefte aan? Aan mensen zoals wijzelf of mensen die ons kunnen aanvullen? Ik denk het laatste. Extraverte doeners die luisteren naar introverte denkers. En andersom, uiteraard. Dát is samenwerken. Er zit bij individuen natuurlijk van alles tussen die twee extremen in, maar het gaat even om de balans in de overlegcultuur.

De smeerolie van het proces dat we zo samen op gang moeten brengen is geduld. Want beide extremen kunnen last hebben van ongeduld, volksziekte nummer één. En van perfectionisme, een goede tweede. Het kan namelijk allemaal niet zo snel en vooral niet in één keer goed.

En nou dus even over die aandachtvreter, dat nare coronavirus. Bij de bestrijding ervan hebben we geduld nodig, met elkaar en met de overheid. Snel ingrijpen combineren met goed nadenken is gewoon hartstikke moeilijk. De communicatie daarover loopt ook al niet helemaal gesmeerd, maar hé, niet alles kan kennelijk in één keer goed.

Volgende keer beter, blijf gezond en laten we elkaar niet opvreten van de zenuwen.

 

 

Ziek en Zo

Nee, het gaat goed met me, dank U.

Maar dit jaar is het ongenode gast Corona die het griepvaccinfeestje loopt te verzieken, zoals een paar jaar geleden een influenza A-virus mijn lief L. met griepprik en al probeerde uit te schakelen.

Ik herinner me de plotselinge quarantaine op de vierde dag van de ziekenhuisopname.

Dochter N. en ik kwamen, na een kopje thee in het ziekenhuisrestaurant, terug op zijn kamer en keken naar een lege plek. Of een leeg bed, dat herinner ik me niet meer, maar het lijkt me duidelijk dat we een zekere patiënt misten. Het ergste scenario schoot even door mijn hoofd, maar zo snel – in een half uurtje van bijna beter naar einde verhaal – werkt Magere Hein meestal niet.

Lief lag nu apart, want eindelijk was er ontdekt wie die gemene indringer was en die wilden ze liever niet in een ziekenhuis verspreiden.

En daar zaten we opeens met mondkapjes en handschoenen aan te zweten en te kijken naar het gezicht van een beduusde maar vrij ademende patiënt die al niet meer aan infuus of beademing lag. Hij leek, na al die zorgelijke dagen die achter ons lagen, nu verreweg de gezondste van ons drieën, zal ik maar zeggen.

De volgende dag mocht hij dan ook naar huis, hij nu wel met mondkapje en ik niet. Zo door het ziekenhuis lopen, de taxi in en thuis mocht het kapje af. Quarantaine voorbij.

Want wat is wijsheid? We zitten nu bijvoorbeeld in Duitsland en ik vraag me af of we over een paar dagen Nederland in mogen.

Ik bedoel: deze bejaarde licht astmatische hart-/vaatpatiënt heeft zeg maar alle papieren, maar is niet van plan om dat virus te krijgen en al helemaal niet om eraan dood te gaan, maar wil wel naar huis. En als een Duitse minister een epidemie verwacht en dat komt uit, dan zullen er in Nederland al gauw geen grapjes meer worden gemaakt over van top tot teen beschermd een Chineesje pakken.

Verweggistan is nu dichtbij en zo zullen ze heel argwanend kijken naar hun naaste oosterburen en alle mensen die daar vandaan komen, gele kentekenplaat of niet.

We gaan het zien en als dit allemaal voorbij is, hebben we weer wat geleerd over het leven. We hebben veel maar niet alles onder controle en ziekte en dood horen er nog steeds gewoon bij.

 

Vivat!

Wie dood is, heeft nooit bestaan. Voor jezelf althans, want bij het verscheiden vervliegen alle herinneringen en elk besef. Je hebt nooit geleden, nooit genoten, je bent nooit geboren en nooit gestorven. Het grote niets, dat ook bestond voor de geboorte, breekt weer aan. Het leven is slechts een overgangsfase tussen niets en niets. Zodra de overgangsfase voorbij is, ben je uitgegumd – totaal, voorgoed, onverbiddelijk en met terugwerkende kracht.

