Maandelijks archief: oktober 2017

Tims lange weg naar Duitsland (3)

Deel 1 | Deel 2 | Deel 3 | Deel 4 | Deutsch

De negenjarige Tim is zijn moeder kwijt aan koning alcohol en mag nog niet met zijn tante annex voogd naar Duitsland. Eerst moet jeugdzorg Moskou groen licht geven voor zijn emigratie. Daarvoor is een rapport van jeugdzorg Kleef nodig over de woonomstandigheden van ons, de pleegouders.

Waar hangt dat rapport uit? De Russische post is hoogst onbetrouwbaar, maar dat kon de Duitse jeugdzorg niks schelen. Mijn smeekbede om het stuk op mijn kosten per DHL te versturen kletterde op de rotsen.

Eerste hindernis: Deutsche Post meldt via zijn website track & trace in Rusland niet te kunnen bieden. Tweede hindernis: de Russische post herkent de Duitse track & trace-code niet. Puzzelen, puzzelen, puzzelen. Wat blijkt? Je moet van de barcode de laatste drie cijfers afslopen en dan lukt het. Lastig als je met die kennis niet geboren bent.

De brief is blijven steken in Sjarapovo, 41 kilometer buiten Moskou. Net als bij tennisster Maria Sjarapova ligt de klemtoon op de tweede a. Dit even als komisch intermezzo. Het poststuk ligt er al zeven dagen en er zit geen beweging in. Mijn eega belt de Russische post.

„O, dan ligt de brief bij de douane”, meldt een dame.
Mijn eega wil weten hoe we de zaak kunnen bespoedigen.
„Contact met de douane is niet mogelijk”, zegt de dame.
Hoe lang kan de douaneafhandeling duren?
„Voor de douane geldt een onbeperkte tijdslimiet.”

Via de mail krijg ik goede raad van vrienden: „Vraag de chef van het Jugendamt in Kleef om hulp.” En: „Schakel een advocaat in.”

Chef U. van het Jugendamt heeft het hart op de juiste plaats, getuige dit interview. Ik leg hem de situatie per mail uit en vraag om hulp: ‘Ik heb er natuurlijk begrip voor dat er regels en procedures zijn, maar ik zou u zeer erkentelijk zijn als u binnen de wettelijke mogelijkheden een manier zou kunnen vinden om het verslag zo snel mogelijk in Moskou te krijgen. Ik ben bereid de verzendkosten op me te nemen.’

Reactie van chef U., laatste hoop voor verweesde kindertjes: geen, niets, niente. Hij zwijgt.

Een advocaat inschakelen dan maar? ‘Komt u maar naar Keulen’, schrijft een advocaat voor familierecht. ‘Het eerste consult kost 230 euro.’
En wat gaat zijn hulp me in totaal kosten?
‘De ervaring leert dat u op 1500 tot 2000 euro uit zult komen.’

De een z’n nood is de ander z’n brood. Ik probeer het in Kleef. Ik vraag aan een advocaat of het zin heeft het Jugendamt via een jurist te porren om die brief nogmaals te sturen, ditmaal per DHL. Mijn budget is beperkt, waarschuw ik. Voor een bedrag van 200 tot 300 euro kan ze me wel helpen, zegt ze.

‘Geachte mevrouw Hoofd’, staat als aanhef in de brief van de advocaat. De brief was verder oké. Nou was de naam Hoofd nieuw voor mij, maar de advocaat had met het Jugendamt eerder al van doen gehad en kende er wellicht beter de weg. Toch belde ik voor de zekerheid even op om te vragen wie mevrouw Hoofd was.
„Die heeft u zelf genoemd”, zei de advocaat.
Ik stond perplex. ‘Hoofd van de afdeling: de heer U.’, stond in mijn mail.
„Oeps”, zei de advocaat.
Rechtgezet. Dacht ik. Maar de volgende dag meldde een secretaresse dat ze de brief nogmaals verstuurd had. De foute aanhef was dus gewoon op de bus gegaan.

