Tims lange weg naar Duitsland (slot)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5Deel  6 | Deel  7 | Deel  8 Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

Hoera, een zoon! Eindelijk! Waar de ooievaar negen maanden over doet, daar had de bureaucratie twaalf maanden voor nodig. Maar een jaar is zo lang nog niet, als je bedenkt dat een buitenlandse adoptie in Nederland algauw een proces van een jaar of vijf is. En die ellenlange procedure is bovendien voorbehouden aan adoptanten van een willekeurig onbekend kind. De slagboom blijft dicht als het gaat om een specifiek bekend kind.

Zonder adoptie hadden we ons Moskouse neefje Tim, inmiddels tien jaar, niet kunnen redden van het weeshuis. We probeerden het eerst met voogdij. Geduld, zei ons woonland Duitsland na onze aanvraag om het joch bij ons thuis in Kranenburg te mogen opvoeden. Maandenlang werden we aan het lijntje gehouden en ten slotte keken we tegen een moddervette Duitse middelvinger aan. In Nederland waren we geen haar beter af geweest. De IND gebruikt dezelfde vinger.

Sommige dingen doet de Russische overheid beter. Die probeert kinderen zo veel mogelijk buiten het weeshuis te houden. Wie wel eens zo’n weeshuis heeft gezien, begrijpt waarom. En dus wordt adopteren in Rusland gestimuleerd, zeker binnen eigen land. Adopteren is er gratis, je betaalt niet eens griffierecht en een advocaat hoeft niet.

Mijn eega is nog steeds ook Russisch staatsburger, dus dat zat wel goed. Wijselijk hield ik mij als Nederlander zo veel mogelijk op de achtergrond. Rusland doet moeilijk tegenover adoptanten die uit landen komen waar homo’s mogen trouwen. Mijn eega adopteerde, ik niet.

Vanuit Duitsland of Nederland een buitenlands kind adopteren is trouwens een crime. Bij een interlandelijke adoptie moet eerst het woonland van de adoptant een plasje over de aanvraag doen. Van Nederland zouden wij meteen al nul op het rekest hebben gekregen, want we zijn ouder dan 45 jaar. Oudjes als wij kunnen fluiten naar de vereiste beginseltoestemming van de minister van Justitie. Een kind kan beter wegrotten in een weeshuis dan belanden in een bejaardensoos. Toch?

Van de Duitse bureaucratie hadden wij inmiddels onze bekomst. Dus moest het geen interlandelijke, maar een binnenlands Russische adoptie worden. Over het buitenland heeft Den Haag gelukkig niets te vertellen, dus als iemand legaal in Rusland woont en er adopteert, rest mijn vaderland slechts knarsetandend in te stemmen. Afijn, mijn eega schreef zich uit in Duitsland, regelde de verhuizing naar haar geboortestad Moskou en bivakkeerde er bijna anderhalf jaar. Legaal, ze heeft immers een Russisch paspoort.

Het lukt jullie nooit, voorspelden Russische vrienden, want de Nederlandse autoriteiten hebben het heus wel door als iemand speciaal in Rusland gaat wonen om een kind te adopteren. Kleine misvatting. Mijn eega was naar Moskou gegaan om haar hulpbehoevende moeder van 89 te verzorgen en toen pas werd die weeshuisdreiging acuut. Maar dan nog. Als je niet mag profiteren van de wet, zouden de Stones en U2 geen kantoor in Amsterdam hebben enkel en alleen maar om via een weliswaar dubieuze, maar volkomen legale constructie belasting te omzeilen. Dat je de wet ten eigen faveure zou mogen benutten, gaat er bij veel Russen niet in, gewend als de burger daar is aan een overheid die het wetboek vooral ziet als een stok om de onderdanen mee te slaan.

Dus onze ‘truc’ lukte. En omdat mijn eega al bijna een kwarteeuw ook Nederlandse is, is haar kind automatisch kaaskop. Afgelopen week kon Tim zijn Nederlandse paspoort in ontvangst nemen. Inmiddels is hij ook officieel inwoner van Kranenburg. ‘Wir schaffen das, jawohl, Frau Merkel!’

Champagne! Nog wel even onze wonden likken. De grootste bres in ons spaartegoed werd geslagen door een Russisch advocatenkantoor dat we in onze aanvankelijke onzekerheid hadden aangezocht en dat ons een zekere en snelle rechtsgang voorspiegelde, maar niet leverde. Toen we de bluf doorkregen, was ons banksaldo al naar het zuiden afgezakt. Daarnaast hebben we maandenlang dubbele woonlasten gehad. Klagen wij? Nee, even geen Nederlandertje spelen, we zijn veel te blij met ons nieuwe gezinslid.

Was er maar een website geweest die ons de weg had gewezen. Niet gevonden. Dus dan maar zelf gemaakt. Als wegwijzer voor lotgenoten in het adoptielabyrint. Zie: adoptant.nl.

Tim heeft zijn lange weg naar Duitsland afgelegd. Finish! Pff, dat is nog eens andere koek dan de Vierdaagse.

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5Deel  6 | Deel  7 | Deel  8 Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

________________________________

Reageren kan hier.

Pizdets!

Binnenkort zitten we een jaar voor het lustrum van de MH17. Tot mijn verbazing zijn er ook in mijn omgeving mensen die menen dat de Oekraïners de Maleisische Boeing  hebben neergehaald. Vanwaar die overtuiging? „Die Oekraïners zijn nog erger dan Russen.”

