Krant

Zeven uur in de ochtend. Ik ben bijna klaar met de krantenwijk waarmee ik mijzelf dwing dagelijks anderhalf uur te bewegen. Anders slib ik op mijn oude dag dicht op de stoel voor mijn computerscherm.

Uit een deur die al openstond, komt een dame op leeftijd de straat oplopen. „Meneer, kunt u mij helpen mijn man op te tillen? Hij is gevallen.” De vrouw in dit Duitse grensdorp is onmiskenbaar Nederlands.

In de huiskamer ligt de bejaarde bewoner, gezicht gehavend en bloedplas op de grond, naast een eenpersoonsbed met bedpapegaai en triangel. Hij strekt zijn armen naar me uit en laat zich het bed op zeulen. „Aah!”, klinkt zijn langgerekte pijnkreet. Eenmaal op het bed draait hij zich af naar de muur. Het lijkt erop dat hij niet kan praten.

Voor de deur staat een oude Mercedes met een kentekenplaat waarop zijn initialen staan. Dat kan in Duitsland. Als je oud en bedlegerig bent, ga je als Nederlander niet vlak over de grens wonen, denk ik. Dus deze mensen moeten hier al een tijdje wonen. En hadden deze situatie niet voorzien. Of niet willen voorzien. En toen sloeg het noodlot toe.

Mijn gedachten gaan terug naar Levensavond, het bejaardentehuis in Berg en Dal waar ik op mijn zestiende ook al de krant bezorgde. De meeste bewoonsters – ik herinner me vooral vrouwen – wilden graag dat je de krant op hun kamer kwam brengen. Ik herinner me de stoffige, bedompte lucht die me tegemoet walmde vanuit die vertrekken.

Later stond op deze plek De Vijverhof. Mijn ouders waren er beland na de twee beroertes die mijn moeder troffen op haar 68e. Ze was even oud als ik nu. In dit tweekamerappartement voelden mijn ouders zich op hun gemak, dankzij attent personeel en een goede keuken. Toen mijn vader twee jaar later stierf, was een verzorgster snel ter plaatse geweest.

Net als nu koos ook toen niet iedereen voor een tehuis. De keuze was er niet louter een van rangen en standen. Een Nijmeegse huisarts, afkomstig uit een statig herenhuis in het centrum van de stad, zat er ook met zijn vrouw. Maar je had er ook dametjes die andere bewoners tijdens de bingo wegpestten uit de gemeenschappelijke ruimte. Dat de plaaggeesten na de lagere school niet uit de maatschappij verdwijnen, besef je als je ze weer tegenkomt tijdens de militaire dienst of in het ziekenhuis.

En tot een aantal jaar geleden ook in het bejaardentehuis. Maar die tijd lijkt voorbij. Nu de babyboomers voor een ongekend grote grijze golf zorgen, gaat het mes in allerlei onbetaalbaar geworden voorzieningen. De rust en zekerheid van weleer hebben plaatsgemaakt voor de Wmo en keukentafelgesprekken. De druk op de knop voor redding in een noodsituatie heeft plaatsgemaakt voor hulpverlening door een passerende krantenbezorger.

Dit is geen eindpunt. Straks is de krantenbezorger zelf aan de beurt. Wie zal hem helpen als er straks geen krant meer is?

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

Hooggeorganiseerd land

Buitenlandse kinderen die in Nederland geworteld zijn, mogen blijven als ze meewerken aan hun vertrek.
Hè? Zeg dat nog eens.
Buitenlandse kinderen die in Nederland geworteld zijn, mogen blijven als ze meewerken aan hun vertrek.

Wacht even. Dus als je weggaat, mag je blijven?
Ja. Volgens de ‘definitieve regeling’ die op het kinderpardon volgde.  Die geldt sinds 2013.

Ziehier een moderne variant van de waterproef. Blijft een vrouw drijven, dan is ze heks. Zinkt ze, dan is ze onschuldig. En dood. Maar ja, je moet er wat voor overhebben om te bewijzen dat je deugt.

„Lieve Marta, hoe oud ben jij?”
„Zes jaar.”
„Lieve Marta, waar woon jij?”
„In Lintelo.”
„Lieve Marta, waar ben jij geboren?”
„In Nederland.”
„Lieve Marta, waar ga jij naartoe?”
„Ik ga naar Armenië, want dan mag ik in Nederland blijven.”

Marta moet met de rest van haar familie terug naar Armenië, waar haar ouders in 2007 vandaan vluchtten. Knap trouwens, teruggaan naar een plek waar je nog nooit bent geweest.

Humane landen als Nederland en Duitsland grossieren in wassen neuzen en dode letters, kortom, in nepbarmhartigheid. Weet ik helaas uit eigen ervaring. Onlangs wilden wij in Duitsland de pleegzorg op ons nemen van een tienjarig neefje uit Rusland. Tuurlijk, dat kan, zei de Duitse ambassade. De Duitse wet stelt wel als voorwaarde dat het kind anders een buitengewoon hard lot treft. Tja, daar is geen sprake van, oordeelde de vreemdelingendienst in Kleef vervolgens in zijn oneindige wijsheid. In een Russisch weeshuis is het immers prima toeven. Geen visum voor het neefje. De IND zou precies zo hebben geoordeeld.

En nu zijn Howick en Lili de sigaar. Ze zijn geboren in Rusland en getogen in Nederland, maar moeten nu ‘terug’ naar Armenië. Kan prima, vindt de Raad van State, zo nodig worden ze opgevangen door de liefdadigheidsorganisatie Caritas.

Wacht even. In Nederland bekijkt de Raad voor de Kinderbescherming of kinderen goed terechtkomen. Deugt de woning? Hoe gaat het met de ouders? Hebben ze voldoende inkomen?

Niet uitzetten, oordeelt de kinderbescherming. Schadelijk voor de kinderen. Maar ja, de Raad van State weet het beter.

Wat wacht Howick en Lili? Hun alleenstaande moeder arriveerde jaren geleden in Nederland vanuit Rusland. Ze heeft niets in Armenië en woont nu op een kamertje waar geen plaats is voor haar kinderen. Psychisch is ze een wrak, na jaren van kwellende onzekerheid in Nederland en de scheiding van haar kinderen. De moeder heeft geen baan, geen inkomen, en Armenië heeft geen uitgebreid sociaal vangnet. Kortom, de kinderen zullen in een weeshuis belanden in een land waar ze nog nooit geweest zijn. Prima in orde, vindt Nederland, bij monde van de Raad van State.