Bijna een week bleef het stil. Pas op mijn aandringen nam de advocaat per telefoon poolshoogte.
„Ik heb met meneer U. gesproken”, zei de advocaat, „en die zei dat jullie er met die brief nog lang niet zijn. Adoptie in een derde land duurt heel lang en Rusland doet er heel moeilijk over.”
Weer stond ik perplex. De advocaat en chef U. hadden op mijn kosten uitgebreid over internationale adoptie gesproken, terwijl het geen adoptiezaak is. Het gaat om voogdij en mijn eega is in Moskou al tot voogd benoemd.

Maximaal 300 euro zou de advocaat rekenen. Maar nee, er heeft een wonderbaarlijke vermenigvuldiging plaatsgevonden. In een envelop die op de mat valt, zit een rekening van 1005,25 euro. Gelukkig betoont de advocaat zich schappelijk: afbetalen mag. Dus nu moeten we ook nog slag gaan leveren met een advocatenkantoor.

Opeens komt in Rusland de Duitse brief in beweging. Op een zaterdag blijkt het stuk te zijn beland in een postkantoor waar de Moskouse jeugdzorg hem kan afhalen.

Maandag. Mijn eega wacht en wacht en wacht. Ze belt jeugdzorg. „Wij weten van niks”, zegt haar contactpersoon. „We hebben geen bericht gekregen.”

Mijn eega loopt naar het postkantoor en informeert naar een aangetekende brief uit Duitsland.
„Ja, die ligt hier”, zegt een dame, „maar ik weet niet wat ik ermee moet.”
Wat blijkt? Er staat geen geadresseerde op. Het stuk is gericht aan de Russische Federatie. Stel je de volgende adressering voor: Aan het Koninkrijk der Nederlanden, Bosbesstraat 9, Nijmegen.
Mijn vrouw biedt aan om het stuk in ontvangst te nemen.
„En wie bent u dan wel?”
„Ik ben van Jeugdzorg”, liegt mijn vrouw. Het voelt goed.
De dame kijkt argwanend. „Wat is uw functie?”
„Assistente.”
„Assistente van wie?”
„Van de directie.”
„Alstublieft. En neemt u de overige post ook maar mee.”
Mijn eega zet een handtekening. Haar ID hoeft ze niet te tonen.

De brief die wij van de Duitse jeugdzorg niet mochten zien, is in ons bezit. Mijn vrouw brengt hem naar jeugdzorg Moskou, die het stuk weer teruggeeft, zodat wij de Duitse tekst in het Russisch kunnen vertalen. Een ambtelijk stuk dat terechtkomt bij de personen over wie het gaat? Ondenkbaar in Duitsland. Ordnung muss sein. Als het Jugendamt dood was, zou het zich omdraaien in zijn graf.

(Wordt vervolgd.)

Deel 1 | Deel 2 | Deel 3 | Deel 4 | Deutsch

_______________________

Reageren kan hier.

 

 

Tims lange weg naar Duitsland (2)

Deel 1 | Deel 2  | Deel 3Deel 4 | Deutsch

Tim, inmiddels 9 jaar, is zijn moeder kwijt aan koning alcohol en krijgt zijn tante als voogd. Probleempje: Tim woont in Moskou en zijn tante woont in een Duits grensdorp. Een Russisch pleegkind mag zomaar niet mee naar het buitenland.

„Eerst moet u in Duitsland uw woning laten inspecteren”, zegt de dame van de Moskouse jeugdzorg.

O jee, stront aan de knikker. Hoe krijg je de Duitsers in beweging? Mijn eerdere ervaringen waren weinig bemoedigend geweest.