Feiten helpen niet. Dat de pro-Russische Russen in Oost-Oekraïne onmiddellijk na het gebeuren enthousiast wereldkundig maakten dat ze een AN-26 van de  Oekraïense luchtmacht hadden neergehaald. Dat gesprekken waarin Russische strijders ter plekke hardop beseffen dat ze een passagiersvliegtuig uit de lucht hebben geschoten, gewoon online staan. Dat er beelden zijn van het transport van de Boek-raket die is afgevuurd. Dat er geen beelden zijn van de Oekraïense Boek die het volgens Moskou zou zijn geweest. Dat Moskou met een groot aantal verschillende varianten is gekomen over de gang van zaken, geen van alle wijzend naar Rusland zelf.

Premier Rutte sprak onlangs met Trump over de MH17 en hoopt op Amerikaanse steun voor het lopende onderzoek en vervolging van de daders. Wat te verwachten valt van Trump, die door Kim Jong-un in zijn hemd is gezet nu Noord-Korea alleen bereid blijkt zijn kernwapens te vernietigen als de VS hetzelfde doet, weet niemand, ook Trump niet.

En Poetin? Maak je geen illusies. De mentaliteit van de roesski moezjik – Russische vent – heb ik meteen na de ramp in een column uiteengezet met een kijkje onder het schedeldak van Vladimir Vladimirovitsj. Ik herhaal het vier jaar later nog maar eens. Er is geen woord van onjuist gebleken. Ik hoef niets terug te nemen of te rectificeren. Vuige taal hieronder? Sorry hoor, maar zo denken Russische patsers en zo praten ze onder elkaar.

________________________________

Pizdets! Kut! Hebben die klojo’s een paar honderd burgers uit de lucht geschoten. Wat een lul, die Strelkov. Rebellenleider, het zal wat! Die achterlijke hufters kunnen nog geen kop van een reet onderscheiden. En nou gaat de wereld ons er natuurlijk de schuld van geven.

„Barack, nou ik je toch aan de lijn heb, er komt net een bericht binnen van een vliegramp boven Oost-Oekraïne. Ik wil daarover alvast kwijt dat alles de schuld is van de fascisten in Kiev. Die moesten zo nodig doorvechten.”

Zo, van die zwartjoekel ben ik weer even af. Nou maar hopen dat er niet te veel Amerikanen in dat toestel zaten, anders krijg ik met die oetlul nog meer gezeik.

„Hé jongens, doe even een bericht uit. Schrijf maar dat, wat er ook voor feiten boven tafel komen, de oorzaak van de ramp is gelegen in de weigering van Kiev om de gevechten te staken, O, en zorg er even voor dat wij die zwarte dozen in handen krijgen. Nee sukkels, dat hoef je niet in dat bericht te zetten.”

Hè, da’s vervelend. Rutte aan de lijn. Waar is de factsheet?

O ja, met zijn koning heb ik nog een pilsje gepakt in Sotsji. Die zie ik in 2018 wel weer bij het voetballen. Zeventien miljoen inwoners? Klein bier.

„Wat zeg je? Tuurlijk Mark, tuurlijk verleen ik alle medewerking. Nee echt, ik doe mijn uiterste best, maar je weet toch dat het daar oorlog is? En het is een ander land, hè. Ik ben daar niet de baas, dat weet je. Maar oké, maak je niet ongerust, ik ga het regelen.”

Wat een druktemaker, die eikel. Zegt ie thuis op tv dat wij een ‘intens’ gesprek hadden. Iets over een laatste kans die hij mij geeft, dat lulletje rozenwater.

„Hé jongens, wijzig ‘intens’ even. Doe maar ‘energiek’, dat klinkt wel goed. Verder niks inhoudelijks in dat persbericht.”

Tering! Als ik het niet dacht! Misbruiken die klootzakken in het Congres de toestand om er een anti-Russische wet door te drukken. Bondgenoot van de VS worden ze –  Oekraïne, Georgië en Moldova.

„Jongens, doe even een bericht uit dat niemand de situatie politiek mag uitbuiten. Zet er ook maar even in dat een ramp mensen hoort te verbinden en niet te verdelen.

Die Kerry gaat nou echt te ver. Wij zouden die lui die raket hebben gegeven. Soekin syn! Hoerenzoon! Een minister van Buitenlandse Zaken hoort geen beschuldigingen te uiten zonder bewijs. Bovendien hebben die kut-Oekraïners het gedaan.

Even kijken, waar staan we? Een paar Maleisiërs, wat Australiërs. Ja, die Abbott is een etterbak. Een Australische premier kent de weg naar Washington en Londen. Klote

Nederland? Nog geen deuk in een pakje boter slaan die lui. Handelaartjes. Tuk op gas. Die andere landen, dat kan lastiger worden. Klootzakken! Pizdets!

________________________________

Reageren kan hier.

Dwars kind (10)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5Deel  6 | Deel  7 | Deel  8 Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

Wanneer ben je als kind Nederlander? Als ten minste een van je ouders Nederlander is. Of je bent afgeleverd door de ooievaar of de rechter, maakt niet uit. En zo heeft een Russische rechter in april een Nederlander gecreëerd. Hoe? Door ons adoptieverzoek toe te wijzen. Gefeliciteerd, Willy, met je nieuwe onderdaan. Mag ik je even voorstellen: Tim uit Moskou, negen jaar.

Alleen weet Nederland dat nog niet. We moeten ons nog melden bij het loket van een grensgemeente. En allerlei dingen bewijzen. Bijvoorbeeld dat de moeder en haar voorgebakken zoon in dat verre, vreemde land hun ‘gewone verblijfplaats’ hadden. Wat nu, als ten tijde van de adoptie de ouders in Nederland of Duitsland en het kind in Rusland woonden? Dan gaat het feest mooi niet door. Daar heeft de wetgever een stokje voor gestoken. Het is niet de bedoeling dat hele volksstammen met een kinderwens op eigen houtje in den vreemde oeverloos Nederlandertjes gaan zitten creëren.