Maar ja, het is natuurlijk allemaal de schuld van de moeder. Had ze maar niet van de vele juridische mogelijkheden gebruik moeten maken. Daar zijn die mogelijkheden niet voor, om ze te benutten, natuurlijk.

Een knoeiboel is het niet alleen op juridisch vlak. De politie kan er ook wat van.

„Wat doet u hier?”, vraagt een marechaussee aan een fietser die rond middernacht op de Brunssummerheide fietst.
„Een luchtje scheppen”, zegt de man. „En brieven bezorgen. Het was overdag te warm.”

De marechaussee staat er met een collega op wacht. Enkele uren eerder is er het lichaam van de elfjarige Nicky Verstappen gevonden. Heel gewoon, een nachtelijke brievenbezorger op een moordplek. Ze maken een notitie.

Drie jaar later wordt de ‘passant’ als getuige gehoord. Hij biecht een zedendelict op, maar heeft zich daar zestien jaar eerder voor laten behandelen.

Kijk, zo hoort dat. Je gaat in de fout en dan laat je je behandelen. Keurige man. Vlug verder met het onderzoek in de moordzaak.

Een jaar na het getuigeverhoor moet Jos Brech – voor NRC-lezers Jos B. – opstappen bij de scouting in Heerlen. Hij had bij de scouting tegenover een politierechercheur bekend dat hij op jongetjes van een jaar of tien valt.

In 2009 komt er een DNA-onderzoek. Die aardige man, die zich heeft laten behandelen en vlot opstapte bij de scouting, hoeft niet te komen opdagen.

Nederland is een hooggeorganiseerd land. Blijkt uit vergelijkingen met andere landen. Maar als je alleen naar Nederland zelf kijkt, valt het soms niet mee.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

Laagvliegers

Ben je 68 jaar en dan moet je weer met een basisschool aan de gang. Dat krijg je ervan als je een tienjarige in je gezin opneemt.

Onze nieuwe zoon zat tot eind mei nog in Moskou op het ‘gymnasium’. Vanaf nu doet hij de schakelklas van een Nijmeegse school. In de schakelklas stomen ze leerlingetjes uit veel verschillende buitenlanden binnen een jaar klaar voor de gewone basisschool door ze alleen Nederlands en rekenen te leren. Hij mag dan al een Nederlands paspoort hebben, onze kersverse oogappel, maar veel verder dan ‘Ik ben Tim’ en ‘Ik kom uit Rusland’ komt hij in de taal van zijn nieuwe vaderland nog niet.

Zijn nieuwe school is de gemoedelijkheid zelve. Ouders lopen zo met hun kinderen mee naar binnen en begeleiden ze naar de klas, vriendelijkheden uitwisselend met de onderwijskrachten.

De Moskouse tegenhanger is een vesting. De buitendeur is van staal en gaat maar heel kort open en dan nog stroef ook, alsof de school de leerlingen er met tegenzin binnenlaat. Meteen achter de deur staat een tourniquet. Leerlingen hebben een pasje, ouders mogen niet mee naar binnen. Op de gang zit een bewaker.

Net voorbij de tourniquet, boven aan een stenen trap uit vijf treden, staat een medisch-wit uitgedoste dame die elke leerling een infraroodthermometer tegen het voorhoofd drukt. Koorts? Wegwezen, eerst thuis uitzieken.

„Hadden wij dat ook maar”, zegt de directeur van de Nijmeegse school. „Nu dumpen ouders hun zieke kindertjes op school en die steken de rest aan, inclusief de collega’s.”

De Moskouse school mag dan ‘gymnasium’ heten, Latijn of Grieks wordt er niet gegeven. En nog veel meer niet, blijkt op een ouderavond.

„Jullie geven veel te veel huiswerk”, klaagt een moeder, „ik ben er elke dag uren mee bezig.”

Inderdaad gaat het zo, in Rusland. De lestijden liggen tussen half negen en half een, vijf dagen in de week. Meer niet. De zomervakantie duurt van 1 juni tot 1 september. En dan maken we ons in Nederland druk om de zomerse leerdip. Vanaf de eerste klas, als de kindertjes zeven jaar zijn, krijgen ze een wagonlading huiswerk mee. Het Russische onderwijs kiepert het gros van de lesstof bij de ouders over de schutting. „Zo kan ik het ook”, schampert een Nederlandse leerkracht.

„En het maffe is”, zegt de moeder, die tijdens de ouderavond net als de andere ouders op het veel te kleine stoeltje voor een achtjarige zit, „dat in de online agenda bij elk vak staat dat het binnen een kwartier gepiept moet zijn.”

„Dat komt”, legt de juffrouw uit, „omdat wij van de onderwijsinspectie de kinderen niet te zwaar mogen belasten. Daarom schrijven we bij elk vak dat kwartier, maar in de praktijk is het natuurlijk veel meer werk.”

Ook heel apart is de gymnastiekles. „Stelt weinig voor”, zegt de moeder.

De juf beaamt het. „In de bovenbouw is het nog erger. Daar bestaat gymnastiek vaak alleen uit theorie. De school is veel te bang om bij een ongeluk aansprakelijk te worden gesteld.”

Het Russisch duidt dit fenomeen van mooie kreten waarmee de lading niet wordt gedekt aan met het onvertaalbare woord ‘pokazoecha’– ruwweg schijnvertoning of neppertje.

Zwaar verontwaardigd was Tim toen hij hoorde dat de Nederlandse school geen maaltijd verstrekt, zoals hij in Moskou gewend was. Hij mopperde er weken later nog over.

„De school hier is veel leuker”, zegt een negenjarig Oekraïnertje dat dit voorjaar naar Nederland kwam. Hij haatte de school in zijn thuisland. Loodzwaar was het daar. En stijf.

Stijf ja, ook in Moskou. Als de juf binnenkomt, sta je op. Je gaat pas zitten als zij zegt dat het mag. Een schooluniform hoeft niet meer, maar broeken moeten zwart zijn en kleurige hemden zijn taboe. Op een dag kwam Tim op school met gel in zijn haar. De juf gaf hem een uitbrander. De tweede dag zei ze: „Nog één keer en ik stuur je naar huis.”

Wij naar school. „Een kind moet er netjes bijlopen”, zei de juf, „dus zo’n onverzorgd kapsel mag niet.”

„Weet u wel hoeveel tijd er in zo’n onverzorgd kapsel gaat zitten?”, bracht ik er tegenin. Daar kon ze wel om lachen. „In je vrije tijd, ga je gang, maar niet op school. Lees de statuten er maar op na.”