Dat is voor veel mensen een onverteerbare gedachte, dus klampen ze zich vast aan sprookjes uit oude boeken waarin een hiernamaals wordt beloofd in de vorm van een hemel, liefst geen hel. Er zijn ook andere fantasieën, zoals reïncarnatie. Een zoektocht naar bewijzen kan slechts teleurstellen.

De overledene leeft zonder er zelf erg in te hebben voort in de geheugens van anderen. Aan Alexander of Peter de Grote, aan Napoleon, Hitler, Stalin en Mao, aan Mozart en Bach, aan Rembrandt en Van Gogh zal de herinnering voortleven tot er geen mensen meer rondlopen op deze aardkloot.

Mindere goden onder de doden moeten het met een korter voortbestaan stellen. Slavist en schrijver Karel van het Reve vertelde over een man die vaak bij zijn ouders op bezoek kwam, aan wie hij met enige regelmaat placht te denken. ‘Wie zal er aan hem denken als ik er niet meer ben?’, vroeg Van het Reve zich af, wiens eigen verscheiden die bezoeker weer een stap dichter bij de vergetelheid heeft gebracht.

Op zichzelf is de vergetelheid voor iemand die zich daarvan niet bewust is, niet zo erg. Toch is de gedachte dat je zelfs geen vlek achterlaat, bij leven voor menigeen ontluisterend.

Afgelopen week vond in Amsterdam het afscheid plaats van ex-zwager Dick. Hij werd 81 jaar, wat niet slecht is, maar naar de huidige maatstaven toch wat mager. Volgens de statistiek had hij gemiddeld nog acht jaar tegoed, maar ja, gemiddelden zijn niet van toepassing op het individu.

Ga je zoeken op internet, dan kom je Dick nog tegen op Facebook, maar dat zal niet eeuwig duren. Ook deze column gaat niet tot in het oneindige over het wereldwijde web zwalken, maar toch kan dit stukje dienen tot een gering uitstel van vergetelheid. Dan is een naamsvermelding onmisbaar, dus daar komt ie: Dirk Vermolen, in de wandeling Dick.

Zijn grootste roem behaalde Dick rond 1970, toen hij in Nijmegen de Go-Go Club bestierde. Dat klinkt kinky, maar het was een ordinaire discotheek voor pubers. De muziek stond te hard, de drankjes waren goedkoop, er was redelijk veel aanloop in de weekends, maar lang duurde de pret niet, want administratie was niet Dicks sterkste kant. Toen de fiscus aanklopte om het deel van hare majesteit te innen, was de kas leeg. Einde Go-Go Club. Sindsdien laat Dicks werkzame leven zich samenvatten als twaalf ambachten en dertien ongelukken. En ruim drie decennia later volgde Dicks straf voor zijn gebrekkige discipline in de vorm van een gat in zijn AOW-uitkering. Die dans kun je alleen ontspringen door de pensioengerechtigde leeftijd niet te halen, zie de fiscaal zwakbegaafde muzikanten Herman Brood en Pim Koopman.

Toen Dick onze familie binnentrouwde, moesten we in het kneuterige Nijmegen nogal wennen aan de omgangsvormen van de Amsterdamse volksjongen. Nooit hebben mijn ouders begrip kunnen opbrengen voor de enige aanspreekvorm die hij kende: jij. Ook niet voor de omgang met zijn vrouw, hun dochter, die aan de ruwe kant was. Het blauw van haar ogen betrof niet altijd haar iris. Zijn levenswandel was wild. Kinderen werden niet alleen binnen het huwelijk geboren.

Is zo’n onverlaat dit monumentje waard? Zeker wel. Zijn hulpvaardigheid was grenzeloos. Toen ik het onzalige idee had opgevat om mijn beperkte inkomen op te vijzelen door toeristische reizen door de Sovjet-Unie per minibusje aan te gaan bieden, begin jaren tachtig, ging hij mee op proefrit.

In een Intouristhotel in Minsk kwamen twee lokale jongedames brutaal naast ons in het restaurant zitten. „Dick”, was het antwoord op de vraag hoe hij heette. Gegiechel als reactie, want de dame in kwestie kende voldoende Engels om dat woord zonder hoofdletter te horen. Later, in de bar, weigerde ik de dienst die de andere dame mij aanbood. Ze was op slag chagrijnig. „Moet je dat nou zien zitten”, zei Dick, „die drekbak.”

