Ladekastjes

Het geheugen is maar een raar ding, dat er niet op vooruitgaat naarmate je ouder wordt. Ik maakte daar al vroeg kennis mee, in 1963 op school, toen op de gang een oudere leraar van wie ik geen les had, voor de zoveelste keer dezelfde vraag stelde.

„Dag meneer”, zei ik.
„Dag jongen, hoe heet jij?”
„Dat heeft u al een keer gevraagd, meneer”, antwoordde ik in mijn jeugdige onschuld.
„Naar de rector”, brieste de man.
„Dat was zeer onbeleefd van jou, jongeman”, zei de rector. „Zul je het nooit meer doen?”

Een paar jaar eerder, zo rond mijn tiende, had mijn vader of moeder mij al eens verteld dat oude mensen vaak dingen vergeten. Maar, dacht ik, ik vergeet ook wel eens dingen. Dat moet ik onthouden voor later, anders denk ik straks nog dat het door mijn leeftijd komt.

Mijn geheugen stikt van de bekende en onbekende gaten. Over de onbekende gaten kan ik helaas geen mededelingen doen, maar bekende gaten zijn bijvoorbeeld bepaalde mensen op wier naam ik vroeger stelselmatig niet kon komen, zoals Sandra Bullock en Meg Ryan. Dat ergerde me mateloos, dus heb ik ze uit mijn hoofd geleerd.

Het kan nog gekker. Als je mij op het verkeerde moment naar mijn telefoonnummer of adres vraagt, kan het zijn dat ik er niet op kan komen. Zo’n verkeerd moment was bijvoorbeeld die keer dat ik wegens gebrek aan plek bij een Amsterdams hotel waar ik iets op moest pikken, mijn auto op een vluchtheuvel had gezet. Toen ik terugkwam, stond een agent een bekeuring uit te schrijven.

„Waar woont u?”, vroeg hij.
Ik noemde de straat. En kon, kwaad en verbouwereerd als ik was, prompt niet op het huisnummer komen. Ik gaf een fout nummer. De bekeuring kwam gewoon aan met de post.

„Mijn geheugen wordt slechter”, zei een vriend op zijn 56e. Hij stierf later dat jaar. Ook anderen in mijn omgeving klagen over de onbereikbaarheid van ladekastjes in hun hoofd.

Aan geheugengoeroes geen gebrek. Vitamines, voedingssupplementen, trucs, geheugentrainers, vaker lachen – tips te over. Zelf geloof ik er niet in. Zodra de fysieke veroudering de grijze massa bereikt in de vorm van plaques of gaten, moet je het met minder doen dan voorheen. Je kunt het restant trainen en op een bepaald vlak je denkprestaties wat opvijzelen, maar de pest is dat de training voor elk foefje anders is en zonder effect voor andere taken.

Lariekoek denkt u misschien, dit verhaal van mij? Vergeet het maar.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

Tim

De alarmbel was al een aantal malen afgegaan, maar in mei 2017 was het gerinkel niet meer te stoppen. De oudste van twee tantes, tijdelijk voogd van de negenjarige Tim, kon de zorg niet meer opbrengen. Het jongetje was al ettelijke malen tussen zijn drankzuchtige moeder en haar oudste zus heen en weer gekaatst en het gebrek aan een vaste honk had hem balsturig gemaakt. Zijn tante, een zestiger, had thuis een man te verzorgen die totaal verlamd was geraakt na een beroerte.

„Tim moet naar een weeshuis”, zei Tims jongste tante, mijn echtgenote, over de telefoon vanuit Moskou.

„Dan vangen wij hem op”, was mijn reactie. Probleempje: hoe neem je een Russisch kind in je gezin op als je in Duitsland woont? Dat leek me lastig. Hoe lastig het in de praktijk daadwerkelijk bleek, leest u in dit feuilleton.

Lang vervlogen

Ideaal voor de democratie, dat internet. Iedereen kan iedereen bereiken, snode overheden kunnen geen zaken achterhouden en bij persbreidel nemen burgers het heft in handen en berichten ze lekker zelf. Dat zal de machthebbers leren.

Jammer genoeg is dat niet wat we zien. Integendeel, hendels en knoppen te over voor allerlei landen om internet af te knijpen. Googelen in China? Gaat niet door. LinkedIn in Rusland? Onbereikbaar. Wikipedia in Turkije? Afgesloten.

Van propaganda zou je denken dat die in het internettijdperk niet meer werkt, want iedereen kan voor het oog van de wereld de leugenaar ontmaskeren. We hebben rebellen in het Russisch horen pochen dat ze in Oekraïne een vliegtuig hadden neergeschoten. We beschikken over videobeelden waarop je kunt zien hoe de raket werd aangevoerd. Een heterdaadje eigenlijk.

En wat doet de verdachte? Hier laten de Russen zien dat ze uitstekende psychologen zijn. Je stort het internet vol met zo veel alternatieve versies dat het publiek er geen wijs meer uit wordt en er niet één meer gelooft. Of een versie naar voorkeur kiest. De meerderheid der Russische bevolking staat daarom achter Poetin, wat ook geldt voor cynische geesten die de vaderlandse rottigheid donders goed doorhebben, maar als patriotten trots zijn op de vindingrijkheid waarmee hun leiders dat vermaledijde Westen de loef afsteken. Lekker puh! Een minderheid in Rusland schaamt zich een ongeluk en knarsetandt.

Die vuilstort werkt ook uitstekend in het Westen, waar naïevelingen zeker weten dat de waarheid in het midden ligt. Dat waar twee kijven, beiden schuld hebben. Dat wie het eerste ruikt, zelf zijn kontje heeft gebruikt. Dat waar rook is, vuur is. Clichés genoeg om hersenactiviteit te smoren.