Nu hadden wij helemaal geen kinderwens. Op opaleeftijd weer vader worden had ik graag overgelaten aan Mick Jagger.  Maar ja, wat doe je als een neefje in een Russisch weeshuis dreigt te belanden omdat er geen ouders meer voorhanden zijn?

Voor het loket waar we gaan aankloppen, maakt dat niet uit. Nobelheid wordt niet beloond. De bureaucraat wil weten of de regeltjes zijn gevolgd en of we dat kunnen bewijzen. En dan mag hij er ook nog iets van vinden: ja, het klopt of nee, het klopt niet, want kijk, op die ene i staat geen puntje.

Dus: woonde de moeder wel in Rusland? Ja, hier is mijn inschrijving bij de burgerlijke stand. Maar woonde u niet ook in Nederland? Nee, al jaren niet meer. Of in Duitsland? Nee, meer dan een jaar geleden uitgeschreven. Woonde u wel samen met het kind? Ja, kijk maar. Waar deed u uw boodschappen? Alsjeblieft, bankafschriften: een jaar lang boodschappen gepind in Moskou. Enzovoorts enzovoorts.

Wat als de lokettist van de grensgemeente echt een ontbrekend puntje op de i ontwaart? Dan stappen we naar de rechter en halen we daar ons gelijk. Nadeel: uitstel, stress en vier mille aan advocaatkosten.

Intussen ben ik wel expert adoptie geworden. Dankzij vele kastjes en muren. Waar moet ik in godsnaam beginnen? Laat ik eens naar de Stichting Adoptievoorzieningen bellen. „Nee meneer, dat soort zaken doen wij niet. U moet bij de IND zijn.”

IND: „Nee meneer, wij doen geen adopties. U moet bij de Stichting Adoptievoorzieningen zijn.”

Dan maar naar een advocaat voor familierecht. „Nee meneer, wij doen geen internationale zaken.” Of een advocaat voor vreemdelingenrecht. „Nee meneer, wij doen geen familierecht.” Totdat we eindelijk een advocaat in Amsterdam vonden die het wel wist. Nadeeltje: haar tarief bedraagt 250 euro per uur. Ze bleek het waard.

Wat weet ik nu van adopties? Je hebt binnenlandse en interlandelijke adopties. Interlandelijke adopties duren jaren, want je moet gevechten leveren met de bureaucratie in verschillende landen. Is een van die landen toevallig Nederland, dan loop je tegen de akeligste regels ter wereld aan: je mag niet adopteren als je ouder bent dan 46 jaar en je gaat een jarenlang proces in met onderweg hopelijk de onmisbare beginseltoestemming van een rechter.

Tim, kun je vijf jaar wachten in een weeshuis, want… O nee, toch niet, wij zijn te oud en mogen je niet adopteren.

Stichting Adoptievoorzieningen: „Je kunt via de IND regelen dat het familielid als pleegkind naar je toe komt.”

IND: „Flikker op, voor een Russisch kind is er niets mis met een Russisch weeshuis.”

Komende week kloppen we aan bij een loket van een grensgemeente. Duimen maar. En daarna wacht ons het allermoeilijkste: hoe voed je een dwars kind op dat eraan gewend is geraakt dat je volwassenen niet kunt vertrouwen?

(Wordt vervolgd)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5Deel  6 | Deel  7 | Deel  8 Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

________________________________

Reageren kan hier.

Troep

De man met de baard aan het hoofd van de tafel kijkt mij strak aan. „We zitten hier speciaal voor jou”, zegt hij, „om het een beetje behapbaar voor je te houden. Maar eigenlijk hebben wij geen lichaam. En zijn we niet wie men denkt dat we zijn. Maar de werkelijkheid zou te moeilijk voor je zijn om te bevatten.”

Rechts van hem zit een vrolijk type met een gehoornde helm op. „Je mag me Lucifer noemen”, biedt hij aan. „Al heb ik eigenlijk geen naam.”

„Het is dat ik coke heb gesnuifd”, zeg ik, ”maar anders zou ik deze scène behoorlijk eng vinden.”

„Coke?”, zegt Lucifer. „Als die straks is uitgewerkt, zul je bang zijn voor drie.”

„Laat me de rest even voorstellen”, zegt de baard. „Vanaf links: Michaël, Gabriël, Rafaël en Uriël.”

„De aartsengelen? Ben ik dood? Is dit de hemel? Of de hel?”

„Wat je wilt”, zegt Lucifer. „Er is geen verschil. Ze bestaan allebei niet.”

„Bent u God? Of Allah? Waar is Jezus? Of Mohammed? De heilige maagd Maria? Job? Petrus?”

„Die zijn niet nodig”, antwoordt de baard. „Ik zei toch dat we het een beetje behapbaar willen houden. Ja, ik ben God. Of Allah. Of de natuur. Het maakt niet uit hoe je het grote geheel noemt. Vragen?”

Zeker heb ik vragen. Heel veel zelfs. „Waarom geeft u kanker aan baby’s?”

De baard lacht. „Daar gaan we weer. Een favoriete vraag van een atheïst als Christopher Hitchens. Die heb ik daarom zelf ook maar kanker gegeven. Grapje, ik geef geen kanker om te straffen. Ik geef überhaupt niemand kanker. Of welke ziekte dan ook.”

„O nee? Waar komen die ziektes dan vandaan?”