De oude Ford Transit-bus stortte in tijdens de derde trip. Met onderdelen die vanuit Nederland waren overgevlogen, sloeg de staatsgarage in Smolensk aan het goochelen. Resultaat: motor in de soep gedraaid. Toeristen op de trein naar huis gezet. Dick kwam uit Nederland aanrijden met een motor van de sloop en sloeg zelf aan het sleutelen. „Zeg dat die vent opdondert, ander sla ik hem op zijn bek”, zei Dick terwijl een monteur hem stond te hinderen toen hij het motorblok in zijn eentje in de auto hees. Ik besloot mijn vertaling enigszins te kuisen. Dicks blik was duister genoeg om de Rus te doen aftaaien. Bus gerepareerd, in Nederland verkocht, schade beperkt, winst nul komma nul.

Nog talloze malen heeft Dick mij en andere mensen in zijn omgeving belangeloos geholpen. En hij zal nog lang voorleven in het geheugen van zijn vier kleinkinderen, op wie hij dol was en voor wie hij graag nog een tijdje door had geleefd. Dit tekstje is een schamele poging tot verzet tegen de vergetelheid. Vivat Dick!

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

Makkelijk scoren

Dit wordt een zelfevaluatie, ik ben namelijk ook een soort van Ombudsvrouw voor de lezers.

Er zijn nogal wat creatieve zonden, een daarvan is makkelijk scoren. Dat deed ik in mijn vorige column. Ik meende dat iedereen in mijn bubbel zich wel zó zou ergeren aan die praatjesmakers van Ongehoord.nl, dat alles wat je aan spot over die lui kunt bedenken, in goede aarde valt.

Als dat resulteert in een slappe column? Jammer, mijn probleem. Maar als ik mensen ermee tekortdoe, vind ik dat vervelend.

Het onzinverband tussen boze mannen en kaalheid viel niet helemaal goed en  – zoals een lezer zei – was framend, generaliserend en niet leuk voor aardige mannen die toevallig kaal zijn. Betreffende lezer is overigens zelf geen kale man.

Generaliseren en framen is inderdaad fout, maar mag het wel als grap? Ik dacht eerst van wel, omdat iedereen in de column zou lezen dat kort, lang of geen haar er natuurlijk helemaal niet toe deed. De humor, dacht ik, zat hem juist in dat bizarre: mijn ‘theorie’ klopte niet.

Het stond niet in de column, maar nog zo’n ‘theorie’: pro-piet-activisten dragen allemaal spijkerbroeken en korte zwartlederen jasjes.

Niet dus. Maar echt: ik had ooit zó’n afkeer van de agressie van een paar van die lui, dat ik ‘nooit meer!’ een spijkerbroek met een kort donker jasje wilde dragen. Wat jammer zou zijn, want ik had net zo’n leuk jasje van een van mijn dochters gekregen.

Een onzinnige associatie dus, waarom je – ik althans om mijzelf – kan lachen.

Maar als zo’n onzinnige associatie ten koste gaat van aardige mannen die toevallig onomkeerbaar kaal zijn – en die wel eens vaker geassocieerd worden met agressie terwijl ze helemaal niet agressief zijn – dan is dat helemaal niet om te lachen.

‘Sorry, het was grappig bedoeld’ is dan geen goede reactie, ontdekte ik ook.

Ik moest denken aan het zwartepietendebat, waarin ik wél meteen zie waar de schoen wringt. Daar worden – kort gezegd – twee argumenten tegenover elkaar gebruikt: ‘black face is voor mij als zwarte niet leuk, want ik ben geen olijke bediende die krom praat en kunstjes doet om iedereen aan het lachen te maken’ tegen ‘zo is het ook niet bedoeld, maar ik moet onherkenbaar zijn en dat zwart komt trouwens van de schoorsteen’.

Het laatste argument is ontwijkend, maar bovenal een niet erkennen van iemands gekrenktheid.