Naast naïevelingen zijn er de jijbakkers. Alsof wij niet dezelfde rottigheid uithalen. De Amerikanen hebben ook passagiersvliegtuigen neergeschoten. Nederland had The Pirate Bay geblokkeerd. Veel Amerikaanse websites zijn onbereikbaar voor Europeanen, zoals de Los Angeles Times. En westerse overheden liegen ook. Neem Halbe Zijlstra’s verzonnen ontmoeting met Poetin. Dus is het onredelijk om alleen de Russen te beschuldigen.

Dan zijn er de fellow travelers, Rusland-sympathisanten. Toen de Russen in 1956 Stalin tot misdadiger verklaarden, gingen Nederlandse communisten nog lang door met het prijzen van deze massamoordenaar. Vandaag de dag kan voor sommige westerlingen Poetin geen kwaad doen. Die wordt veel te zwart afgeschilderd door mensen die zelf vuile handen hebben en door de media, die aan de leiband lopen van Den Haag, Berlijn, Washington enzovoorts. Schoothondjes. His master’s voice. Eigenlijk nog erger dan persbreidel.

Voor afronding zorgt het enorme contingent gelovigen en bijgelovigen, complotdenkers en aluhoedjes, die niets moeten hebben van het begrip ‘toeval’. Niet zulke zichtbare snoodaards als Poetin en Trump zijn erg, maar Bilderberg, de Rothschilds, onze eigen mooi weer spelende leiders die achter onze rug samenspannen met… Ja, met wat eigenlijk? Met elkaar, met geheime genootschappen, vrijmetselaars, de Nieuwe Wereldorde, reptielachtige buitenaardsen. Volgens de logica van deze mensen is een wereldschokkend feit – de moord op Kennedy of 9/11 – alleen te verklaren met een samenzwering. Het kan geen eenling zijn geweest of alleen maar een groepje Arabieren.

In deze vruchtbare grond zaaien de Russen hun twijfelgoed. Aan de overkant van de grote plas blijven mensen die je niet als ‘deplorables’ mag bestempelen hun blonde leider geloven, niet per se omdat hij het goed doet, maar omdat hij hún held is. Randy Newman zong: Well he may be a fool, but he’s our fool.

Nepnieuws werkt beter dan censuur. Dat hebben de Russen goed begrepen. Stel er de waarheid tegenover en de publieke verwarring groeit. Stel er leugens tegenover en de verwarring groeit nog harder. Het internet versterkt die. Gang naar de stembus en zie wat er gebeurt. De achilleshiel van de democratie groeit uit tot gezwel.

De tijd dat ik in vooruitgang geloofde, is lang vervlogen.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

Bad Brother

Nu de stofwolken zijn opgetrokken en twee vernederlandste asielkinderen van Armeense komaf in het land van hun dromen mogen blijven, kan het geen kwaad om eens wat te wroeten in de puinhopen.

Regeren is vooruitzien, debiteerde de Franse premier Mendès France ruim een halve eeuw geleden. De oude Le Pen moest kotsen van de man, wat me een mooi compliment lijkt.

Onze eigen premier kan nog geen etmaal vooruitzien. Vrijdag stond hij nog voor draaiende camera’s uit te leggen waarom die kinderen weg moesten, hoe zielig ook, maar op zaterdag mochten ze opeens blijven. Dat Rutte geen aardbevingen kan voorspellen, al moet dat in Groningen tamelijk simpel zijn, alla. Maar dat hij een besluit van zijn eigen kabinet een etmaal van tevoren niet ziet aankomen, mwah.

Die hele afronding van de asielkwestie was één grote klunspartij. Als overheid wil je geen precedentwerking, want dan steken alle overgeslagen kinderpardonners meteen hun vinger op, dus los je de zaak stilletjes achter de schermen op. Stilletjes wil zeggen dat je een lawaaischopper als moeder Hambartsjumian haar zin geeft zodra het lijkt te gaan stormen.

Na al het gedoe rond kinderen als Taida, Jossef, Sahar en Mauro zou je verwachten dat de zieners in Den Haag de asielprocedure hadden weten te bekorten. Maar na Howick en Lili gaat het goedkomen, ik weet het zeker.

Dan de rechters die zich over de kwestie bogen. Dat zijn ook mensen, zeggen sommige Facebookvrienden, waarmee ze maar willen zeggen dat rechterlijke uitspraken subjectief kunnen zijn. Zo is het en dat geldt ook voor de Raad van State, die hoogste bestuursrechter van het land. Nee, zeggen andere Facebookvrienden, wat de Raad van State besluit klopt altijd want daar is het de Raad van State voor. Dus wie met de grootste knots mept, heeft gelijk?

De rechtspraak hangt van elastiekjes en paperclips aan elkaar. Het is een eeuwig project in wording. Dat geldt niet alleen voor de computersystemen van Justitie, maar ook voor de wetgeving. In de grabbelton van regels is het voor een goede advocaat prettig graaien. Maar ook aanklagers en rechters kunnen naar hartelust shoppen en wegwijzers in het juridische labyrint zo neerzetten dat eruit komt wat zij zelf willen.

Wat een cynisch beeld, krijg ik als verwijt. O ja? Ik noem eerst twee uitersten. In Rusland bestaat telefoonrecht: de rechter krijgt een telefoontje van een gezagsdrager die de uitspraak voorschrijft. Het andere uiterste is de computer: je flikkert de feiten erin en er rolt een objectieve uitspraak uit.

Zo zwart-wit is het niet, zelfs niet in Rusland. Maar, zo lees ik op mijn Facebook-tijdlijn, onze overheid is toch zeker te goeder trouw?