„Ik zal het je uitleggen, maar ik verwacht niet dat je het gaat begrijpen. Kijk, jullie mensen denken dat alles een doel heeft, zin heeft, ergens naartoe gaat. Maar dat is niet zo, jullie zijn een mogelijke variant in het heelal. Daar vinden spontane gebeurtenissen plaats die elkaar kunnen beïnvloeden. Er ontstaan losse elementen, maar ook samenhang. Niemand bemoeit zich er verder mee. Jullie bestaan omdat jullie kunnen bestaan. Op een gegeven moment kan het niet meer en dan zijn jullie weg.”

Inderdaad, onbegrijpelijk. „Dat heeft toch geen zin? Dat is toch onzin?”

„Ik zei toch dat je het niet zou snappen. Je wilt het ook helemaal niet snappen. Kijk, en die ziektes zijn ook spontane gebeurtenissen. Niet dat het leuk is als je ze krijgt. Maar het gebeurt en er is niemand die er wat aan kan doen.”

„Maar u bent toch almachtig?”

„Dat hebben de mensen zo verzonnen. Maar eigenlijk besta ik niet. Dus ben ik ook niet almachtig.”

Wat een onzin. „Hoezo ontstaan ziektes spontaan? En straling dan? Of de manier waarop wij de natuur om zeep helpen?”

„Ik weet dat het moeilijk is”, zegt de baard, „maar ik zal proberen het uit te leggen. De mens komt voort uit de natuur. De mens is een stukje natuur. Dus als je stelt dat de mens bezig is de natuur om zeep te helpen, zeg je in feite dat de natuur bezig is zichzelf om zeep te helpen. En dat klopt, maar het is maar een deel van de puzzel. Want als dat proces lang genoeg doorgaat, ontstaat vanzelf een situatie waarin de mens niet meer gedijt. Dan verdwijnt hij en komt er iets anders voor in de plaats. Ook weer puur natuur. Dus niets aan de hand.”

Niets aan de hand? „Wij zijn toch het hoogste dat de natuur heeft voortgebracht?”

„Het is logisch dat de mens dat zo ziet. Maar ken jij de natuur elders in het heelal? En als je zelf een wezen mocht scheppen, zou je dan niet iets beters kunnen bedenken dan de mens?”

„Ja, dat zou ik wel kunnen. Maar waarom heeft u zelf dan dat betere wezen niet geschapen?”

De baard glimlacht minzaam. „Omdat ik niet besta.”

„O nee? Hoe kan het dan dat ik nu met u zit te praten?”

Opnieuw dat minzame lachje. „Wacht maar tot die troep is uitgewerkt die je hebt geslikt.”

________________________________

Reageren kan hier.

Oranje boven! (9)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5Deel  6 | Deel  7 | Deel  8 Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

De norm is wat je als kind met de paplepel krijgt ingegoten. Mijn paplepel was een kleuterschool waar Nederlands-hervormd werd gebeden, levertraan was in de winter vaste prik, Eine kleine Nachtmusik lag als vinyl op onze grammofoon, Sinterklaas en Zwarte Piet waren graag geziene gasten, Wim Kan nam met oudjaar op onze radio de politiek te grazen, thuis hadden wij een rationele vader en een emotionele moeder.

Op vakantie gingen we niet, andere landen kende ik niet, maar ik wist zeker dat de dingen zoals ik ze thuis kende, in heel Nederland eigenlijk, normaal waren en dat het er in de rest van de wereld net zo aan toe moest gaan. Wel kwam ik er soms achter dat afwijkingen van de norm voorkwamen, bijvoorbeeld toen ik een vlag zag hangen in een tuin aan de Nijmeeg­se Postweg.

„Waarom hangt de vlag uit?”, vroeg ik als kind van zes aan een mevrouw in die tuin.

„De vlag hangt halfstok”, legde die mevrouw uit, „omdat er iets verdrietigs is gebeurd. De Russen zijn Hongarije binnengevallen.”

Achteraf ben ik nog steeds verbaasd dat ik op die leeftijd kennelijk kon begrijpen wat Russen en Hongarije waren en dat een land binnenvallen geen goede zaak is.

Aan allerlei kleinere afwijkingen in mijn omgeving stoorde ik me op die leeftijd intussen wel. Katholieke kinderen zeiden: ‘Leid mij niet in bekoring’, terwijl ik precies wist dat het ‘Leid mij niet in verzoeking’ moest zijn. En ik hoorde nooit een orgel in hun kerk. Bovendien mocht je daar op elk tijdstip binnen komen vallen. Wat een zootje.

Normwaan heerst en niet alleen kinderen bezondigen zich eraan. Over een aardbeivlek op het been van onze dochter zei de gynaecoloog die in Nijmegen de bevalling deed: „In apenlanden als Frankrijk laten ze die vlek weghalen, maar niet doen, hij verdwijnt vanzelf.” Toen we in ons woonland Rusland aankwamen, zei een kinderarts: „Weghalen!” Wij: „Niet nodig, verdwijnt vanzelf.” De arts: „Nou, daar heb ik nog nooit van gehoord.”

Nee, als je zo’n vlek altijd weghaalt, merk je ook nooit dat zoiets vanzelf verdwijnt.

De Nederlandse arts had wel gelijk, maar de houding is hautain. In een geval als dit kun je je gelijk nog wel aantonen, maar soms zijn de verschillen een kwestie van voorkeur. En dan kun je van de Nederlandse normwaan zelfs behoorlijk last hebben. Zoals wij nu in Rusland ondervinden.