Op 12 mei was mijn eega in Moskou aangekomen. Meteen alarm: haar neefje Tim moest naar een kindertehuis. Wij wierpen ons op als voogd. Per mail vroeg ik aan het Jugendamt Kreis Kleve hoe we deze kwestie aan Duitse zijde moesten aanvliegen.

‘Ik ben met vakantie’, mailde de robot van mevrouw K. ‘Voor noodgevallen kunt u terecht bij mevrouw H.’

Een weeshuis lijkt me nogal een noodgeval. Mevrouw H. vond van niet: ‘Wacht maar rustig tot mevrouw K. terug is van vakantie.’

Eind juni. Mevrouw K. is terug van vakantie en mailt terug: ‘Ik kan niets voor u betekenen. Hoogstwaarschijnlijk kan de vreemdelingendienst u verder helpen.’

Nee mevrouw K., in Rusland vragen ze om een inspectie van onze woning hier.

Mevrouw K.: ‘Dan moet u bij mijn collega’s van adoptie zijn.’

Nee mevrouw K., het gaat niet om adoptie, we praten hier over voogdij.

Afdeling adoptie: ‘U moet toch echt bij mevrouw K. zijn. Zij doet uw dorp.’

Zo strandden mijn eerste pogingen om bij het Jugendamt Kreis Kleve zelfs maar informatie los te krijgen. En nu moesten ze gaan meewerken?

„Alstublieft”, zei de jeugdzorgdame in Moskou, „een brief voor onze collega’s in Duitsland.” In de brief een simpel verzoek: zou u de woonomstandigheden ter plaatse willen inspecteren en de voogd uw verslag ter hand willen stellen?

„Ik kom dinsdag langs”, zegt mevrouw K. medio augustus, na ontvangst van het verzoek. „Ik moet het nog wel even met mijn chef kortsluiten.”

Drie dagen later, telefoon: „Mijn chef gaat niet akkoord. Met u doen we geen zaken, alleen met collega’s. Moskou dient rechtstreeks een verzoek aan ons te richten.”

Wacht even. Die brief bevatte een rechtstreeks verzoek op het briefpapier van de Moskouse jeugdzorg. Het verzoek was gericht aan ‘de bevoegde jeugdzorginstantie in de woonplaats van de betrokkene’. Ondertekend door een Moskouse jeugdzorgchef.

Niet goed genoeg, oordeelde mevrouw K. na het gesprek met haar chef. „De brief mag niet via u komen.” Voor het eerst van mijn leven ondervond ik hinder van het feit dat ik geen postduif ben.

„Jeugdzorg Moskou kan het verzoek naar u mailen”, opperde ik.

„Nee, per mail mag niet, wel per fax”, zei mevrouw K.

Op het Moskouse briefpapier staat een faxnummer. Maar helaas, de fax is kapot, geld voor een nieuwe is er niet en komt er niet, net zo min als nieuw briefpapier, want het oude is nog lang niet op.

„De fax in Moskou is stuk. Via de Russische post is zo’n verzoek maanden onderweg. Is er geen mouw aan te passen?”, vroeg ik aan mevrouw K.

„Nee.”

„Kan ik bij u op gesprek komen om een en ander nader uit te leggen?”

„Nee.”

Dan maar zo. Ik vertaal het Russische verzoek in het Duits en mail dat naar Moskou. Daar maakt jeugdzorg een tweetalige brief op, niet gericht aan ‘de bevoegde instantie’, want daarin had het Jugendamt geweigerd zichzelf te herkennen, maar aan Jugendamt Kreis Kleve. Mijn eega neemt de brief in ontvangst en stuurt die met spoed op via DHL à raison van 60 euro. Dankzij track & trace weet ik dat de brief op 29 augustus bij het Jugendamt arriveert, één dag na verzending. Vervolgens is diezelfde brief bij het Jugendamt intern een week onderweg naar het bureau van mevrouw K.

Telefoon. „Ik kom donderdag bij u langs”, zegt mevrouw K., monter als altijd. „Ik heb ook een aantal vragen voor u en uw vrouw.”