Dat deed ik. Geen woord in de statuten over kapsels.

En zo heeft onze Tim dan de school in Moskou verruild voor eentje in Nijmegen en zijn gymnasiumklas voor een groep die ‘Pinguïnrots’ is gedoopt. Tja, wij Nederlanders zijn laagvliegers in vergelijking tot Russen. Nou ja, in ieder geval verbaal.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

Gebefte geboefte

Wie niet bereid is smerige trucjes uit te halen, kan maar beter geen advocaat worden. Vier jaar geleden kreeg mijn jongste zoon onverwachts een verdwaalde dagvaarding. Hij had illegaal in een flatje gewoond in Nijmegen en moest twee dagen na ontvangst van de dagvaarding voor de rechter verschijnen.

Nu had hij daar nooit gewoond. Wel zijn zus, die ook was gedagvaard. Een aantal weken, tussen zijn verhuizing van Amstelveen naar Nijmegen, had zoonlief bij zijn ouders in de Duitse grensregio gelogeerd en om de emigratiebureaucratie te mijden kort bij zijn antikraakzus ingeschreven gestaan. De huisbaas was overleden, zijn weduwe probeerde via de rechter de antikrakers eruit te krijgen. Mijn zoon was er op dat moment al uitgeschreven.

Brunet Advocaten in Nijmegen hekelde in de vordering het lage morele besef van mijn zoon en dochter, die de arme, zieltogende man op zo snode wijze hadden belazerd. Dat de dochter er had gewoond in goede harmonie met de huisbaas liet Brunet weg.

„Waarom dat soort smerige trucjes?”, vroeg ik aan de pro-Deoadvocaat van mijn dochter.

„O, dat is heel gewoon hoor”, antwoordde zij, „zulke dingen doen wij ook.”

Ik moest het even op me in laten werken. Smerige trucjes, heel gewoon hoor, doen wij ook.

Eigenlijk een flauwekulletje, die zaak, die dan ook met een sisser afliep, maar heel nuttig om als argeloze burger een inkijkje te krijgen in de mores van juristen. Iets zelf meemaken is toch anders dan erover lezen.

Vandaag is het op de kop af tien jaar geleden dat de 39-jarige RTL Nieuws-cameraman Stan Storimans in Georgië omkwam door een Russische clusterbom, afgeleverd per Iskanderraket. Dat gebeurde in Gori, de geboorteplaats van de Georgische massamoordenaar Dzjoegasjvili. Deze Dzjoegasjvili noemde zich later Stalin.

Storimans was er samen met verslaggever Jeroen Akkermans op reportage. In zijn column vandaag schetst Akkermans de situatie. Rusland was Georgië binnengevallen om twee separatistische gebieden te steunen. Georgische troepen hadden zich de dag voor de clusterbom uit het nabijgelegen Gori teruggetrokken. Die bom trof dus uitsluitend burgers en dus is er volgens internationaal recht sprake van een oorlogsmisdaad.

Rusland ontkent alles. En zet in een rechtszaak tussen Georgië en Rusland bij het Hof van de Mensenrechten in Straatsburg de Britse advocaat Michael Swainston in. Die trekt zijn professionele trukendoos open. Helemaal geen Iskanderraket, die raketfragmenten zijn vast met behulp van Amerikanen van een Russisch testterrein gejat dat duizend kilometer noordelijker ligt en in Gori geplant. Die kogeltjes van de Iskander waar Akkermans het over heeft, zijn niet te zien op de eerste foto’s en video’s. Akkermans maakte zijn foto’s drie dagen na de aanval.

En de datum op video’s en foto’s? Daar kun je makkelijk mee knoeien, voert Swainston aan, gewoon de camera resetten. Met het lichaam van Storimans is mogelijk gerommeld, de sterfdatum staat helemaal niet vast, aldus de advocaat.

We kennen deze Russische benadering, van de MH17. Zaai zo veel mogelijk twijfel. Fans van Rusland zijn blij, critici worden in de verdediging gedrukt en rechters krabben zich achter de oren.

Het Kremlin laat zich niet onbetuigd. Medvedev, toen president en nu premier, verwerpt de beschuldigende conclusie van een Nederlandse regeringsmissie in 2008. Poetin meldt Rutte in 2013 dat Rusland het boek Stan Storimans heeft dichtgeslagen. Zo werkt recht op staatsniveau: de verdachte slaat het boek dicht.

Dan die smerige streken van de advocatuur. Ik mag graag Maarten ’t Hart citeren: zorg dat je uit de klauwen van het gebefte geboefte blijft.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

Handlanger

Je mag niet voor eigen rechter spelen. Maar wie poen heeft, doet het via via. Hoe? Je schakelt gewoon de rechter in om je tegenstander knock-out te slaan. Journalist Eric Smit kan erover meepraten. Hij schreef het boek ‘Nina’, waarin de heldin van de zeepbel World Online zichzelf onprettig geportretteerd vond. Prompt stapte Nina Brink aka Aka of Vleeschdrager en later Storms naar de rechter en liet ze beslag leggen op zijn bankrekening. Dat werd lastig boodschappen doen voor Smit. Dit gebeurde in het begin van deze eeuw.

Op dit moment is de redactie van Skepter aan de beurt. Dat tijdschrift neemt kwakzalverij en andere pseudowetenschap onder schot. De beledigde partij is Ruggero Santilli, een Italiaans-Amerikaanse natuurkundige die er prat op gaat dat hij een nieuw deeltje heeft ontdekt, de magnecule. Flauwekul, vindt de reguliere wetenschap. De wiskundige en skeptische activist Pepijn van Erp wijdde er vorig jaar op zijn website een artikel aan onder de kop ‘The Continuing Stupidity of Ruggero Santilli’.

Of Van Erp en Skepter-voorzitter Frank Israel maar even met een paar miljoen dollar over de brug willen komen, eist Santilli. Dat bedrag zou hij zijn misgelopen door afgezegde spreekbeurten en zakendeals. Hij stapte naar de rechter.

Advokaten zijn nogal duur. De bankreserve van Skepter, opgebouwd in dertig jaar, is door de juridische schermutselingen van 250.000 euro gekelderd naar 36.000 euro. Dus heeft Skepter abonnees en sympathisanten om financiële hulp gevraagd. En inmiddels 65.000 euro opgehaald.