Lees Trouw. Onderzoek van deze krant wees onlangs uit dat een aantal ouders tienduizenden euro’s kinderopvangtoeslag moest terugbetalen. Onterecht. Daar konden ze tegen in beroep, maar de Belastingdienst verzweeg dat opzettelijk. U leest het goed: opzettelijk. Informatie hoe mensen de onterechte maatregel ongedaan konden maken, gaf de dienst vervolgens ook niet.

Ik was in de twintig, werkloos en moest solliciteren. Naar een vaste baan zoeken had geen zin, want drie maanden later zou ik in Leiden een universitaire studie beginnen.
„Krijgt u dan een studiebeurs?”, vroeg de sociale dienst in Den Haag.
„Ja”, zei ik.
Mijn uitkering werd meteen stopgezet, want het feit dat ik van een studiebeurs ging leven, bewees dat ik een klaploper was die probeerde onder werken uit te komen. Dat oordeel kreeg ik later zwart op wit onder ogen.

Het afgelopen jaar ben ik bezig geweest een tienjarig familielid van een Russisch weeshuis te redden. Dat is uiteindelijk gelukt, maar diverse overheden hebben bewust geprobeerd spaken in het wiel te steken.

Ik schuif langzaam op naar het kamp van de boze burger. Helaas moet ik toegeven dat Bad Brother bestaat.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

Krant

Zeven uur in de ochtend. Ik ben bijna klaar met de krantenwijk waarmee ik mijzelf dwing dagelijks anderhalf uur te bewegen. Anders slib ik op mijn oude dag dicht op de stoel voor mijn computerscherm.

Uit een deur die al openstond, komt een dame op leeftijd de straat oplopen. „Meneer, kunt u mij helpen mijn man op te tillen? Hij is gevallen.” De vrouw in dit Duitse grensdorp is onmiskenbaar Nederlands.

In de huiskamer ligt de bejaarde bewoner, gezicht gehavend en bloedplas op de grond, naast een eenpersoonsbed met bedpapegaai en triangel. Hij strekt zijn armen naar me uit en laat zich het bed op zeulen. „Aah!”, klinkt zijn langgerekte pijnkreet. Eenmaal op het bed draait hij zich af naar de muur. Het lijkt erop dat hij niet kan praten.

Voor de deur staat een oude Mercedes met een kentekenplaat waarop zijn initialen staan. Dat kan in Duitsland. Als je oud en bedlegerig bent, ga je als Nederlander niet vlak over de grens wonen, denk ik. Dus deze mensen moeten hier al een tijdje wonen. En hadden deze situatie niet voorzien. Of niet willen voorzien. En toen sloeg het noodlot toe.

Mijn gedachten gaan terug naar Levensavond, het bejaardentehuis in Berg en Dal waar ik op mijn zestiende ook al de krant bezorgde. De meeste bewoonsters – ik herinner me vooral vrouwen – wilden graag dat je de krant op hun kamer kwam brengen. Ik herinner me de stoffige, bedompte lucht die me tegemoet walmde vanuit die vertrekken.

Later stond op deze plek De Vijverhof. Mijn ouders waren er beland na de twee beroertes die mijn moeder troffen op haar 68e. Ze was even oud als ik nu. In dit tweekamerappartement voelden mijn ouders zich op hun gemak, dankzij attent personeel en een goede keuken. Toen mijn vader twee jaar later stierf, was een verzorgster snel ter plaatse geweest.

Net als nu koos ook toen niet iedereen voor een tehuis. De keuze was er niet louter een van rangen en standen. Een Nijmeegse huisarts, afkomstig uit een statig herenhuis in het centrum van de stad, zat er ook met zijn vrouw. Maar je had er ook dametjes die andere bewoners tijdens de bingo wegpestten uit de gemeenschappelijke ruimte. Dat de plaaggeesten na de lagere school niet uit de maatschappij verdwijnen, besef je als je ze weer tegenkomt tijdens de militaire dienst of in het ziekenhuis.

En tot een aantal jaar geleden ook in het bejaardentehuis. Maar die tijd lijkt voorbij. Nu de babyboomers voor een ongekend grote grijze golf zorgen, gaat het mes in allerlei onbetaalbaar geworden voorzieningen. De rust en zekerheid van weleer hebben plaatsgemaakt voor de Wmo en keukentafelgesprekken. De druk op de knop voor redding in een noodsituatie heeft plaatsgemaakt voor hulpverlening door een passerende krantenbezorger.

Dit is geen eindpunt. Straks is de krantenbezorger zelf aan de beurt. Wie zal hem helpen als er straks geen krant meer is?

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

Hooggeorganiseerd land

Buitenlandse kinderen die in Nederland geworteld zijn, mogen blijven als ze meewerken aan hun vertrek.
Hè? Zeg dat nog eens.
Buitenlandse kinderen die in Nederland geworteld zijn, mogen blijven als ze meewerken aan hun vertrek.

Wacht even. Dus als je weggaat, mag je blijven?
Ja. Volgens de ‘definitieve regeling’ die op het kinderpardon volgde.  Die geldt sinds 2013.

Ziehier een moderne variant van de waterproef. Blijft een vrouw drijven, dan is ze heks. Zinkt ze, dan is ze onschuldig. En dood. Maar ja, je moet er wat voor overhebben om te bewijzen dat je deugt.

„Lieve Marta, hoe oud ben jij?”
„Zes jaar.”
„Lieve Marta, waar woon jij?”
„In Lintelo.”
„Lieve Marta, waar ben jij geboren?”
„In Nederland.”
„Lieve Marta, waar ga jij naartoe?”
„Ik ga naar Armenië, want dan mag ik in Nederland blijven.”