Geen erkenning geven en makkelijk scoren dragen bij aan verdere polarisatie en dat wil ik niet.

Nou ja, kijk eens aan! Daar is mijn goede voornemen voor 2020.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ongehoord

U hebt vast wel gehoord dat journalist Arnold Karskens omroep Ongehoord.nl gaat oprichten. Want bij de gewone omroepen waar hij regelmatig komt, wordt hij niet gehoord. Ikzelf had hem inderdaad niet gehoord, dus ik google dan zo iemand omdat ik wil weten hoe een ongehoord mens er uitziet.

Waarom zijn boze mannen altijd zo kaal?

Ongehoorde Karskens lijkt me trouwens niet iemand bij wie je net kan doen of je hem niet hoort. Dan zorgt hij wel dat je hem ziet, door je breeduit en zwijgend ieder zicht en vooral elke hoop op een goede afloop te ontnemen. Hij is het type dat niemand laat voordringen bij zijn moeder of zijn kind, fijn, maar als hijzelf voordringt moet ik eerst even slikken voor ik daar wat van zeg.

Nou, ik zeg er dus niks van. Het zijn de momenten waarop ik mild besluit dat sommige mensen nou eenmaal iets meer ruimte nodig hebben, kunnen ze niks aan doen.

Joost Niemöller is ook van Ongehoord.
Tja. Hij heeft haar, dat wel.
Maar zijn beschreven levenspad op Wikipedia is geplaveid met woorden als controverse, opspraak en omstreden. Hij is overtuigd van statistisch aanwijsbare etnische verschillen in intelligentie. Als ik naar deze witte mannen kijk, zou hij met dat laatste wel eens een punt kunnen hebben.

Gelukkig doet Ybeltje ook mee. Ybeltje Berckmoes-Duijndam is een schattig meisje (met lang haar) en in 2015 was zij écht ongehoord, namelijk het onopvallendste Tweede Kamerlid.

Zó in de Volkskrant komen, dat wil je natuurlijk niet. Dus twee jaar later pleitte Ybel voor het sluiten van de grenzen voor jonge mannen uit het Midden-Oosten en Afrika. Dat zei ze ten eerste omdat het hier anders Eurabia zou worden (haar woorden) en ten tweede omdat ze zo wél opviel (mijn woorden).

Een ander Ongehoord type is de Nederlandse regisseur, acteur, cabaretier, presentator en schrijver van toneelstukken, televisieseries en (kinder)boeken Haye van der Heyden. Je moet wel onder een steen liggen om over zo iemand niet gehoord te hebben en ik lig niet onder een steen, dus ik wist dat hij kaal was. Ietsje gezelliger dan Arnold, dus hij wordt chef Humor en Satire. Zou worden, inmiddels, want een podium bieden aan Holocaustontkenners, zoals hij vond dat moest kunnen,  vonden ze bij Ongehoord iets té ongehoord en niet erg grappig.

Hij zal die naam Ongehoord wel hebben bedacht, want die is natuurlijk wél ontzettend grappig bij zulke opvallend aanwezige mensen. Al bedenk ik nu dat het natuurlijk ook een geuzennaam kan zijn, zoals Geen Stijl, die expres stijlloze dingen zeggen.

Zucht.

Dat wordt dus ongehoord lullige dingen omroepen. En dan krijgen ze weerwoord en dan zeggen ze dat je ook niks mag zeggen in Nederland. En dan zeg ik: ja hoor, maar je mag ook wat terugzeggen in Nederland. En dan zeggen zij: zie je wel, je mag niks zeggen in Nederland, want jij praat terug en dan zeg ik weer dat… maar dan horen ze mij al niet meer. Over ongehoord gesproken.

Ze willen gewoon niet gestoord worden daar. Ongestoord.nl was beter geweest, Haye.

 

Terrasje pakken

Ik schrijf graag, maar ik denk dat ik voor Teletekst werken saai zou vinden. Of je moet van het nieuws de humor inzien.

Neem nou het bericht over de auto die in Deventer op een terras inreed. In het eerste bericht stond dat de politie nog niet wist of het per ongeluk of expres was.

Hallo! De bestuurder was er vandoor gegaan!