„Mijn vrouw is in Moskou. Een voogd kan zomaar niet weg bij zijn pleegkind.”

„Oké, maar ik heb wel een Führungszeugnis van u en uw vrouw nodig.”

Wat nu weer? „Kan ik hier bij de gemeente wel zo’n Verklaring Omtrent het Gedrag voor mijn vrouw aanvragen?”

„Dat weet ik niet.”

„Dat kan niet”, zegt de gemeente. „Dat kunnen mensen alleen zelf doen. Eventueel per post.”

Per post uit Rusland? Daar hebben we het al over gehad. Eerst maar eens kijken hoe je zo’n aanvraag op afstand aanpakt. Wat blijkt? Je downloadt een formulier en laat je handtekening bij het Duitse consulaat legaliseren.

„Kan niet”, zegt het Duitse consulaat in Moskou. „Legaliseren doen we alleen voor Duitsers.”

Dus laat mijn eega haar handtekening door het Nederlandse consulaat in Moskou legaliseren. Maar hoe krijg je dat formulier vervolgens bij het Bundesjustizamt in Bonn? Per mail mag niet. Per post lukt niet of is peperduur. Nood breekt wet. In Moskou scant mijn vrouw de aanvraag, per mail belandt een kopie thuis in Duitsland op mijn computer, ik druk het stuk af en stop het in een envelop naar Bonn. Twee weken later valt het Führungszeugnis op de deurmat. De wereld wil bedrogen worden.

Weken verstrijken na het huisbezoek van mevrouw K. Tsja, ze mag niets doen buiten haar chef om en die kan ze moeilijk te pakken krijgen. Druk druk druk. Of ik wel weet hoe groot het district Kleef is. Ik zoek het op: 300.000 inwoners. De regio Moskou telt 20 miljoen inwoners en daar gaat het wel vlot.

Dan eindelijk groen licht: op donderdag 28 september zal ze het stuk uitsturen.

„Langs welke weg?”

„Per post.”

„Ik heb u zo vaak gezegd: post naar Rusland komt pas na maanden aan. Of nooit. Kijk hier maar eens. Daar staat: als ze u zeggen dat een poststuk zo’n tien dagen onderweg is, maak daar dan maar honderd van. Kunt u het naar Moskou mailen?”

„Mag niet.”

„Kan ik een kopie krijgen?”

„Mag niet.”

„Kunt u het dan met spoed per DHL opsturen? Ik betaal de kosten.”

„Ik zal het mijn chef voorstellen.”

Dat was donderdag. Op dinsdag vertelt mevrouw K. dat de brief via de Deutsche Post verstuurd is. En daarginds dus bij de Russische posterijen terecht zal komen.

Praten met het Jugendamt is vechten tegen de bierkaai. Inmiddels zijn er weer twee weken verstreken. Waar is de brief waarvan het lot van de kleine Tim afhangt? Wie het weet, krijgt een olifant.

Deel 1 | Deel 2  | Deel 3Deel 4 | Deutsch

_______________________

Reageren kan hier.

 

 

 

Tims lange weg naar Duitsland (1)

Deel 1  | Deel 2 | Deel 3 | Deel 4 | Deutsch

„Tim moet naar een kindertehuis”, zei mijn eega op een dag, nadat ze de telefoon had neergelegd. Tim, het achtjarige zoontje van haar jongste zus, was door Jeugdzorg bij zijn moeder weggehaald toen ze hem weer eens stomdronken van school kwam halen. De oudste zus nam tijdelijk de zorg op zich, maar kon het niet meer aan. Haar man van 73 was drie jaar eerder verlamd geraakt door een beroerte en de jongen was zo druk en lastig als een kind hoort te zijn.

„Naar een weeshuis?”, zei ik. „Dat nooit. We nemen het kind in huis.”

Zo gezegd, zo gedaan. En we leefden nog lang en gelukkig.