Marta moet met de rest van haar familie terug naar Armenië, waar haar ouders in 2007 vandaan vluchtten. Knap trouwens, teruggaan naar een plek waar je nog nooit bent geweest.

Humane landen als Nederland en Duitsland grossieren in wassen neuzen en dode letters, kortom, in nepbarmhartigheid. Weet ik helaas uit eigen ervaring. Onlangs wilden wij in Duitsland de pleegzorg op ons nemen van een tienjarig neefje uit Rusland. Tuurlijk, dat kan, zei de Duitse ambassade. De Duitse wet stelt wel als voorwaarde dat het kind anders een buitengewoon hard lot treft. Tja, daar is geen sprake van, oordeelde de vreemdelingendienst in Kleef vervolgens in zijn oneindige wijsheid. In een Russisch weeshuis is het immers prima toeven. Geen visum voor het neefje. De IND zou precies zo hebben geoordeeld.

En nu zijn Howick en Lili de sigaar. Ze zijn geboren in Rusland en getogen in Nederland, maar moeten nu ‘terug’ naar Armenië. Kan prima, vindt de Raad van State, zo nodig worden ze opgevangen door de liefdadigheidsorganisatie Caritas.

Wacht even. In Nederland bekijkt de Raad voor de Kinderbescherming of kinderen goed terechtkomen. Deugt de woning? Hoe gaat het met de ouders? Hebben ze voldoende inkomen?

Niet uitzetten, oordeelt de kinderbescherming. Schadelijk voor de kinderen. Maar ja, de Raad van State weet het beter.

Wat wacht Howick en Lili? Hun alleenstaande moeder arriveerde jaren geleden in Nederland vanuit Rusland. Ze heeft niets in Armenië en woont nu op een kamertje waar geen plaats is voor haar kinderen. Psychisch is ze een wrak, na jaren van kwellende onzekerheid in Nederland en de scheiding van haar kinderen. De moeder heeft geen baan, geen inkomen, en Armenië heeft geen uitgebreid sociaal vangnet. Kortom, de kinderen zullen in een weeshuis belanden in een land waar ze nog nooit geweest zijn. Prima in orde, vindt Nederland, bij monde van de Raad van State.

Maar ja, het is natuurlijk allemaal de schuld van de moeder. Had ze maar niet van de vele juridische mogelijkheden gebruik moeten maken. Daar zijn die mogelijkheden niet voor, om ze te benutten, natuurlijk.

Een knoeiboel is het niet alleen op juridisch vlak. De politie kan er ook wat van.

„Wat doet u hier?”, vraagt een marechaussee aan een fietser die rond middernacht op de Brunssummerheide fietst.
„Een luchtje scheppen”, zegt de man. „En brieven bezorgen. Het was overdag te warm.”

De marechaussee staat er met een collega op wacht. Enkele uren eerder is er het lichaam van de elfjarige Nicky Verstappen gevonden. Heel gewoon, een nachtelijke brievenbezorger op een moordplek. Ze maken een notitie.

Drie jaar later wordt de ‘passant’ als getuige gehoord. Hij biecht een zedendelict op, maar heeft zich daar zestien jaar eerder voor laten behandelen.

Kijk, zo hoort dat. Je gaat in de fout en dan laat je je behandelen. Keurige man. Vlug verder met het onderzoek in de moordzaak.

Een jaar na het getuigeverhoor moet Jos Brech – voor NRC-lezers Jos B. – opstappen bij de scouting in Heerlen. Hij had bij de scouting tegenover een politierechercheur bekend dat hij op jongetjes van een jaar of tien valt.

In 2009 komt er een DNA-onderzoek. Die aardige man, die zich heeft laten behandelen en vlot opstapte bij de scouting, hoeft niet te komen opdagen.

Nederland is een hooggeorganiseerd land. Blijkt uit vergelijkingen met andere landen. Maar als je alleen naar Nederland zelf kijkt, valt het soms niet mee.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

Laagvliegers

Ben je 68 jaar en dan moet je weer met een basisschool aan de gang. Dat krijg je ervan als je een tienjarige in je gezin opneemt.

Onze nieuwe zoon zat tot eind mei nog in Moskou op het ‘gymnasium’. Vanaf nu doet hij de schakelklas van een Nijmeegse school. In de schakelklas stomen ze leerlingetjes uit veel verschillende buitenlanden binnen een jaar klaar voor de gewone basisschool door ze alleen Nederlands en rekenen te leren. Hij mag dan al een Nederlands paspoort hebben, onze kersverse oogappel, maar veel verder dan ‘Ik ben Tim’ en ‘Ik kom uit Rusland’ komt hij in de taal van zijn nieuwe vaderland nog niet.

Zijn nieuwe school is de gemoedelijkheid zelve. Ouders lopen zo met hun kinderen mee naar binnen en begeleiden ze naar de klas, vriendelijkheden uitwisselend met de onderwijskrachten.

De Moskouse tegenhanger is een vesting. De buitendeur is van staal en gaat maar heel kort open en dan nog stroef ook, alsof de school de leerlingen er met tegenzin binnenlaat. Meteen achter de deur staat een tourniquet. Leerlingen hebben een pasje, ouders mogen niet mee naar binnen. Op de gang zit een bewaker.

Net voorbij de tourniquet, boven aan een stenen trap uit vijf treden, staat een medisch-wit uitgedoste dame die elke leerling een infraroodthermometer tegen het voorhoofd drukt. Koorts? Wegwezen, eerst thuis uitzieken.

„Hadden wij dat ook maar”, zegt de directeur van de Nijmeegse school. „Nu dumpen ouders hun zieke kindertjes op school en die steken de rest aan, inclusief de collega’s.”