Dat kan van de schrik zijn, oké.

Maar dit dan: de gebeurtenis had plaatsgevonden om 05.30 uur. Mijn eerste gedachte was om me te verplaatsen in de buren en dan lijkt me een ongeluk onwaarschijnlijk. Ikzelf zal gewelddadige plannen nooit tot uitvoer brengen, ben per slot geen boer, maar de fantasie is mij niet onbekend.

Want iets zegt mij dat de terrasbezoekers daar niet op fluistertoon onder het genot van een kruidentheetje (‘schenk nog eens bij, maar nu met meer munt graag’) genoeglijk aan het keuvelen waren over koetjes en kalfjes. Hoewel de laatsten, bedenk ik nu, voor sommigen een reden zijn gebleken om hun mening kracht bij te zetten middels een voertuig.

Terwijl ik dit schrijf, is er weer een tipje van de sluier opgelicht: het was expres. Na een ruzie. De politie roept de man op zich zo snel mogelijk te melden en dat zou ik als Teletekstredacteur dan wel weer humor vinden. (‘Sorry, ben even bezig, nu geen tijd om me te melden, kijk straks wel even, en anders wordt het morgen, oké?’)

De man heeft zich evenwel gemeld, blijkt nu ik dit schrijf.

Over de reden van de ruzie wil de politie niks zeggen maar ik wel, graag zelfs.

Komt ie: honger.

Ik heb me laten vertellen dat het gezellige uitgaansleven nogal eens afgerond wordt met het halen van een vette bek. Kebab leent zich daarvoor uitstekend, alleen je kan in zo’n zaak met andere eet- en drinkgewoontes waarschijnlijk geen biertje krijgen om het weg te spoelen. Dus neem je dat mee. Dat vindt de eigenaar niet goed. Dus maak je ruzie. Dat win je niet. Dus rij je in op het terras.

Terrasje pakken anno 2019.

Al met al ben ik benieuwd wat de werkelijke reden van het geweld is geweest.

Hoe dan ook: geen reden is goed genoeg.

Of je nou je auto of je trekker gebruikt.

Groot leed

Het maakt niet uit hoe idioot je besluit is – houd er vooral aan vast. Dat deed ook de directeur van een Achterhoekse school toen ze voor aap stond vanwege een schoolfoto. Daarop waren bij alle kinderen de gezichten zwart gestift. Tja, privacy hè, we leven in moderne tijden. Heel Nederland lachte de vrouw uit, maar ze gaf geen krimp. Het personeel had goed gehandeld, hield ze vol.

Ze zoeken het maar uit met die Algemene Verordening Gegevensbescherming, dacht ik naïef toen de AVG in mei vorig jaar van kracht werd. Heb ik als ordinaire burger geen last van. Toch?

‘Wil je onmiddellijk dat filmpje van YouTube afhalen’, mailde de schooldirecteur van Tim. Onze zoon had een videootje van nog geen anderhalve minuut op zijn kanaal gezet over zijn eerste schooldag in Nederland. Er stond ook een ander kind op en verder nog zijn juf. „Ik geef geen toestemming”, meldde die juf boos.

Even het filmpje door de video-editor gehaald. Kind buiten beeld. Juf buiten beeld. Conflict vermeden.

„Mag ik een videootje maken voor mijn YouTube-kanaal?”, vroeg de inmiddels elfjarige Tim in juli tijdens de introductiebijeenkomst op zijn nieuwe school. Nee, dat mocht niet.

„Ik weet wel waarom het niet mag”, zei Tim. „Dat heeft te maken met de privacy. Iedereen moet eerst toestemming geven.”

„Inderdaad”, zei de scheidende directrice verrast.

„Dus als alle aanwezigen hier akkoord gaan, dan mag het toch?”

„Nee Tim, dat moet van tevoren schriftelijk geregeld worden.”

Ah, gesnopen. Dus twee weken geleden een mailtje naar de school gestuurd met het verzoek Tim een videootje te laten maken van zijn eerste dag daar. Mag niet, zei de nieuwe directeur, want eerst moet iedereen toestemmen.