Dus niet. Want tussen ons en het neefje loopt een dikke vette grens: die tussen de EU en Rusland. Eerst gaat zich een hele kudde Russische ambtenaren met de zaak bemoeien. Stempels en handtekeningen moesten er komen, kortom, de wieken kwamen op toeren en wij mochten Don Quichotte gaan spelen. En daarna zou dat spel zich in ons woonland Duitsland herhalen.

Vorig jaar was de moeder vanwege de fles al eens uit de ouderlijke macht gezet. Hemel en aarde had ze daarna bewogen om haar kind terug te krijgen. „Ik ben van de drank af. Alsjeblieft, alsjeblieft, geef hem me terug.” Eigenlijk tegen beter weten in lieten Jeugdzorg en de rechter zich in november overreden. Rechters hebben de neiging om bestaande gezinsrelaties in stand te houden.

In maart was het weer mis. Na nieuwe scènes van dronkenschap op het schoolplein, waarbij de moeder haar zoon zelfs kwijtraakte, bracht de politie het kind naar een kindertehuis. Daar haalde zijn oudste tante hem op.

In mei haastte mijn eega, de middelste van de drie zussen, zich naar Moskou, want de moeder van Tim zat in een afkickkliniek buiten de stad en hun 88-jarige moeder, nu alleen thuis, dreigde kopje onder te gaan. Zij heeft zorg nodig. „Alarm”, zei mijn eega aan de telefoon zodra ze in Moskou was. Ze vertelde van de dreiging van het weeshuis.

Onmiddellijk zocht ik contact met Jeugdzorg in ons woonland Duitsland. „Hoe pak ik de voogdij hier in Duitsland aan?”, vroeg ik per mail. Er opende zich een labyrint gevuld met gidsen die zonder uitzondering wegwijzers verkeerd zetten. Mij wachtte een dwaaltocht door de krochten van de Duitse bureaucratie, met een bonte verzameling kastjes en muren als voornaamste instrument van zich sociaal noemende werkers met een in eelthopen verzande ziel.

Intussen was Rusland zelf geen gelopen race. De rechter kon opnieuw besluiten om de bestaande gezinsrelatie te continueren. Die kans was gering, maar bestond, nu de moeder weer thuis was en de drank liet staan, zij het dankzij een maandelijkse vivitrolinjectie.

„Mama”, zei Tim op een dag, „kan ik je even apart spreken?”

„Natuurlijk.” De verheugde moeder nam het kind mee naar de slaapkamer van het tweekamerflatje.

„Mama, zou je je alsjeblieft niet tegen de voogdij van mijn tante willen verzetten, want daarmee torpedeer je mijn toekomst.”

De jongen papegaaide keurig de tekst die hem was ingefluisterd door zijn oudste tante, die gekweld werd door donkere visioenen over haar zuster die, hersteld in de ouderlijke macht, opnieuw aan de drank zou raken, terwijl de middelste tante inmiddels alweer thuis in Duitsland zou zitten en zij dan zelf opnieuw voogd moest worden. Wat ze niet aankon, dus dan zou het kind alsnog in een weeshuis belanden.

De moeder vermande zich. „Als jij dat zo wilt, dan is dat wat ik doe.” Ze stormde het huis uit en zwierf die avond over de straten van Moskou. Zonder vivitrol had ze de fles gepakt.

De rechter zette de moeder in augustus uit de ouderlijke macht. Jeugdzorg stelde mijn eega aan als voogd. Maar het kind mocht nog niet mee naar Duitsland, want eerst moest onze woning geschikt zijn bevonden. De  Moskouse instantie kon de inspectie niet zelf uitvoeren, dus riep zij de hulp in van haar Duitse evenknie.

En dat zouden we weten.

Deel 1  | Deel 2 | Deel 3 | Deel 4 | Deutsch

_______________________

Reageren kan hier.