Amusante rakker

Iemand doet aardig tegen je, maar hoe oprecht is dat? Je kunt mensen niet in hun hoofd kijken. Doorgaans. In het geval van Willem Oltmans is het me achteraf toch gelukt.

Wie wel eens een interview met de man op tv heeft gezien, zal hem niet licht vergeten. Kleurrijker en dwarser krijg je je gasten niet. Voor wie hem niet kent: Oltmans was een Tijl Uilenspiegel die de journalistiek gebruikte om bij vele groten der aarde over de vloer te komen en vervolgens als een soort privé-diplomaat Haagse bewindslieden in de wielen te rijden. Zijn bemoeienis met de kwestie Nieuw-Guinea in 1956 leverde hem de eeuwige haat van minister Luns van Buitenlandse Zaken op. Een arbritagecommissie oordeelde in 2000 dat de Nederlandse staat Oltmans jarenlang het werken onmogelijk had gemaakt en kende hem een schadevergoeding van acht miljoen gulden toe. Oltmans heeft er na jaren van armoe maar een paar jaar van kunnen genieten, tot zijn dood in 2004.

In november 1985 kreeg ik een telefoontje van De Telegraaf. Hun eigen man had samen met Oltmans en andere leden van de pacifistische Alerdinck Stichting naar Moskou willen reizen, maar geen visum gekregen. Telegraaf-mensen waren in het land der sovjets al jarenlang niet welkom. Dat ik vanuit Moskou stukjes voor die krant schreef, kostte mij uiteindelijk mijn verblijfsvergunning.

„De vredesduiven van Alerdinck zijn ruziënd naar Moskou vertrokken”, zei Henk de Mari, de persona non grata van De Telegraaf. „Zou jij ze op willen zoeken en kijken of er een verhaal in zit?”

Mijn slobbertrui stak dermate schril af tegen de maatpakken die het perscentrum van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Moskou binnenwandelden, dat ik mij snel uit de voeten maakte. Een rijzige gestalte hield mij op de valreep nog even aan en stelde zich vriendelijk voor:„Willem Oltmans. Bel me straks maar even in mijn hotel.”

„Knap van jullie vind ik dat altijd”, zei Oltmans toen ik hem belde. „Hoe jullie nu weer achter die ruzie zijn gekomen.” Met ‘jullie’ bedoelde hij De Telegraaf.

„Meneer Oltmans, ik wou u wat vragen.”

„Ik ben de oudste van ons tweeën en dus mag ik voorstellen dat we elkaar tutoyeren. Zeg maar Willem. Die trui van jou, dat kan echt niet. In mijn vrije tijd draag ik ook truien, maar voor zulke gelegenheden trek ik een pak aan. Mijn intimidatiepak, zo noem ik dat.”

„Snap ik. Daarom was ik meteen weg. Zeg Willem, de Russen beginnen moeilijk tegen me te doen. Ik denk dat ze me het land uit willen hebben. Kun jij je connecties eens polsen om te zien of daar wat aan te doen valt?”

„Ik zal kijken wat ik voor je kan doen. Kom er maar eens over praten bij mij thuis, als je in Amsterdam bent.”
„Dat is goed, als je maar wel weet dat ik dan geen pak aantrek.”
„O, dat is prima. Het liefst heb ik dat je helemaal niets aantrekt.”
„Dat gaat niet gebeuren”, verzekerde ik hem.
„Dat dacht ik wel ja, zoiets zie je, hè.” Hij klonk spijtig.

In zijn smaakvol ingerichte Amsterdamse appartement schonk hij koffie en thee, en onderwijl gaf hij af op de tafelmanieren van de slobberende Sovjet-journalist Aleksandr Bovin. Na ons gesprek was hij zo hoffelijk om mij persoonlijk met de tram naar het Centraal Station te begeleiden.

„Vroeger nam ik hier nog wel eens een jongen”, zei hij treurig, „maar dat durf ik niet meer.”
„Waarom niet?”
„Ik ben bang voor aids.”

Oltmans kon niets voor mij doen. Nog geen twee maanden later moest ik de Sovjet-Unie verlaten.

Al eerder schreef ik over deze ontmoetingen met Oltmans. Dat was in 2013. Mijn pogingen om in zijn dagboek te lezen wat hij over onze gesprekken had opgetekend, strandden. Dat deel was nog niet gepubliceerd. Onlangs kreeg ik de tekst onder ogen.

‘Ik probeerde Henk de Mari te bereiken, maar voor de verbinding tot stand kwam, vroeg een Telegraafmedewerker die in het hotel aanwezig was of hij me kon spreken. Hij heet Rob Vunderink en zei ook bij Progress Publishers in Moskou te werken. Dan weet je dus al hoe laat het is.’

Verderop, in de tweede en laatste alinea over mijn persoon, doet Oltmans opnieuw een beroep op het tijdsbesef van de lezer.

‘Deze Rob Vunderink, deze Telegraaf-man in Moskou, studeerde Russisch bij Karel van het Reve. Dan moet je intussen echt wel weten hoe laat het is. Hij verscheen op de receptie van Lurvink als een complete hippie om de sovjets te treiteren, zo van het Monument op de Dam weggelopen. Ik kon mijn ogen nauwelijks geloven. Volodja vertelde dat zijn visum na januari niet zou worden verlengd.’

De zakenman Lurvink was de initiatiefnemer van de particuliere vredesmissie. Volodja Moltsjanov werkte als journalist bij de staats-tv en had Nederlands gestudeerd. Een jaargenoot van Moltsjanov legde bij het horen van diens naam zijn rechterhand op zijn linkerschouder. Dat gebaar was een code: KGB.

Dankzij Oltmans weet ik nu eindelijk waarom ik medio jaren zestig mijn haar lang liet groeien: niet als Beatlesfan, maar om twee decennia later de sovjets te kunnen treiteren. Dan moet je intussen echt wel weten hoe laat het is.

Het voordeel van de twijfel dat ik de alom verguisde Oltmans tot dusver had gegund, is verdampt. Maar een amusante rakker, dat blijft hij.

________________________________

Reageren kan hier of onder aan deze pagina.

5 reacties op “Amusante rakker

  1. Mooi om te lezen Rob. De aversie tegen De Telegraaf vraagt nog wel om een toelichting. De krant was fel anti-communistisch maar was dat in jouw Moskouse jaren nog steeds zo’n bezwaar? Er waren toch wel meer van dergelijke media daar die wél door konden?

    1. De antipathie jegens De Telegraaf wegens sovjetvijandigheid bestond in de Sovjet-Unie nog steeds in 1985, het jaar dat Gorbatsjov aantrad. In Den Haag zat toen ambassadeur Blatov, voormalig rechterhand van Brezjnev, zich te verbijten over mijn walgelijke stukjes in die vermaledijde krant. Het is vast en zeker Blatovs werk geweest om mij uit Moskou weg te krijgen. Tijdens Gorbatsjovs politiek van perestrojka en glasnost gingen geleidelijk aan de deuren en ramen open. De Telegraaf mocht eind jaren tachtig een correspondent naar Moskou sturen. Zelf kreeg ik in 1989 weer een visum en daarmee was ik weer persona grata.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.