Soms is de charlatan – oeps, streep dat door, ik bedoel: dwalende – een rechter. De Vereniging tegen de Kwakzalverij had de arts Maria Sickesz in de kwakzalvers-top 20 van de twintigste eeuw gezet. Sickesz gebruikte OMG – dit keer niet niet Oh My God!, maar orthomanuele geneeskunde – om wervels recht te zetten, maar ook om autisme en schizofrenie te verklaren. Sickesz naar de rechter. Die haalde Van Dale erbij, die ‘kwakzalver’ een synoniem noemde van boerenbedrieger, oplichter of knoeier. Sickesz won de zaak.

De Volkskrant zette deze uitspraak op nummer 1 in haar top tien van wetenschappelijke blunders van het jaar 2007. De advocaat van Sickesz rook waarschijnlijk nattigheid, want het recht op rectificatie bleef onbenut. En inderdaad, de Hoge Raad bleek vervolgens iets verstandiger en verwees de zaak terug naar het hof in Den Haag. Ditmaal verloor Sickesz, maar intussen was de Vereniging tegen de Kwakzalverij wel een ton armer.

Tien jaar geleden was de Britse natuurkundige en schrijver Simon Singh de sigaar. Hij schreef de column ‘Beware the Spinal Trap’ om de nep van chiropraxie aan de kaak te stellen. Uiteindelijk won Singh, maar intussen was hij wel tienduizenden ponden armer. De publieke verontwaardiging over het rechtsmisbruik was zo groot, dat de gewijzigde Britse wet op smaad en laster sinds 2013 ongefundeerde aanklachten onaantrekkelijk maakt.

Rare ideeën tref je niet alleen aan bij simpele zielen. Coen Vermeeren is lucht- en ruimtevaartingenieur, gelooft in ufo’s en ziet in 9/11 de hand van hogere instanties. Toch kon deze complotdenker zich jarenlang handhaven als docent aan de TU Delft en werd hij er hoofd van Studium Generale. Inmiddels is hij bij de universiteit opgestapt.

Micha Kat studeerde klassieke talen en kwam met de theorie dat prins Johan Friso betrokken was bij de moord op Marianne Vaatstra.

Tarik Zahzah was student scheikunde in Delft toen hij het NOS Journaal platlegde in een poging om het Nederlandse volk te waarschuwen voor een complot van overheid, media en andere organisaties om het publiek te manipuleren.

Stel de gewetenloosheid van avonturiers en de idiotie van complotdenkers aan de kaak zoveel je wilt. Maar noem hen niet ‘kwakzalver’, ‘bedrieger’ of ‘oplichter’, want voor je het weet vind je de rechter als handlanger aan hun zijde.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

De redding van Akim?

Tims lange weg naar Duitsland is afgelegd. Een moeizame geschiedenis. Toen kreeg ik een FB-berichtje. Of ik tips heb voor een 52-jarige oma in New York die haar 13-jarige kleinzoon Akim in Novosibirsk wil gaan redden. De jongen is zijn moeder op vierjarige leeftijd kwijtgeraakt aan koning alcohol en hij dreigt op straat te belanden, want zijn oudoom wil de woning voor zichzelf en zijn moeder alleen hebben.

En dus is de oma naar Siberië getogen, waar zij eerst de voogdij probeert te krijgen. Dat is op zichzelf al lastig zat, door alle bureaucratie, maar haar familie ligt ook nog eens op alle mogelijke manieren dwars. Hier volgt het verhaal van Irina Nedeljaj. Succes niet verzekerd.

________________________________

De geschiedenis van ons gezin begon lang geleden. Zo’n beetje toen de dinosauriërs nog op aarde rondliepen.

Mijn opa aan moeders kant, een moeder die mij op zijn zachtst gezegd niet aardig vindt, heeft altijd in Siberië gewoond. Deze opa, Matvej Grigorjevitsj, was een rasechte Siberiër, geboren in de stad Barnaoel. De familielegende wil dat hij geadopteerd is door een rijke rentmeester die de stoeterij van een Siberische rijkaard bestierde. Mijn opa had geen broers of zusters. Misschien waren het Oudgelovigen, in dat gezin dat mijn opa adopteerde.

Mijn opa deed de opleiding veehouderij in Barnaoel en zijn leraren stamden nog uit het prerevolutionaire tijdperk. Wat er vervolgens gebeurde, weet u wel. Na de revolutie ging mijn opa op kolchozen en sovchozen aan de slag met paarden, voornamelijk in de Altaj.

Daar, in de Altaj, woonde ook mijn oma. En daar, in de Altaj, trouwden ze. Op een dag werd mijn opa benoemd tot voorzitter van Sovchoze nr. 1. Dat was geen gewone sovchoze, maar eentje die viel onder de KNVD. Met andere woorden, daar stelde de staat ‘vijanden van het volk’ tewerk.

En daar, in die sovchoze, maakte mijn moeder tijdens een dansavond kennis met de zoon van ‘vijanden van het volk’, mijn vader Koezma. Het gezin van mijn vader was om een onduidelijke reden tegelijk met andere families vanuit Wit-Rusland naar Siberië afgevoerd. De moeder van mijn vader sprak geen woord Russisch. Ze viel hier volstrekt uit de toon. Ze geloofde in God en las geen kranten. De familie van mijn moeder ontstak in razernij over deze verkering. Op de bruiloft van mijn vader en moeder schitterde de familie van haar kant door afwezigheid.

Het werd nooit pais en vree tussen de families van mijn ouders. Mijn moeder had altijd wel een gruwelverhaal te vertellen over mijn vaders familie, vooral over haar moeder. Mijn vader over de rooie krijgen was een van haar hobby’s. En aan de houding tegenover mijn vader als persoon die zo’n ‘hoogstaande familie’ onwaardig was, houden de familieleden van mijn moeder tot op de dag van vandaag vast. In hun gesprekken met mij komt vroeg of laat steevast het moment waarop ze hun gal spuwen over mijn ‘miezerige’, allang overleden vader, een ‘atoombedwinger’. Mijn vader verrijkte uranium.

Naar eigen zeggen overleefde hij dankzij intellectuelen die vanuit Sint-Petersburg naar Siberië waren verbannen en lesgaven op de ambachtsschool en later op de technische school.

Mijn moeder behandelde mijn vader nogal eigenaardig, en mij net zo. In Amerika gebruiken ze daarvoor de woorden ‘bullying’ en ‘abuse’. Zo lang als ik me herinner, hoorde ik altijd ‘weg daar’, ‘laat dat’, ‘precies je vader’ enzovoorts.