Dan schiet ik toch alleen Tim, eventueel met zijn leerkracht als die het goedvindt en een klasgenoot van wie we de vader kennen?

Nee, zei de nieuwe directeur, geen toestemming.

Dezelfde dag zwom Tim af voor zijn diploma in het Sportfondsenbad. „Foto of video mag”, zei de instructeur, „maar volgens de AVG mogen er geen kinderen op van wie de ouders bezwaar maken. Iemand bezwaar?” Niemand had bezwaar.

Zo werkt dat dus: geklede kinderen mag je op school niet vastleggen, bijna blote kinderen in het zwembad wel. Tja, moderne tijden.

AVG is een ander woord voor kramp. Kranten durfden namen van geslaagde scholieren niet meer te publiceren. In de Grote Kerk in Gorinchem werd niet meer gebeden voor zieken, want die zouden daar eerst toestemming voor moeten geven. Talloze Amerikaanse kranten zijn vanuit Europa niet meer te raadplegen omdat die media zich niet aan de AVG willen branden.

En dan heb je ook nog het averechtse effect. De privacywet zadelt bedrijven en instanties op met een enorme administratieve last. De AVG schermt ook de privacy van boeven af en die doen daar hun voordeel mee.

Maar dat is klein leed. Groot leed is dat Tim zijn eerste schooldag niet mag filmen.

Principes

Sociaaldemocraten kan ik nergens meer vinden, maar linksige mensen bestaan nog wel. Alleen, die hebben het lastig met elkaar, als ik  Elma Drayer mag geloven. Zij ziet een kloof die door het boerkaverbod de rekkelijken van de preciezen op links scheidt.

Enerzijds ziet ze de lui die vinden dat moslims het moeilijk hebben en dat je daarom de strenge opvattingen die ze hebben over de scheiding der seksen door de vingers moet zien. Daartegenover zet ze degenen voor wie die sekseongelijkheid op grond van de Koran uit den boze is. Die zijn blij met het boerkaverbod.

Zou niet weten waar ik bij hoor. Als ze al bestaan: die eersten vind ik onnozele goedpraters, maar ze zijn tegen het boerkaverbod en ik ook, zij het om andere redenen. Met de laatsten ben ik het eens over gelijke rechten. En de Koran is natuurlijk ondergeschikt aan onze democratie. Maar die zijn vóór het boerkaverbod en ik dus niet.

Dus als je iemand in spagaat boven die kloof op links ziet staan: ben ik.

Boerka symbool van onderdrukking? Ja.

Maar ik deel het standpunt van Amnesty: nu we in Nederland het dragen van die boerka verbieden, is dat strikt genomen even betuttelend als de verplichting ervan in moslimlanden.

Dat kun je principiële scherpslijperij noemen, maar hé, daar is Amnesty voor, toch?

In Nederland is de boerka trouwens misschien wel een symbool van iets anders.

Kijk, ik vind het idiote kleding en ik snap dat ze op de werkvloer ongewenst zijn. En ik denk dat de vrouwen die ze dragen stiekem best wel een beetje provoceren.

Moslima’s zijn namelijk niet per definitie zielig. Ze hoeven niet in bescherming te worden genomen door onze overheid tegen zichzelf of onderdrukking door andere overheden.

Praat met ze. Als ze zeggen dat het hun eigen keuze is en je gelooft dat niet, dan is dat voorbijgaan aan hun autonomie. Doen ze in moslimlanden ook.

Verontwaardigd je lidmaatschap van Amnesty opzeggen, waartoe Elma Drayer eerder opriep, is natuurlijk een lekker principieel dingetje om te laten zien dat je aan de goede kant van de geschiedenis staat. Maar daarmee onttrek je wel je steun aan de organisatie die wereldwijd aan de bel trekt als de rechtspositie van mensen in het geding is, inclusief door de islam onderdrukte vrouwen. Wel een beetje jammer, toch?

Het gaat maar over die boerka, maar ik zit dus met dat Nederlandse verbod.

Dat er maar een paar vrouwen de dupe zijn, doet aan het principe niks af: Nederland morrelt aan de rechtspositie van vrouwen.

Vinden Amnesty en ik.