Voor pleegkind Tim hadden wij in Moskou een visum voor onze vakantie naar Nederland aangevraagd. Uit de idiote vervolgvragen – ‘Hebben jullie toestemming van de voogd?’, terwijl mijn eega de voogd is en dus kennelijk zichzelf toestemming moest verlenen – begreep ik dat er iets niet pluis was. En prompt kwam er een afwijzing. Waarom? Wij zouden doel en omstandigheden van de reis onvoldoende hebben aangetoond.
Hé hallo, vakantie!

Na mijn brief op poten aan de Nederlandse ambassade mochten we de aanvraag opnieuw indienen. Ook nu weer onbegrijpelijk uitstel en een idiote reactie: „De eigenlijke adoptiemoeder Valentina K. moet toestemming voor de reis geven.”

Eigenlijke adoptiemoeder? Er was nooit een adoptie geweest. Valentina, zuster zowel van Tims moeder als van mijn eega, was de vorige voogd geweest, maar zij had wegens zware privé-omstandigheden van de voogdij moeten afzien.

Hier komt de norm om de hoek kijken. In Nederland stelt de rechter de voogd aan, in Rusland is daar een voogdijorgaan voor. Die instantie had na Valentina’s afhaken mijn eega als voogd aangesteld.

Niks mee te maken, aldus de ambassade. De rechter heeft Valentina aangesteld, dus die is voogd.

„Nee ambassade, oudste zus Valentina was als voogd aangesteld door het voogdijorgaan. De rechter had haar voogdij in een vervolgzaak alleen maar geconstateerd.”

De Nederlandse norm is de juiste, onze overheid onvermurwbaar: „Ofwel je laat de aanstelling van je vrouw als voogd door de rechter bekrachtigen ofwel voogd Valentina geeft notariële toestemming voor de reis.”

Er is geen Russische rechter waar je terechtkunt voor inwilliging van deze Nederlandse eis. Samengevat is hier sprake van het volgende.

Nederland, bij monde van de ambassade: mevrouw Vunderink, u bent niet de voogd, de voogd is Valentina, dus zij moet toestemming geven voor de reis van het kind.

Rusland, bij monde van de notaris: Valentina, u bent niet de voogd, de voogd is mevrouw Vunderink, dus u kunt geen toestemming geven voor de reis.

Aangezien Nederland de norm is, ligt de fout bij Rusland: de Russen weigeren te snappen dat volgens de superieure Nederlandse rechtspraktijk een rechter de voogd moet aanstellen en dat een voogdijorgaan in dezen onbevoegd hoort te zijn. Maar dat pepert de Nederlandse ambassade de Russen behoorlijk in: voor ons negenjarige Moskouse pleegkind opnieuw geen visum.

Oranje boven!

(Wordt vervolgd)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5Deel  6 | Deel  7 | Deel  8 Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

________________________________

Reageren kan hier.

Bureaufobie (8)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5Deel  6 | Deel  7 | Deel  8 Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

Bureaufobie. Ik dacht dat ik dat woord zelf had verzonnen, maar het blijkt al te bestaan. En mensen die de term eerder gebruikten, blijken dat om dezelfde reden te doen als ik: het beklemmende gevoel dat je niet aan de eisen van de overheid kunt voldoen. En dat straf je verdiende loon zal zijn. Het belastingaangiftegevoel, zal ik maar zeggen.

Belastingaangifte. Alleen het jargon al. „Weet jij wat een forfaitair bedrag is?”, vroeg ik aan verschillende vrienden met goede opleidingen. Ze wisten het niet. „Een vast bedrag”, legde ik uit. Een vriendin, verontwaardigd: „Waarom zeggen ze dat dan niet.” Waarom wel? Het volk hoeft niet alles te snappen.

Mijn bureaufobie meende ik ooit te hebben afgeschud toen ik Rusland verliet. In Nederland kende ik deze loden last niet. Nog niet.

Russisch voorbeeldje. Medio jaren tachtig probeerde ik in mijn nieuwe woonplaats Moskou op grond van mijn Nederlandse rijbewijs een Sovjetrijbewijs te krijgen. Nee, zeiden ze bij de verkeerspolitie, u moet examen doen.

„Laat maar zitten”, zei ik tegen de geüniformeerde dame achter het loket, „rijden doe ik toch.” Onmiddellijk begon ze een formuliertje in te vullen.

„Wat bent u aan het doen?”, wilde ik weten.

„Ik schrijf een bekeuring uit”, zei ze, „want u mag geen auto besturen.”

„Wacht even, dat heeft u niet zelf geconstateerd. Bekeurt u mij op grond van wat ik zelf zeg?”

„Ja.”

„Dan zeg ik nu wat anders: ik rijd geen auto.”

„U denkt zeker dat u de ene keer dit en de andere keer dat kunt zeggen”, snibde de dame.

„Ja.”

Ze verscheurde de bon. Ik ben in Moskou jaren door blijven rijden zonder Sovjetrijbewijs. Vaak aangehouden, er nooit voor bekeurd.

Niet alle voorbeelden zijn lollig. Als het gaat om zaken van levensbelang, laat je grapjes wel uit je hoofd. Zaken van levensbelang zijn visa, verblijfsvergunningen, gezinshereniging. Voldoe je niet aan de eisen, dan kun je gescheiden worden van je dierbaren. Google eens op de woordencombinatie ‘visum Nederland afgewezen’: ruim 21.000 hits. Lees de reacties van wanhopige Nederlanders.

Ik had het voorspeld: als de Sovjet-Unie haar grenzen opengooit, gooit het Westen ze dicht. Et voilà.