Mijn oudere broer Kostik sloot zich in de loop der tijd aan bij die omgangsvorm jegens mij.

Toen ik een jaar of dertien was, vroeg ik mijn vader waarom hij niet scheidde van mijn moeder. Je moet toch een behoorlijke hekel aan jezelf hebben om met zo iemand samen te leven. Dat zei ik omdat ik niet wist waar ik het zoeken moest in die nachtmerrie.

Mijn vader zei me bedroefd dat hij ‘zijn woord’ maar eenmaal kon geven, zoals zijn eed aan de tsaar betekende dat hij geen trouw kon zweren aan de Voorlopige Regering.

En zo ging hun leven door. Ik rukte me eruit los toen ik zestien was. Eerst ging ik bij mijn zus wonen, daarna bij een vriendin en vervolgens zwierf ik van hot naar her. Het waren Sovjettijden, treurige tijden, en ik kon geen kant op.

Dus toen mijn eerste man mij een aanzoek deed, zei ik ja en verhuisden we naar een studentenflat van het Pedagogisch Instituut. Dat ik daarmee van de regen in de drup terechtkwam, verbaast me achteraf niets. Het gewone verhaal.

Wat ik wel verbazingwekkend vind, is dat de verstandhouding binnen mijn familie niet verbeterde. Niemand ging normaal tegen mij doen, mijn moeder noch mijn broer. Je zou toch zeggen dat als iemand aan wie je om een of andere reden een hekel hebt jou van zijn aanwezigheid verlost, je gevoelens toch tenminste lauw worden. Maar nee hoor. Ze bleven me bestoken met van alles. Mijn moeder komt me opzoeken in dat studentenhuis en steeds weer moet ik iets: laat je uitschrijven uit mijn woning of omgekeerd – schrijf je weer in. Als het maar beter uitkwam voor Kostik.

Maar dit alles verbleekt bij het volgende verhaal.

Nadat mijn vader, de man die zijn woord maar eenmaal kon geven, was overleden, raakten mijn moeder en broer volledig buiten zinnen. Elke dag belden ze me op met de eis dat ik afstand moest doen van mijn vaders erfenis. Geen idee wat voor erfenis dat was, ik was al jaren niet meer in mijn ouderlijk huis geweest. Mijn moeder zag me daar niet graag. En nu kom ik er helemaal niet meer in.

In die moeilijke tijden was ik aan alle kanten vastgelopen. Mijn oudste dochter stortte zich als tiener in het wilde leven, mijn tweede echtgenoot raakte van god los, en de dood van mijn vader doemde boven mij op als een enorme zwarte raaf. Dus stemde ik in met de eisen omwille van de lieve vrede.

Toen ik bij de notaris aankwam die ‘onze’ zaak afhandelde, zat mijn moedertje er al. De notaris, een dame met lange nagels, kijk mij aan en zegt dat ze mij begrijpt, het verlies van mijn vader begrijpt, ze had net zelf haar lieve hondje verloren. Ze kijkt me nog eens diep in de ogen en zegt dat als ik mijn handtekening eenmaal gezet heb, de zaak nooit meer terug te draaien valt. Ik knik.

Mocht u denken dat niemand in mijn omgeving had gewaarschuwd dat mijn handtekening niets zou veranderen, dat mijn familie mij heus niet beter gingen behandelen, dan heeft u het mis. En zelf had ik dat ook al wel bedacht, maar iets onbestemds deed me besluiten afstand te doen van mijn vaders erfenis, ik weet niet waarom.

Toen ik knikte, pakte de notaris een map uit de stapel, en las hardop het nummer voor van de zaak. De notaris zei, ik verzin het niet: „Verwerping van de erfenis onder nummer 666.”

Ik keek naar mijn moeder. Ze verroerde zich niet. ’s Zondags ging ze trouwens naar de kerk, althans, dat zei ze.

Ik zette mijn handtekening. De teerling was geworpen.

Met de nasleep daarvan zitten we vandaag.

De door mijn moeder bruut ingelijfde Akim groeide op en werd een blok aan het been van mijn broer. Hij pakte de jongen de sleutel van mijn moeders woning af en zei dat hij hem op straat ging zetten. Toen ik er over de telefoon bij mijn moeder op aandrong dat ze Akim en mij de tijd moest gunnen om mijn voogdij over hem te regelen, meldde ze mij kort en bondig dat de woning en alle andere spullen van mijn vader op naam van mijn broer waren gezet en dat mijn broer onmiddellijk van Akim af wilde.

Dat lijkt een slechte zaak, maar nee, dat was precies goed. Eindelijk vielen Akim de schellen van de ogen, eindelijk ging hij akkoord met het lange en lastige adoptieproces. Daarmee ging hij in feite akkoord met oorlog.

Toen hij nog twijfelde, gaf ik hem het citaat van Churchill aan het Engelse volk: „Wie in de keuze tussen oorlog en schande kiest voor schande, krijgt zowel schande als oorlog.”

En ik zei tegen Akim: „Wij hebben voor oorlog gekozen. En vechten zullen we. En we zullen terugdenken aan wat er gebeurd is, medelijden hebben met onszelf, onze wonden likken, maar dat doen we wel als de oorlog voorbij is.”

Als u zich afvraagt waar de ouders van Akim uithangen, kan ik kort zijn: zijn vader was zo ongeveer meteen weg, zijn moeder sloop langzaam uit zijn leven en we weten niet hoe ze het maakt en waar ze is.

Wel vreemd hoe de voogdijraad reageerde toen ik me daar meldde en de situatie uiteenzette: ik kreeg een wagonlading verwensingen over me heen. Het was trouwens mijn tweede poging om Akim te redden. Mijn eerste poging, zeven jaar eerder, leidde tot een handgemeen met mijn moeder. Nou ja, handgemeen, ze kwam met gebalde vuisten op me af en ik week terug omdat Akim erbij was en ik wilde hem die scène besparen.

Maar nu wordt hij het huis uitgezet. Ik kom hem ophalen en zij zwaait vanachter het raam met haar vuisten. Wat maken mij dan nog de bureaucratie en drieduizend paperassen uit, of allerlei kosten, zoals de huur van een flatje.

Soms vervloek ik wel stilletjes wijlen mijn vader. Hij met zijn eed, terwijl ik mijn hele leven overhoop gooi.

Ik heb eerst afgewacht. Geld en pakjes gestuurd en telefoongesprekken gevoerd met iemand die mij haat, proberen haar niet boos te maken, want dan reageert ze zich af op het kind. Maar wachten is nu geen optie meer.