De Moskouse school mag dan ‘gymnasium’ heten, Latijn of Grieks wordt er niet gegeven. En nog veel meer niet, blijkt op een ouderavond.

„Jullie geven veel te veel huiswerk”, klaagt een moeder, „ik ben er elke dag uren mee bezig.”

Inderdaad gaat het zo, in Rusland. De lestijden liggen tussen half negen en half een, vijf dagen in de week. Meer niet. De zomervakantie duurt van 1 juni tot 1 september. En dan maken we ons in Nederland druk om de zomerse leerdip. Vanaf de eerste klas, als de kindertjes zeven jaar zijn, krijgen ze een wagonlading huiswerk mee. Het Russische onderwijs kiepert het gros van de lesstof bij de ouders over de schutting. „Zo kan ik het ook”, schampert een Nederlandse leerkracht.

„En het maffe is”, zegt de moeder, die tijdens de ouderavond net als de andere ouders op het veel te kleine stoeltje voor een achtjarige zit, „dat in de online agenda bij elk vak staat dat het binnen een kwartier gepiept moet zijn.”

„Dat komt”, legt de juffrouw uit, „omdat wij van de onderwijsinspectie de kinderen niet te zwaar mogen belasten. Daarom schrijven we bij elk vak dat kwartier, maar in de praktijk is het natuurlijk veel meer werk.”

Ook heel apart is de gymnastiekles. „Stelt weinig voor”, zegt de moeder.

De juf beaamt het. „In de bovenbouw is het nog erger. Daar bestaat gymnastiek vaak alleen uit theorie. De school is veel te bang om bij een ongeluk aansprakelijk te worden gesteld.”

Het Russisch duidt dit fenomeen van mooie kreten waarmee de lading niet wordt gedekt aan met het onvertaalbare woord ‘pokazoecha’– ruwweg schijnvertoning of neppertje.

Zwaar verontwaardigd was Tim toen hij hoorde dat de Nederlandse school geen maaltijd verstrekt, zoals hij in Moskou gewend was. Hij mopperde er weken later nog over.

„De school hier is veel leuker”, zegt een negenjarig Oekraïnertje dat dit voorjaar naar Nederland kwam. Hij haatte de school in zijn thuisland. Loodzwaar was het daar. En stijf.

Stijf ja, ook in Moskou. Als de juf binnenkomt, sta je op. Je gaat pas zitten als zij zegt dat het mag. Een schooluniform hoeft niet meer, maar broeken moeten zwart zijn en kleurige hemden zijn taboe. Op een dag kwam Tim op school met gel in zijn haar. De juf gaf hem een uitbrander. De tweede dag zei ze: „Nog één keer en ik stuur je naar huis.”

Wij naar school. „Een kind moet er netjes bijlopen”, zei de juf, „dus zo’n onverzorgd kapsel mag niet.”

„Weet u wel hoeveel tijd er in zo’n onverzorgd kapsel gaat zitten?”, bracht ik er tegenin. Daar kon ze wel om lachen. „In je vrije tijd, ga je gang, maar niet op school. Lees de statuten er maar op na.”

Dat deed ik. Geen woord in de statuten over kapsels.

En zo heeft onze Tim dan de school in Moskou verruild voor eentje in Nijmegen en zijn gymnasiumklas voor een groep die ‘Pinguïnrots’ is gedoopt. Tja, wij Nederlanders zijn laagvliegers in vergelijking tot Russen. Nou ja, in ieder geval verbaal.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

Gebefte geboefte

Wie niet bereid is smerige trucjes uit te halen, kan maar beter geen advocaat worden. Vier jaar geleden kreeg mijn jongste zoon onverwachts een verdwaalde dagvaarding. Hij had illegaal in een flatje gewoond in Nijmegen en moest twee dagen na ontvangst van de dagvaarding voor de rechter verschijnen.

Nu had hij daar nooit gewoond. Wel zijn zus, die ook was gedagvaard. Een aantal weken, tussen zijn verhuizing van Amstelveen naar Nijmegen, had zoonlief bij zijn ouders in de Duitse grensregio gelogeerd en om de emigratiebureaucratie te mijden kort bij zijn antikraakzus ingeschreven gestaan. De huisbaas was overleden, zijn weduwe probeerde via de rechter de antikrakers eruit te krijgen. Mijn zoon was er op dat moment al uitgeschreven.

Brunet Advocaten in Nijmegen hekelde in de vordering het lage morele besef van mijn zoon en dochter, die de arme, zieltogende man op zo snode wijze hadden belazerd. Dat de dochter er had gewoond in goede harmonie met de huisbaas liet Brunet weg.

„Waarom dat soort smerige trucjes?”, vroeg ik aan de pro-Deoadvocaat van mijn dochter.

„O, dat is heel gewoon hoor”, antwoordde zij, „zulke dingen doen wij ook.”

Ik moest het even op me in laten werken. Smerige trucjes, heel gewoon hoor, doen wij ook.

Eigenlijk een flauwekulletje, die zaak, die dan ook met een sisser afliep, maar heel nuttig om als argeloze burger een inkijkje te krijgen in de mores van juristen. Iets zelf meemaken is toch anders dan erover lezen.

Vandaag is het op de kop af tien jaar geleden dat de 39-jarige RTL Nieuws-cameraman Stan Storimans in Georgië omkwam door een Russische clusterbom, afgeleverd per Iskanderraket. Dat gebeurde in Gori, de geboorteplaats van de Georgische massamoordenaar Dzjoegasjvili. Deze Dzjoegasjvili noemde zich later Stalin.