Afgelopen week dook de fobie weer op. Via Russen, maar vanuit Nederland aangestuurd. We vroegen een visum aan voor ons Moskouse pleegkind Tim zodat hij tijdens de zomervakantie mee kan naar Nederland. Formulier ingevuld, paspoort ingeleverd bij het officiële Russische tussenbureau waar Nederland, Denemarken en andere EU-landen gebruik van maken.

Telefoontje. „Waar is het Schengenvisum van de pleegmoeder?”

„Sinds wanneer heeft zij als Nederlands staatsburger een visum nodig voor Nederland?”

„O, stuur dan een kopie van haar Nederlandse paspoort.”

Gedaan. Telefoontje. „Waar is het Schengenvisum van de pleegmoeder?”

„Sorry, maar die vraag heeft u al gesteld. Zij heeft geen Schengenvisum, dat zal er ook nooit komen, want zij heeft een Nederlands paspoort. We hebben u een kopie gestuurd.”

„Kunt u dat nog een keer doen? En toestemming van de moeder graag om het kind mee te mogen nemen naar Nederland.”

„Hoezo toestemming van de moeder? Mijn vrouw is wettelijk voogd en we hebben u een kopie gegeven van haar aanstelling.”

„Is de moeder uit de ouderlijke macht gezet? Dan de rechterlijke uitspraak graag. En een kopie van uw vliegtickets.”

„Vliegtickets? Welke vliegtickets?”

„U moet vliegtickets overleggen voor de terugreis.”

„Welke terugreis? We kopen onze tickets zodra we onze reisdatum hebben bepaald. Eerder niet.”

„O ja? Nou, en we moeten ook nog een verklaring van de school hebben dat hij op vakantie mag.”

Idiotie. Alle Russische scholen zijn dicht van 1 juni tot 1 september. Nogal logisch dat het kind dan op vakantie mag. Maar wat blijkt? Als een Rus geen verklaring van zijn werkgever of een onderwijsinstelling kan overleggen, krijgt hij geen visum vanwege ‘vestigingsgevaar’. Jargon voor: hij zal wel illegaal in Nederland blijven hangen.

En of we de salarisstroken van mijn broer, die ons pleegkind heeft uitgenodigd, over de laatste drie maanden ook ter inzage sturen.

„Niet mijn broer betaalt, maar wij zelf.”

„Dan uw loonstrookjes, graag.”

„En als ik miljonair ben?”

„U moet zelf weten of u iets wilt sturen of niet. Het visum hangt af van de informatie die u verstrekt.”

Komende week levert een koerier het paspoort van ons pleegkind af op ons Moskouse adres. Zal er een visum in het paspoort zitten of krijgen we er een afwijzingsbrief bij? Ik bel. Die informatie geven we niet, aldus het Russische visumbureau.

Met dit gevoel van onzekerheid kampen veel Nederlanders en medelanders regelmatig. Wat gaat de Nederlandse overheid doen? En hoe bescherm je je als burger tegen onrecht en willekeur?
The times they are-a changing.  En mijn bureaufobie neemt toe. Nota bene in mijn eigen land.

(Wordt vervolgd)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5Deel  6 | Deel  7 | Deel  8 Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

________________________________

Reageren kan hier.

Bedrog als sleutel (7)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5 | Deel  6 | Deel  7 Deel  8 | Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

Je kunt allerlei mooie plannetjes bedenken waar de rest van de wereld zich maar naar heeft te schikken, maar zo’n kluizenaarsbenadering wil nog wel eens mislukken. Dus toen mijn eega en ik besloten haar negenjarige neefje Tim te redden van een Russisch weeshuis, polste ik eerst maar eens even de Moskouse ambassade van ons woonland Duitsland.

‘Geachte Duitse ambassade, is het mogelijk om voor die jongen een visum te krijgen en wat is daarvoor nodig?’

Nog diezelfde dag, op dinsdag 16 mei vorig jaar, kreeg ik per mail een antwoord van medewerkster S. Zij schreef, kort samengevat: ja hoor, vraag maar een visum aan, doe de rechterlijke uitspraak erbij waarin staat dat de moeder het ouderlijk gezag kwijt is, dat de tante voogd is geworden en dat de Russische overheid instemt met emigratie van het kind.

Hartelijk welkom dus in Duitsland, concludeerden wij. Op officiële websites melden de Duitsers dat kinderen zich altijd bij hun ouders in Duitsland mogen voegen. De eigen kinderen zonder meer, maar andere familieleden alleen ter vermijding van buitengewone hardheid, waarbij aan het welzijn van het kind groot belang wordt gehecht. In allerlei Duitse wetten staan ook prachtige teksten, bijvoorbeeld dat de overheid niet nodeloos kinderen in tehuizen moet plaatsen.

Een kind verliest zijn moeder. Vind ik behoorlijk hard. In zijn thuisland is er geen familie om hem op te vangen, het weeshuis dreigt. Buitengewoon hard. En waar vraagt het welzijn van het kind om? Dat Tim bij familie blijft, in dit geval zijn tante in Duitsland.

Zes weken wachten we op het visum. Niks. Acht weken. Nog steeds niks. ‘Komt er nog wat van?’, vraag ik aan de ambassade. ‘Nog geen nieuws van de vreemdelingendienst’, luidt het antwoord. Die zit in Kleef en moet toestemming geven. Weer drie weken stilte.

Na elf weken opeens een mail, gericht aan mijn eega. Haar naam is verkeerd gespeld. ‘Jammer genoeg bent u geen EU-burger’, schrijft de ambassade, ‘want u heeft niet de Nederlandse nationaliteit. En dus kan het kind op die grond niet naar Duitsland komen. Afgewezen.’