________________________________

Reageren kan hier.

Tims lange weg naar Duitsland (slot)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5Deel  6 | Deel  7 | Deel  8 Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

Hoera, een zoon! Eindelijk! Waar de ooievaar negen maanden over doet, daar had de bureaucratie twaalf maanden voor nodig. Maar een jaar is zo lang nog niet, als je bedenkt dat een buitenlandse adoptie in Nederland algauw een proces van een jaar of vijf is. En die ellenlange procedure is bovendien voorbehouden aan adoptanten van een willekeurig onbekend kind. De slagboom blijft dicht als het gaat om een specifiek bekend kind.

Zonder adoptie hadden we ons Moskouse neefje Tim, inmiddels tien jaar, niet kunnen redden van het weeshuis. We probeerden het eerst met voogdij. Geduld, zei ons woonland Duitsland na onze aanvraag om het joch bij ons thuis in Kranenburg te mogen opvoeden. Maandenlang werden we aan het lijntje gehouden en ten slotte keken we tegen een moddervette Duitse middelvinger aan. In Nederland waren we geen haar beter af geweest. De IND gebruikt dezelfde vinger.

Sommige dingen doet de Russische overheid beter. Die probeert kinderen zo veel mogelijk buiten het weeshuis te houden. Wie wel eens zo’n weeshuis heeft gezien, begrijpt waarom. En dus wordt adopteren in Rusland gestimuleerd, zeker binnen eigen land. Adopteren is er gratis, je betaalt niet eens griffierecht en een advocaat hoeft niet.

Mijn eega is nog steeds ook Russisch staatsburger, dus dat zat wel goed. Wijselijk hield ik mij als Nederlander zo veel mogelijk op de achtergrond. Rusland doet moeilijk tegenover adoptanten die uit landen komen waar homo’s mogen trouwen. Mijn eega adopteerde, ik niet.

Vanuit Duitsland of Nederland een buitenlands kind adopteren is trouwens een crime. Bij een interlandelijke adoptie moet eerst het woonland van de adoptant een plasje over de aanvraag doen. Van Nederland zouden wij meteen al nul op het rekest hebben gekregen, want we zijn ouder dan 45 jaar. Oudjes als wij kunnen fluiten naar de vereiste beginseltoestemming van de minister van Justitie. Een kind kan beter wegrotten in een weeshuis dan belanden in een bejaardensoos. Toch?

Van de Duitse bureaucratie hadden wij inmiddels onze bekomst. Dus moest het geen interlandelijke, maar een binnenlands Russische adoptie worden. Over het buitenland heeft Den Haag gelukkig niets te vertellen, dus als iemand legaal in Rusland woont en er adopteert, rest mijn vaderland slechts knarsetandend in te stemmen. Afijn, mijn eega schreef zich uit in Duitsland, regelde de verhuizing naar haar geboortestad Moskou en bivakkeerde er bijna anderhalf jaar. Legaal, ze heeft immers een Russisch paspoort.

Het lukt jullie nooit, voorspelden Russische vrienden, want de Nederlandse autoriteiten hebben het heus wel door als iemand speciaal in Rusland gaat wonen om een kind te adopteren. Kleine misvatting. Mijn eega was naar Moskou gegaan om haar hulpbehoevende moeder van 89 te verzorgen en toen pas werd die weeshuisdreiging acuut. Maar dan nog. Als je niet mag profiteren van de wet, zouden de Stones en U2 geen kantoor in Amsterdam hebben enkel en alleen maar om via een weliswaar dubieuze, maar volkomen legale constructie belasting te omzeilen. Dat je de wet ten eigen faveure zou mogen benutten, gaat er bij veel Russen niet in, gewend als de burger daar is aan een overheid die het wetboek vooral ziet als een stok om de onderdanen mee te slaan.

Dus onze ‘truc’ lukte. En omdat mijn eega al bijna een kwarteeuw ook Nederlandse is, is haar kind automatisch kaaskop. Afgelopen week kon Tim zijn Nederlandse paspoort in ontvangst nemen. Inmiddels is hij ook officieel inwoner van Kranenburg. ‘Wir schaffen das, jawohl, Frau Merkel!’

Champagne! Nog wel even onze wonden likken. De grootste bres in ons spaartegoed werd geslagen door een Russisch advocatenkantoor dat we in onze aanvankelijke onzekerheid hadden aangezocht en dat ons een zekere en snelle rechtsgang voorspiegelde, maar niet leverde. Toen we de bluf doorkregen, was ons banksaldo al naar het zuiden afgezakt. Daarnaast hebben we maandenlang dubbele woonlasten gehad. Klagen wij? Nee, even geen Nederlandertje spelen, we zijn veel te blij met ons nieuwe gezinslid.

Was er maar een website geweest die ons de weg had gewezen. Niet gevonden. Dus dan maar zelf gemaakt. Als wegwijzer voor lotgenoten in het adoptielabyrint. Zie: adoptant.nl.

Tim heeft zijn lange weg naar Duitsland afgelegd. Finish! Pff, dat is nog eens andere koek dan de Vierdaagse.

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5Deel  6 | Deel  7 | Deel  8 Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

________________________________

Reageren kan hier.

Pizdets!

Binnenkort zitten we een jaar voor het lustrum van de MH17. Tot mijn verbazing zijn er ook in mijn omgeving mensen die menen dat de Oekraïners de Maleisische Boeing  hebben neergehaald. Vanwaar die overtuiging? „Die Oekraïners zijn nog erger dan Russen.”

Feiten helpen niet. Dat de pro-Russische Russen in Oost-Oekraïne onmiddellijk na het gebeuren enthousiast wereldkundig maakten dat ze een AN-26 van de  Oekraïense luchtmacht hadden neergehaald. Dat gesprekken waarin Russische strijders ter plekke hardop beseffen dat ze een passagiersvliegtuig uit de lucht hebben geschoten, gewoon online staan. Dat er beelden zijn van het transport van de Boek-raket die is afgevuurd. Dat er geen beelden zijn van de Oekraïense Boek die het volgens Moskou zou zijn geweest. Dat Moskou met een groot aantal verschillende varianten is gekomen over de gang van zaken, geen van alle wijzend naar Rusland zelf.

Premier Rutte sprak onlangs met Trump over de MH17 en hoopt op Amerikaanse steun voor het lopende onderzoek en vervolging van de daders. Wat te verwachten valt van Trump, die door Kim Jong-un in zijn hemd is gezet nu Noord-Korea alleen bereid blijkt zijn kernwapens te vernietigen als de VS hetzelfde doet, weet niemand, ook Trump niet.