Storimans was er samen met verslaggever Jeroen Akkermans op reportage. In zijn column vandaag schetst Akkermans de situatie. Rusland was Georgië binnengevallen om twee separatistische gebieden te steunen. Georgische troepen hadden zich de dag voor de clusterbom uit het nabijgelegen Gori teruggetrokken. Die bom trof dus uitsluitend burgers en dus is er volgens internationaal recht sprake van een oorlogsmisdaad.

Rusland ontkent alles. En zet in een rechtszaak tussen Georgië en Rusland bij het Hof van de Mensenrechten in Straatsburg de Britse advocaat Michael Swainston in. Die trekt zijn professionele trukendoos open. Helemaal geen Iskanderraket, die raketfragmenten zijn vast met behulp van Amerikanen van een Russisch testterrein gejat dat duizend kilometer noordelijker ligt en in Gori geplant. Die kogeltjes van de Iskander waar Akkermans het over heeft, zijn niet te zien op de eerste foto’s en video’s. Akkermans maakte zijn foto’s drie dagen na de aanval.

En de datum op video’s en foto’s? Daar kun je makkelijk mee knoeien, voert Swainston aan, gewoon de camera resetten. Met het lichaam van Storimans is mogelijk gerommeld, de sterfdatum staat helemaal niet vast, aldus de advocaat.

We kennen deze Russische benadering, van de MH17. Zaai zo veel mogelijk twijfel. Fans van Rusland zijn blij, critici worden in de verdediging gedrukt en rechters krabben zich achter de oren.

Het Kremlin laat zich niet onbetuigd. Medvedev, toen president en nu premier, verwerpt de beschuldigende conclusie van een Nederlandse regeringsmissie in 2008. Poetin meldt Rutte in 2013 dat Rusland het boek Stan Storimans heeft dichtgeslagen. Zo werkt recht op staatsniveau: de verdachte slaat het boek dicht.

Dan die smerige streken van de advocatuur. Ik mag graag Maarten ’t Hart citeren: zorg dat je uit de klauwen van het gebefte geboefte blijft.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

Handlanger

Je mag niet voor eigen rechter spelen. Maar wie poen heeft, doet het via via. Hoe? Je schakelt gewoon de rechter in om je tegenstander knock-out te slaan. Journalist Eric Smit kan erover meepraten. Hij schreef het boek ‘Nina’, waarin de heldin van de zeepbel World Online zichzelf onprettig geportretteerd vond. Prompt stapte Nina Brink aka Aka of Vleeschdrager en later Storms naar de rechter en liet ze beslag leggen op zijn bankrekening. Dat werd lastig boodschappen doen voor Smit. Dit gebeurde in het begin van deze eeuw.

Op dit moment is de redactie van Skepter aan de beurt. Dat tijdschrift neemt kwakzalverij en andere pseudowetenschap onder schot. De beledigde partij is Ruggero Santilli, een Italiaans-Amerikaanse natuurkundige die er prat op gaat dat hij een nieuw deeltje heeft ontdekt, de magnecule. Flauwekul, vindt de reguliere wetenschap. De wiskundige en skeptische activist Pepijn van Erp wijdde er vorig jaar op zijn website een artikel aan onder de kop ‘The Continuing Stupidity of Ruggero Santilli’.

Of Van Erp en Skepter-voorzitter Frank Israel maar even met een paar miljoen dollar over de brug willen komen, eist Santilli. Dat bedrag zou hij zijn misgelopen door afgezegde spreekbeurten en zakendeals. Hij stapte naar de rechter.

Advokaten zijn nogal duur. De bankreserve van Skepter, opgebouwd in dertig jaar, is door de juridische schermutselingen van 250.000 euro gekelderd naar 36.000 euro. Dus heeft Skepter abonnees en sympathisanten om financiële hulp gevraagd. En inmiddels 65.000 euro opgehaald.

Soms is de charlatan – oeps, streep dat door, ik bedoel: dwalende – een rechter. De Vereniging tegen de Kwakzalverij had de arts Maria Sickesz in de kwakzalvers-top 20 van de twintigste eeuw gezet. Sickesz gebruikte OMG – dit keer niet niet Oh My God!, maar orthomanuele geneeskunde – om wervels recht te zetten, maar ook om autisme en schizofrenie te verklaren. Sickesz naar de rechter. Die haalde Van Dale erbij, die ‘kwakzalver’ een synoniem noemde van boerenbedrieger, oplichter of knoeier. Sickesz won de zaak.

De Volkskrant zette deze uitspraak op nummer 1 in haar top tien van wetenschappelijke blunders van het jaar 2007. De advocaat van Sickesz rook waarschijnlijk nattigheid, want het recht op rectificatie bleef onbenut. En inderdaad, de Hoge Raad bleek vervolgens iets verstandiger en verwees de zaak terug naar het hof in Den Haag. Ditmaal verloor Sickesz, maar intussen was de Vereniging tegen de Kwakzalverij wel een ton armer.

Tien jaar geleden was de Britse natuurkundige en schrijver Simon Singh de sigaar. Hij schreef de column ‘Beware the Spinal Trap’ om de nep van chiropraxie aan de kaak te stellen. Uiteindelijk won Singh, maar intussen was hij wel tienduizenden ponden armer. De publieke verontwaardiging over het rechtsmisbruik was zo groot, dat de gewijzigde Britse wet op smaad en laster sinds 2013 ongefundeerde aanklachten onaantrekkelijk maakt.

Rare ideeën tref je niet alleen aan bij simpele zielen. Coen Vermeeren is lucht- en ruimtevaartingenieur, gelooft in ufo’s en ziet in 9/11 de hand van hogere instanties. Toch kon deze complotdenker zich jarenlang handhaven als docent aan de TU Delft en werd hij er hoofd van Studium Generale. Inmiddels is hij bij de universiteit opgestapt.