 

 

 

Grenzen aan het paradijs

Zes miljoen Syriërs azen op een woning in Nederland. Op een uitkering azen ze ook. Tevens op betaling door de Nederlandse overheid van zorg en andere zaken waarvoor de oorspronkelijke Nederlandse bevolking zich blauw betaalt. Vluchtelingen laten gratis hun tanden bleken. En ze laten ook hun vrouwen, kinderen, neven, nichten, ouders grootouders en noem maar op naar Nederland overkomen. En wij Nederlandse belastingbetalers maar dokken.

Eenmaal in Nederland gaan de nieuwkomers er naar de moskee, ze trekken boerka of nikab aan, ze richten islamscholen op, kortom, ze veranderen het paradijsje aan de Noordzee langzaamaan in een kopie van hun thuisland. Met als gevolg dat Nederlanders het gevoel krijgen dat hun land hun wordt afgepakt, dat zij zelf zo langzamerhand emigrant worden zonder ooit te zijn verhuisd.

Met lede ogen zie je aan hoe dat tuig van de moslimrichel AZC’s terroriseert, het openbaar vervoer onveilig maakt en de schappen van supermarkten leegjat. Wat doe je dan als rechtgeaard Nederlander? Schuimbekkend spreek je er schande van op internet zonder te beknibbelen op uitroeptekens. Je stemt op Wilders of Baudet. Die willen tenminste de ‘omvolking’ een halt toe roepen om te voorkomen dat wit straks een minderheid wordt in eigen land.

„Drie beëdigde vertalingen? Vijftig euro per stuk?” Een hoogzwangere Syrische vrouw van net dertig met een baby en een peuter in het AZC waar de schrijver van dit stuk als vrijwilliger werkt, kijkt ongelovig. „Zoveel geld heb ik niet. Bij wie kan ik aankloppen?”

Zij heeft de vertalingen nodig voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Voor de overkomst van in oorlogsgebied achtergebleven gezinsleden wil ze een aanvraag indienen. Per week krijgt ze 150 euro leefgeld en verder mag ze het zelf uitzoeken. Geen enkele instantie heeft een potje voor de financiering van de vereiste vertalingen.

Een Syrische jongeman wil zijn zieke ouders laten overkomen. Die bejaarde ouders zijn alleen, want al hun kinderen zijn gevlucht voor de oorlog. De IND brengt voor de aanvraag 171 euro per persoon in rekening. Er komen ook nog beëdigde vertalingen bij. Ook voor deze zoon geldt dat er geen potje is waaruit zulke kosten worden betaald. Jij moet je ouders toch zo nodig laten overkomen? Zoek het dan zelf maar uit.

Het vervelende is dat de peperdure aanvraag geen enkele garantie op succes biedt. Wie legaal in Duitsland verblijft, mag zijn ouders laten overkomen. Daar doet Nederland niet aan, enkele uitzonderingen daargelaten, maar voor de ouders van deze Syrische jongeman ziet het er niet echt gunstig uit.

En die woningen dan waarop vluchtelingen ten koste van Nederlandse woningzoekenden voorrang krijgen? Welke voorrang? Er is voor gemeenten geen wettelijke verplichting asielzoekers sneller aan een woning te helpen, al mogen ze het wel doen.

Hoe dat in de praktijk werkt? Een dame van tegen de veertig uit een gewelddadig moslimland wil graag een woning in de stad van haar AZC, maar krijgt een aanbod op 150 kilometer afstand. Ze weigert. Gevolg? Geen tweede kans en haar weekgeld wordt stopgezet. Geen onderdak meer en geen geld meer. Zoek het maar uit met je eigenwijze hoofd.

Stel, Henk of Ingrid zoekt een woning in Nijmegen en krijgt een aanbod uit het Groningse Veenhuizen. Henk of Ingrid weigert, moet het oude huis in Nijmegen uit en krijgt geen alternatief voor Veenhuizen. Is dit wat de schuimbekkers willen? Zijn dit de gelijke kappen die zij voor de monniken eisen?

Eigen schuld van die vluchtelingen. Hadden ze thuis maar geen burgeroorlog moeten voeren. En daarna hun AZC en omgeving niet moeten terroriseren. Toch?