Hè wat? Dat Nederlandse paspoort hebben we op de ambassade getoond en we hebben een kopie afgegeven. Wel even corrigeren graag.

De ambassade, binnen een uur: ‘Oeps, we trekken ons besluit in. Nieuw besluit: de tante is wel Nederlandse, maar voor een neef gelden de EU-migratieregels niet. Afgewezen.’

En die hardheid dan?

Ambassade: ‘Als een kind naar een weeshuis moet, is dat hard. Dat geldt voor elk kind, niet alleen voor het neefje. Daarom is hier sprake van gewone hardheid, niet van buitengewone hardheid. Gewone hardheid, daar geven we geen visum voor.’

Eerder repte de ambassade met geen woord over die hardheid, niet in mei en niet bij latere contacten. Inmiddels weet ik hoe je het probleem van die hardheid oplost: je verzint onontkoombare mishandeling door een gewelddadig familielid, of ander lijden, bijvoorbeeld geestelijk, klopt op wat deuren in het land van herkomst om zoiets officieel bevestigd te krijgen en voilà – er is sprake van een buitengewone situatie waar alleen jouw kind last van heeft en alle andere niet. Bedrog als sleutel tot westerse barmhartigheid.

Jaren geleden, toen ik nog in de Sovjet-Unie woonde en dat land de eigen burgers verbood naar het buitenland te reizen, voorspelde ik: als Rusland de grenzen ooit opengooit, gooit het Westen ze dicht. Wat ik niet had voorzien, is dat ik er persoonlijk last van zou krijgen. We leven in xenofobe tijden.

Behalve een grote teleurstelling is de visumweigering nog een dure grap ook. Tel advocaatkosten, vliegtickets en gelegaliseerde vertalingen bij elkaar op en je komt uit op duizenden euro’s. Intussen woont mijn eega al sinds 12 mei 2017 in Moskou.

Adopteer het kind maar, suggereert de Duitse ambassade in een opwelling van ruimhartigheid, dan krijg je dat visum wel.

Overbodige aansporing, daar waren we al mee bezig. Ook heb ik voor mezelf een Russische verblijfsvergunning aangevraagd. Tim heeft vandaag nog een gezin nodig. Als we in Duitsland en Nederland niet voor hem mogen zorgen, dan maar in Rusland.

(Wordt  vervolgd)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5 | Deel  6 | Deel  7 Deel  8 | Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

 

________________________________

Reageren kan hier.

Drionvergoeding

Organen doneren of niet? In principe mogen mijn onderdelen zonder mij verder, maar ik heb wel een zwarte lijst. Mijn spul mag niet belanden in de lijven van Geert Wilders of Thierry Baudet, om maar eens een paar namen te noemen. En wie zelf geen donor is, moet ook niet in mijn knekelzak kunnen shoppen. Bovendien wil ik niet dat straks iemand over mijn longen gaat roken. Daarvoor heb ik ze niet opgekweekt. Mijn hoornvliezen mag Geert of Thierry wel hebben, misschien dat ze dan met een frissere blik naar de wereld gaan kijken.

Nou loop ik al 68 jaar rond op deze aardkloot, dus de vraag is of ik met mijn weefsels nog iemand een plezier kan doen. Daar bestaan criteria voor. Mijn hart is afgeschreven, dus dat mogen Wilders en Baudet eigenlijk wel hebben, maar een lever en nieren gaan eeuwig mee, dus die krijgt dat tweetal niet. Mijn dunne darm was tot 2000 geldig, dus die is inmiddels alweer achttien jaar over de houdbaarheidsdatum. Uitermate geschikt voor PVV’ers of FvD’ers.

Ik moet trouwens niet aan kanker komen te overlijden, want dan zakt mijn restwaarde algauw tot nul. Ook wie sneeft door aids of hondsdolheid hoeft geen blijf-uit-mijn-lijfverklaring te overleggen.

Wanneer ben je dood genoeg om te worden geoogst? Toch wel een soort van hamvraag. Op het wereldwijde web doen griezelverhalen de ronde over comapatiënten die tegen ieders verwachting in weer bijkwamen en vervolgens gesprekken konden herhalen over stekkers die dokters eruit wilden trekken om organen te scoren. Maar ja, misschien is dit de moderne variant van skeletten in opgegraven kisten wier klauwen in het deksel een wanhopige ontsnappingspoging suggereren. In feite heb je dus de keuze tussen schijndood gekist en schijndood geplukt. In het laatste geval profiteert het algemeen nut, dat dan weer wel.

Even een tussendoortje over comapatiënten. Koning Willem-Alexander kwam bij de troonrede van 2013 op de proppen met de participatiesamenleving. Zijn broer Friso was na anderhalf jaar coma kort tevoren overleden. Zouden de Oranjes dat participatieprincipe in de praktijk hebben gebracht? Friso’s weduwe Mabel had zich eerder een voorstander van orgaandonatie betoond. Als er hoogwaardig prinselijk materiaal naar nieuwe eigenaren is gegaan, heeft dat de openbaarheid in ieder geval niet bereikt. Jammer, gezien de voorbeeldfunctie van dergelijke hooggeplaatsten.

Terug naar volks niveau. Helaas koester ik een licht wantrouwen jegens de medische stand sinds een enthousiast verpleegstertje op de gang van het ziekenhuis waar mijn moeder ooit lag, spontaan euthanasie begon aan te prijzen. De gedachte aan dat voorval laat mij al bijna een kwarteeuw niet los. Komt zoiets vaak voor? Ben ik bij een dokter wel in betrouwbare handen? Wie daaraan twijfelt, vindt orgaandonatie een eng idee.