Micha Kat studeerde klassieke talen en kwam met de theorie dat prins Johan Friso betrokken was bij de moord op Marianne Vaatstra.

Tarik Zahzah was student scheikunde in Delft toen hij het NOS Journaal platlegde in een poging om het Nederlandse volk te waarschuwen voor een complot van overheid, media en andere organisaties om het publiek te manipuleren.

Stel de gewetenloosheid van avonturiers en de idiotie van complotdenkers aan de kaak zoveel je wilt. Maar noem hen niet ‘kwakzalver’, ‘bedrieger’ of ‘oplichter’, want voor je het weet vind je de rechter als handlanger aan hun zijde.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

De redding van Akim?

Tims lange weg naar Duitsland is afgelegd. Een moeizame geschiedenis. Toen kreeg ik een FB-berichtje. Of ik tips heb voor een 52-jarige oma in New York die haar 13-jarige kleinzoon Akim in Novosibirsk wil gaan redden. De jongen is zijn moeder op vierjarige leeftijd kwijtgeraakt aan koning alcohol en hij dreigt op straat te belanden, want zijn oudoom wil de woning voor zichzelf en zijn moeder alleen hebben.

En dus is de oma naar Siberië getogen, waar zij eerst de voogdij probeert te krijgen. Dat is op zichzelf al lastig zat, door alle bureaucratie, maar haar familie ligt ook nog eens op alle mogelijke manieren dwars. Hier volgt het verhaal van Irina Nedeljaj. Succes niet verzekerd.

________________________________

De geschiedenis van ons gezin begon lang geleden. Zo’n beetje toen de dinosauriërs nog op aarde rondliepen.

Mijn opa aan moeders kant, een moeder die mij op zijn zachtst gezegd niet aardig vindt, heeft altijd in Siberië gewoond. Deze opa, Matvej Grigorjevitsj, was een rasechte Siberiër, geboren in de stad Barnaoel. De familielegende wil dat hij geadopteerd is door een rijke rentmeester die de stoeterij van een Siberische rijkaard bestierde. Mijn opa had geen broers of zusters. Misschien waren het Oudgelovigen, in dat gezin dat mijn opa adopteerde.

Mijn opa deed de opleiding veehouderij in Barnaoel en zijn leraren stamden nog uit het prerevolutionaire tijdperk. Wat er vervolgens gebeurde, weet u wel. Na de revolutie ging mijn opa op kolchozen en sovchozen aan de slag met paarden, voornamelijk in de Altaj.

Daar, in de Altaj, woonde ook mijn oma. En daar, in de Altaj, trouwden ze. Op een dag werd mijn opa benoemd tot voorzitter van Sovchoze nr. 1. Dat was geen gewone sovchoze, maar eentje die viel onder de KNVD. Met andere woorden, daar stelde de staat ‘vijanden van het volk’ tewerk.

En daar, in die sovchoze, maakte mijn moeder tijdens een dansavond kennis met de zoon van ‘vijanden van het volk’, mijn vader Koezma. Het gezin van mijn vader was om een onduidelijke reden tegelijk met andere families vanuit Wit-Rusland naar Siberië afgevoerd. De moeder van mijn vader sprak geen woord Russisch. Ze viel hier volstrekt uit de toon. Ze geloofde in God en las geen kranten. De familie van mijn moeder ontstak in razernij over deze verkering. Op de bruiloft van mijn vader en moeder schitterde de familie van haar kant door afwezigheid.

Het werd nooit pais en vree tussen de families van mijn ouders. Mijn moeder had altijd wel een gruwelverhaal te vertellen over mijn vaders familie, vooral over haar moeder. Mijn vader over de rooie krijgen was een van haar hobby’s. En aan de houding tegenover mijn vader als persoon die zo’n ‘hoogstaande familie’ onwaardig was, houden de familieleden van mijn moeder tot op de dag van vandaag vast. In hun gesprekken met mij komt vroeg of laat steevast het moment waarop ze hun gal spuwen over mijn ‘miezerige’, allang overleden vader, een ‘atoombedwinger’. Mijn vader verrijkte uranium.

Naar eigen zeggen overleefde hij dankzij intellectuelen die vanuit Sint-Petersburg naar Siberië waren verbannen en lesgaven op de ambachtsschool en later op de technische school.

Mijn moeder behandelde mijn vader nogal eigenaardig, en mij net zo. In Amerika gebruiken ze daarvoor de woorden ‘bullying’ en ‘abuse’. Zo lang als ik me herinner, hoorde ik altijd ‘weg daar’, ‘laat dat’, ‘precies je vader’ enzovoorts.

Mijn oudere broer Kostik sloot zich in de loop der tijd aan bij die omgangsvorm jegens mij.

Toen ik een jaar of dertien was, vroeg ik mijn vader waarom hij niet scheidde van mijn moeder. Je moet toch een behoorlijke hekel aan jezelf hebben om met zo iemand samen te leven. Dat zei ik omdat ik niet wist waar ik het zoeken moest in die nachtmerrie.

Mijn vader zei me bedroefd dat hij ‘zijn woord’ maar eenmaal kon geven, zoals zijn eed aan de tsaar betekende dat hij geen trouw kon zweren aan de Voorlopige Regering.

En zo ging hun leven door. Ik rukte me eruit los toen ik zestien was. Eerst ging ik bij mijn zus wonen, daarna bij een vriendin en vervolgens zwierf ik van hot naar her. Het waren Sovjettijden, treurige tijden, en ik kon geen kant op.