Eh, nee. Net als de kruideniers van wie de schappen worden leeggejat zijn de echte vluchtelingen vooral slachtoffer van kansloze gelukzoekers of asieltoeristen uit landen als Albanië of Marokko. Ze zijn slachtoffer van gammel asielbeleid, want het is de Nederlandse overheid die geen beleid weet te maken voor het snel lozen van kansloos tuig.

Van die zes miljoen Syriërs is trouwens maar een gering deel naar Nederland en de rest van Europa gekomen. De meesten zitten onder erbarmelijke omstandigheden in buurlanden in het Midden-Oosten.

Gaat Wilders de asielsores oplossen? Baudet misschien? Je mag hopen van niet, want dit populistische tweetal hanteert niet de stofkam. Hun remedie zou zijn het botweg dichtgooien van de grenzen van ons paradijs. Weg met kansloos tuig en jammer maar helaas voor de echte vluchteling.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

Utopia

Bejaarden meuren. Ze zijn traag. Doof ook, kippig, chagrijnig en veeleisend. En ze zijn zo bejaard. Kortom, een regelrechte plaag. Ongegeneerd houden ze het jonge en gezonde deel der natie in de tang. En dat hoort niet. Oud hoort gewoon tijdig plaats te maken voor jong. Zo wil de natuur het. Ooit een jachtluipaard gezien met een rollator? Een vleermuis met een gehoorapparaat? Een haai met een kunstgebit? Natuurlijk niet. Op is op en weg is weg. Wie oud wordt en niet meer mee kan, verliest zijn bestaansrecht. Ligt in de aard der dingen. Vraag maar aan Darwin.

Maar wat zie je bij mensen? Door al ons geknutsel met pacemakers en kunstheupen kampen we nu met een grijze pandemie. De nutteloosheid der knorrige knarren neemt grandioze vormen aan. En nut, dat is toch zeker waar het om draait in deze wereld? Recht op leven verdien je met je bijdrage aan de gemene zaak. Leef je enkel nog omwille van het leven zelf? Puur egoïsme, waar onze maatschappij paal en perk aan dient te stellen.

Oplossingen zijn er legio. Bezorg oudjes een prettige oude dag door gratis sigaretten te verstrekken. Met extra teer en nicotine voor een optimaal effect. Drank en drugs? Metusalem, ga je goddelijke gang. Bobsleeën, paragliding of bungeejumping? Allemaal gratis voor de senior. Seks doet ook wonderen. Laat wilde escortmeisjes de oude hartpatiënt regelrecht het Walhalla in drijven. Wat is er mooier dan hemelen in een orgie van genot?

Pensioentrekkers die het verdommen zich naar hun einde te laten verwennen, krijgen te maken met plan B. Zoals een verbod op het dragen van autogordels, onder het motto: ‘AOW? Gordel nee!’ Geldt ook voor helmen. Nee, dat is geen leeftijdsdiscriminatie, want dan zou de schoolplicht dat ook zijn.

Dan de seniorenwoning. Die hoort in deze tijd van vooruitgang niet op de begane grond, maar hoog in het trappenhuis. Zonder lift. Rollators en scootmobielen zijn uit den boze. Een stok mag nog wel. Voor vechtsport.

Voorkomen is beter dan genezen. Er zijn middelen waarmee je met minder slaap toekunt, zoals modafinil. Je leeft daardoor wel korter. Het mes snijdt aan twee kanten: je wint tijd als je jong en fit bent en je raakt kwakkeljaren kwijt aan het slot van je leven. Dat is nog eens preventie.

Niet alleen bejaarden zijn nutteloos, maar ook invaliden en zieken. Die zijn daarna aan de beurt. Een bevriend Duits staatshoofd toonde zich in de vorige eeuw voorstander van dit beleid: zo houd je het volk sterk en gezond.

Het idee was niet nieuw. De Engelse humanist Thomas More riep in 1516 ouderen en zieken op, de hand aan zichzelf te slaan om zo te helpen de ideale maatschappij tot stand te brengen. Lees zijn ‘Utopia’.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

__________________________

Deze column stond in De Gelderlander in september 2013.