En Poetin? Maak je geen illusies. De mentaliteit van de roesski moezjik – Russische vent – heb ik meteen na de ramp in een column uiteengezet met een kijkje onder het schedeldak van Vladimir Vladimirovitsj. Ik herhaal het vier jaar later nog maar eens. Er is geen woord van onjuist gebleken. Ik hoef niets terug te nemen of te rectificeren. Vuige taal hieronder? Sorry hoor, maar zo denken Russische patsers en zo praten ze onder elkaar.

________________________________

Pizdets! Kut! Hebben die klojo’s een paar honderd burgers uit de lucht geschoten. Wat een lul, die Strelkov. Rebellenleider, het zal wat! Die achterlijke hufters kunnen nog geen kop van een reet onderscheiden. En nou gaat de wereld ons er natuurlijk de schuld van geven.

„Barack, nou ik je toch aan de lijn heb, er komt net een bericht binnen van een vliegramp boven Oost-Oekraïne. Ik wil daarover alvast kwijt dat alles de schuld is van de fascisten in Kiev. Die moesten zo nodig doorvechten.”

Zo, van die zwartjoekel ben ik weer even af. Nou maar hopen dat er niet te veel Amerikanen in dat toestel zaten, anders krijg ik met die oetlul nog meer gezeik.

„Hé jongens, doe even een bericht uit. Schrijf maar dat, wat er ook voor feiten boven tafel komen, de oorzaak van de ramp is gelegen in de weigering van Kiev om de gevechten te staken, O, en zorg er even voor dat wij die zwarte dozen in handen krijgen. Nee sukkels, dat hoef je niet in dat bericht te zetten.”

Hè, da’s vervelend. Rutte aan de lijn. Waar is de factsheet?

O ja, met zijn koning heb ik nog een pilsje gepakt in Sotsji. Die zie ik in 2018 wel weer bij het voetballen. Zeventien miljoen inwoners? Klein bier.

„Wat zeg je? Tuurlijk Mark, tuurlijk verleen ik alle medewerking. Nee echt, ik doe mijn uiterste best, maar je weet toch dat het daar oorlog is? En het is een ander land, hè. Ik ben daar niet de baas, dat weet je. Maar oké, maak je niet ongerust, ik ga het regelen.”

Wat een druktemaker, die eikel. Zegt ie thuis op tv dat wij een ‘intens’ gesprek hadden. Iets over een laatste kans die hij mij geeft, dat lulletje rozenwater.

„Hé jongens, wijzig ‘intens’ even. Doe maar ‘energiek’, dat klinkt wel goed. Verder niks inhoudelijks in dat persbericht.”

Tering! Als ik het niet dacht! Misbruiken die klootzakken in het Congres de toestand om er een anti-Russische wet door te drukken. Bondgenoot van de VS worden ze –  Oekraïne, Georgië en Moldova.

„Jongens, doe even een bericht uit dat niemand de situatie politiek mag uitbuiten. Zet er ook maar even in dat een ramp mensen hoort te verbinden en niet te verdelen.

Die Kerry gaat nou echt te ver. Wij zouden die lui die raket hebben gegeven. Soekin syn! Hoerenzoon! Een minister van Buitenlandse Zaken hoort geen beschuldigingen te uiten zonder bewijs. Bovendien hebben die kut-Oekraïners het gedaan.

Even kijken, waar staan we? Een paar Maleisiërs, wat Australiërs. Ja, die Abbott is een etterbak. Een Australische premier kent de weg naar Washington en Londen. Klote

Nederland? Nog geen deuk in een pakje boter slaan die lui. Handelaartjes. Tuk op gas. Die andere landen, dat kan lastiger worden. Klootzakken! Pizdets!

________________________________

Reageren kan hier.

Dwars kind (10)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5Deel  6 | Deel  7 | Deel  8 Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

Wanneer ben je als kind Nederlander? Als ten minste een van je ouders Nederlander is. Of je bent afgeleverd door de ooievaar of de rechter, maakt niet uit. En zo heeft een Russische rechter in april een Nederlander gecreëerd. Hoe? Door ons adoptieverzoek toe te wijzen. Gefeliciteerd, Willy, met je nieuwe onderdaan. Mag ik je even voorstellen: Tim uit Moskou, negen jaar.

Alleen weet Nederland dat nog niet. We moeten ons nog melden bij het loket van een grensgemeente. En allerlei dingen bewijzen. Bijvoorbeeld dat de moeder en haar voorgebakken zoon in dat verre, vreemde land hun ‘gewone verblijfplaats’ hadden. Wat nu, als ten tijde van de adoptie de ouders in Nederland of Duitsland en het kind in Rusland woonden? Dan gaat het feest mooi niet door. Daar heeft de wetgever een stokje voor gestoken. Het is niet de bedoeling dat hele volksstammen met een kinderwens op eigen houtje in den vreemde oeverloos Nederlandertjes gaan zitten creëren.

Nu hadden wij helemaal geen kinderwens. Op opaleeftijd weer vader worden had ik graag overgelaten aan Mick Jagger.  Maar ja, wat doe je als een neefje in een Russisch weeshuis dreigt te belanden omdat er geen ouders meer voorhanden zijn?

Voor het loket waar we gaan aankloppen, maakt dat niet uit. Nobelheid wordt niet beloond. De bureaucraat wil weten of de regeltjes zijn gevolgd en of we dat kunnen bewijzen. En dan mag hij er ook nog iets van vinden: ja, het klopt of nee, het klopt niet, want kijk, op die ene i staat geen puntje.

Dus: woonde de moeder wel in Rusland? Ja, hier is mijn inschrijving bij de burgerlijke stand. Maar woonde u niet ook in Nederland? Nee, al jaren niet meer. Of in Duitsland? Nee, meer dan een jaar geleden uitgeschreven. Woonde u wel samen met het kind? Ja, kijk maar. Waar deed u uw boodschappen? Alsjeblieft, bankafschriften: een jaar lang boodschappen gepind in Moskou. Enzovoorts enzovoorts.

Wat als de lokettist van de grensgemeente echt een ontbrekend puntje op de i ontwaart? Dan stappen we naar de rechter en halen we daar ons gelijk. Nadeel: uitstel, stress en vier mille aan advocaatkosten.