Dus toen mijn eerste man mij een aanzoek deed, zei ik ja en verhuisden we naar een studentenflat van het Pedagogisch Instituut. Dat ik daarmee van de regen in de drup terechtkwam, verbaast me achteraf niets. Het gewone verhaal.

Wat ik wel verbazingwekkend vind, is dat de verstandhouding binnen mijn familie niet verbeterde. Niemand ging normaal tegen mij doen, mijn moeder noch mijn broer. Je zou toch zeggen dat als iemand aan wie je om een of andere reden een hekel hebt jou van zijn aanwezigheid verlost, je gevoelens toch tenminste lauw worden. Maar nee hoor. Ze bleven me bestoken met van alles. Mijn moeder komt me opzoeken in dat studentenhuis en steeds weer moet ik iets: laat je uitschrijven uit mijn woning of omgekeerd – schrijf je weer in. Als het maar beter uitkwam voor Kostik.

Maar dit alles verbleekt bij het volgende verhaal.

Nadat mijn vader, de man die zijn woord maar eenmaal kon geven, was overleden, raakten mijn moeder en broer volledig buiten zinnen. Elke dag belden ze me op met de eis dat ik afstand moest doen van mijn vaders erfenis. Geen idee wat voor erfenis dat was, ik was al jaren niet meer in mijn ouderlijk huis geweest. Mijn moeder zag me daar niet graag. En nu kom ik er helemaal niet meer in.

In die moeilijke tijden was ik aan alle kanten vastgelopen. Mijn oudste dochter stortte zich als tiener in het wilde leven, mijn tweede echtgenoot raakte van god los, en de dood van mijn vader doemde boven mij op als een enorme zwarte raaf. Dus stemde ik in met de eisen omwille van de lieve vrede.

Toen ik bij de notaris aankwam die ‘onze’ zaak afhandelde, zat mijn moedertje er al. De notaris, een dame met lange nagels, kijk mij aan en zegt dat ze mij begrijpt, het verlies van mijn vader begrijpt, ze had net zelf haar lieve hondje verloren. Ze kijkt me nog eens diep in de ogen en zegt dat als ik mijn handtekening eenmaal gezet heb, de zaak nooit meer terug te draaien valt. Ik knik.

Mocht u denken dat niemand in mijn omgeving had gewaarschuwd dat mijn handtekening niets zou veranderen, dat mijn familie mij heus niet beter gingen behandelen, dan heeft u het mis. En zelf had ik dat ook al wel bedacht, maar iets onbestemds deed me besluiten afstand te doen van mijn vaders erfenis, ik weet niet waarom.

Toen ik knikte, pakte de notaris een map uit de stapel, en las hardop het nummer voor van de zaak. De notaris zei, ik verzin het niet: „Verwerping van de erfenis onder nummer 666.”

Ik keek naar mijn moeder. Ze verroerde zich niet. ’s Zondags ging ze trouwens naar de kerk, althans, dat zei ze.

Ik zette mijn handtekening. De teerling was geworpen.

Met de nasleep daarvan zitten we vandaag.

De door mijn moeder bruut ingelijfde Akim groeide op en werd een blok aan het been van mijn broer. Hij pakte de jongen de sleutel van mijn moeders woning af en zei dat hij hem op straat ging zetten. Toen ik er over de telefoon bij mijn moeder op aandrong dat ze Akim en mij de tijd moest gunnen om mijn voogdij over hem te regelen, meldde ze mij kort en bondig dat de woning en alle andere spullen van mijn vader op naam van mijn broer waren gezet en dat mijn broer onmiddellijk van Akim af wilde.

Dat lijkt een slechte zaak, maar nee, dat was precies goed. Eindelijk vielen Akim de schellen van de ogen, eindelijk ging hij akkoord met het lange en lastige adoptieproces. Daarmee ging hij in feite akkoord met oorlog.

Toen hij nog twijfelde, gaf ik hem het citaat van Churchill aan het Engelse volk: „Wie in de keuze tussen oorlog en schande kiest voor schande, krijgt zowel schande als oorlog.”

En ik zei tegen Akim: „Wij hebben voor oorlog gekozen. En vechten zullen we. En we zullen terugdenken aan wat er gebeurd is, medelijden hebben met onszelf, onze wonden likken, maar dat doen we wel als de oorlog voorbij is.”

Als u zich afvraagt waar de ouders van Akim uithangen, kan ik kort zijn: zijn vader was zo ongeveer meteen weg, zijn moeder sloop langzaam uit zijn leven en we weten niet hoe ze het maakt en waar ze is.

Wel vreemd hoe de voogdijraad reageerde toen ik me daar meldde en de situatie uiteenzette: ik kreeg een wagonlading verwensingen over me heen. Het was trouwens mijn tweede poging om Akim te redden. Mijn eerste poging, zeven jaar eerder, leidde tot een handgemeen met mijn moeder. Nou ja, handgemeen, ze kwam met gebalde vuisten op me af en ik week terug omdat Akim erbij was en ik wilde hem die scène besparen.

Maar nu wordt hij het huis uitgezet. Ik kom hem ophalen en zij zwaait vanachter het raam met haar vuisten. Wat maken mij dan nog de bureaucratie en drieduizend paperassen uit, of allerlei kosten, zoals de huur van een flatje.

Soms vervloek ik wel stilletjes wijlen mijn vader. Hij met zijn eed, terwijl ik mijn hele leven overhoop gooi.

Ik heb eerst afgewacht. Geld en pakjes gestuurd en telefoongesprekken gevoerd met iemand die mij haat, proberen haar niet boos te maken, want dan reageert ze zich af op het kind. Maar wachten is nu geen optie meer.

________________________________

Reageren kan hier.