Intussen ben ik wel expert adoptie geworden. Dankzij vele kastjes en muren. Waar moet ik in godsnaam beginnen? Laat ik eens naar de Stichting Adoptievoorzieningen bellen. „Nee meneer, dat soort zaken doen wij niet. U moet bij de IND zijn.”

IND: „Nee meneer, wij doen geen adopties. U moet bij de Stichting Adoptievoorzieningen zijn.”

Dan maar naar een advocaat voor familierecht. „Nee meneer, wij doen geen internationale zaken.” Of een advocaat voor vreemdelingenrecht. „Nee meneer, wij doen geen familierecht.” Totdat we eindelijk een advocaat in Amsterdam vonden die het wel wist. Nadeeltje: haar tarief bedraagt 250 euro per uur. Ze bleek het waard.

Wat weet ik nu van adopties? Je hebt binnenlandse en interlandelijke adopties. Interlandelijke adopties duren jaren, want je moet gevechten leveren met de bureaucratie in verschillende landen. Is een van die landen toevallig Nederland, dan loop je tegen de akeligste regels ter wereld aan: je mag niet adopteren als je ouder bent dan 46 jaar en je gaat een jarenlang proces in met onderweg hopelijk de onmisbare beginseltoestemming van een rechter.

Tim, kun je vijf jaar wachten in een weeshuis, want… O nee, toch niet, wij zijn te oud en mogen je niet adopteren.

Stichting Adoptievoorzieningen: „Je kunt via de IND regelen dat het familielid als pleegkind naar je toe komt.”

IND: „Flikker op, voor een Russisch kind is er niets mis met een Russisch weeshuis.”

Komende week kloppen we aan bij een loket van een grensgemeente. Duimen maar. En daarna wacht ons het allermoeilijkste: hoe voed je een dwars kind op dat eraan gewend is geraakt dat je volwassenen niet kunt vertrouwen?

(Wordt vervolgd)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5Deel  6 | Deel  7 | Deel  8 Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

________________________________

Reageren kan hier.

Troep

De man met de baard aan het hoofd van de tafel kijkt mij strak aan. „We zitten hier speciaal voor jou”, zegt hij, „om het een beetje behapbaar voor je te houden. Maar eigenlijk hebben wij geen lichaam. En zijn we niet wie men denkt dat we zijn. Maar de werkelijkheid zou te moeilijk voor je zijn om te bevatten.”

Rechts van hem zit een vrolijk type met een gehoornde helm op. „Je mag me Lucifer noemen”, biedt hij aan. „Al heb ik eigenlijk geen naam.”

„Het is dat ik coke heb gesnuifd”, zeg ik, ”maar anders zou ik deze scène behoorlijk eng vinden.”

„Coke?”, zegt Lucifer. „Als die straks is uitgewerkt, zul je bang zijn voor drie.”

„Laat me de rest even voorstellen”, zegt de baard. „Vanaf links: Michaël, Gabriël, Rafaël en Uriël.”

„De aartsengelen? Ben ik dood? Is dit de hemel? Of de hel?”

„Wat je wilt”, zegt Lucifer. „Er is geen verschil. Ze bestaan allebei niet.”

„Bent u God? Of Allah? Waar is Jezus? Of Mohammed? De heilige maagd Maria? Job? Petrus?”

„Die zijn niet nodig”, antwoordt de baard. „Ik zei toch dat we het een beetje behapbaar willen houden. Ja, ik ben God. Of Allah. Of de natuur. Het maakt niet uit hoe je het grote geheel noemt. Vragen?”

Zeker heb ik vragen. Heel veel zelfs. „Waarom geeft u kanker aan baby’s?”

De baard lacht. „Daar gaan we weer. Een favoriete vraag van een atheïst als Christopher Hitchens. Die heb ik daarom zelf ook maar kanker gegeven. Grapje, ik geef geen kanker om te straffen. Ik geef überhaupt niemand kanker. Of welke ziekte dan ook.”

„O nee? Waar komen die ziektes dan vandaan?”

„Ik zal het je uitleggen, maar ik verwacht niet dat je het gaat begrijpen. Kijk, jullie mensen denken dat alles een doel heeft, zin heeft, ergens naartoe gaat. Maar dat is niet zo, jullie zijn een mogelijke variant in het heelal. Daar vinden spontane gebeurtenissen plaats die elkaar kunnen beïnvloeden. Er ontstaan losse elementen, maar ook samenhang. Niemand bemoeit zich er verder mee. Jullie bestaan omdat jullie kunnen bestaan. Op een gegeven moment kan het niet meer en dan zijn jullie weg.”

Inderdaad, onbegrijpelijk. „Dat heeft toch geen zin? Dat is toch onzin?”

„Ik zei toch dat je het niet zou snappen. Je wilt het ook helemaal niet snappen. Kijk, en die ziektes zijn ook spontane gebeurtenissen. Niet dat het leuk is als je ze krijgt. Maar het gebeurt en er is niemand die er wat aan kan doen.”

„Maar u bent toch almachtig?”

„Dat hebben de mensen zo verzonnen. Maar eigenlijk besta ik niet. Dus ben ik ook niet almachtig.”

Wat een onzin. „Hoezo ontstaan ziektes spontaan? En straling dan? Of de manier waarop wij de natuur om zeep helpen?”

„Ik weet dat het moeilijk is”, zegt de baard, „maar ik zal proberen het uit te leggen. De mens komt voort uit de natuur. De mens is een stukje natuur. Dus als je stelt dat de mens bezig is de natuur om zeep te helpen, zeg je in feite dat de natuur bezig is zichzelf om zeep te helpen. En dat klopt, maar het is maar een deel van de puzzel. Want als dat proces lang genoeg doorgaat, ontstaat vanzelf een situatie waarin de mens niet meer gedijt. Dan verdwijnt hij en komt er iets anders voor in de plaats. Ook weer puur natuur. Dus niets aan de hand.”

Niets aan de hand? „Wij zijn toch het hoogste dat de natuur heeft voortgebracht?”

„Het is logisch dat de mens dat zo ziet. Maar ken jij de natuur elders in het heelal? En als je zelf een wezen mocht scheppen, zou je dan niet iets beters kunnen bedenken dan de mens?”

„Ja, dat zou ik wel kunnen. Maar waarom heeft u zelf dan dat betere wezen niet geschapen?”

De baard glimlacht minzaam. „Omdat ik niet besta.”

„O nee? Hoe kan het dan dat ik nu met u zit te praten?”

Opnieuw dat minzame lachje. „Wacht maar tot die troep is uitgewerkt die je hebt geslikt.”

________________________________

Reageren kan hier.