En wat als jouw dood je gezin in armoede stort? Ik heb een redelijk pensioen, maar mijn Russische eega duikt na mijn verscheiden onder de armoedegrens. Voor mij daarom geen vervroegde dood in de vorm van euthanasie, dus dan worden mijn reserveonderdelen ook weer ouder en waardelozer. Een Drionvergoeding voor mijn toekomstige weduwe wegens gederfde inkomsten mag natuurlijk niet, want dat zou neerkomen op euthanasiesubsidie of orgaanhandel. Doorleven is voor mij de enige optie.

Wedden dat de bedenkers van de orgaandonatiewet aan dit soort dingen niet hebben gedacht? Daar durf ik uw hand voor in het vuur te steken. Niet uw organen, dat zou zonde zijn.

________________________________

Reageren kan hier.

Ontevreden burger? (6)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5 | Deel  6 Deel 7Deel  8 | Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

Straks trekt duizend jaar Duitse humor aan ons raam voorbij: de Frühschoppenzug. Dit jaar mogen op last van de gemeente voor het eerst carnavalskarren via hun reuzenspeakers hun pornofonie niet meer straffeloos het publiek in slingeren, maar ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat Prinz Markus der Treffende, de Krunekroane en de Funkenmariechen hun dansjes niet onder een gefluisterde ‘Rosamunde’ hoeven uit te voeren. Twee uur gedreun moeten we er jaarlijks voor over hebben om in de Duitse grensregio te wonen. En ach, je moet ze ook wat gunnen, die Duitsers, want vanaf dinsdag zijn ze weer hun stijve, zure en chagrijnige zelf.

Hoe rigide mijn huidige landgenoten in het leven staan, mocht ik afgelopen week weer eens ervaren. Acht weken zou ons Russische pleegkind Tim in Moskou maximaal op zijn Duitse visum moeten wachten, dus in de negende week trok ik maar eens aan de bel. Er volgde zowaar enige beweging.

‘Jullie hebben een visum aangevraagd op grond van jullie EU-burgerschap’, mailde de Duitse ambassade vanuit Moskou, ‘maar dat geldt alleen voor ouders en kinderen, niet voor tante en neef.’

Nee, wij hadden drie gronden voor een visum gegeven: voogdij, hardheidsclausule en EU-burgerschap. En wat doen de Duitsers? Ze pikken er uitgerekend de grond uit waaraan we kennelijk niet voldoen en negeren de rest.

‘Wilt u nu gaan voor de hardheidsclausule?’, boden ze gul aan. Hallo zeg, dat hadden we dus al aangegeven.

Daarna bleef het weer ruim een week stil. Achter de carnavalsmaskers voor ons huis vandaag zitten misschien ook de ambtenaren die over Tim moeten beslissen en nu vijf dagen vrij hebben om een jaar frustratie af te reageren, terwijl mijn eega en pleegzoon in Moskou de elfde week ingaan van wachten op een visum dat er misschien helemaal niet gaat komen.

‘Negen maanden leeft ons gezin nu al gescheiden’, schrijf ik aan de Duitse ambassade. ‘In die negen maanden heeft de dochter van vrienden een tweeling gekregen. De natuur kan het, waarom de bureaucratie niet?’ Jaja, ik weet hoe ik vrienden moet maken.

Of we wel even details van die ‘hardheid’ willen opsturen, vraagt de ambassade, gedocumenteerd en wel. Sorry hoor, maar wij hebben geen videobeelden waarop de jongen gemarteld wordt. De Duitse wet stelt met de nodige pathos dat kinderwelzijn een grote rol speelt bij de visumverlening, en de overheid moet zien te voorkomen dat kinderen in een weeshuis belanden, maar her en der op het wereldwijde web staan waarschuwingen dat een visum ter vermijding van hardheid zelden wordt verleend. Zoals Somalische kindertjes volgens de Nederlandse IND naar Somalische maatstaven geen onaanvaardbare toekomst tegemoet gaan als ze ouderloos door de straten zwerven en hun eten uit vuilnisbakken halen, zo kunnen de Duitsers goed van mening zijn dat voor Russische kindertjes een Russisch weeshuis niet neerkomt op buitengewone hardheid.

Maar goed, laten we de Duitsers het voordeel van de twijfel gunnen. Ze hebben drie maanden om ja of nee te zeggen. Daarna kunnen we ze wegens nalatigheid voor de bestuursrechter slepen. Zou het vreemdelingenbureau in Kleef, dat de zaak aan het rekken is, het zover laten komen?

„Dat kun je gerust aan ze overlaten”, zegt een medewerkster van vluchtelingenorganisatie Caritas in Kleef. „Nee, de wettekst op de nalatigheidsklacht hoef ik niet te lezen, die ken ik uit mijn hoofd.”

Op straat voor het vreemdelingenbureau in Kleef herken ik opeens lotgenoten. Er staan mensen met een donkere huid uit exotische oorden. Om een ambtenaar te spreken moet je ’s ochtends om half vier in de rij gaan staan, vertelt de Caritas-dame, anders red je het niet voor sluitingstijd. En nee, je kunt niet op afspraak komen.

Als lotgenoot zie ik ook Urho Engels, die vorige week de regionale krant haalde omdat hij Nederland uit moet. Hij werd 59 jaar geleden geboren in Nijmegen als Nederlander, met Nederlandse ouders die, toen hij twee jaar was, naar de VS emigreerden. In de loop van zijn werkende leven werd hij Amerikaan en dan zegt Nederland: toedeloe, je hoort er niet meer bij. Deze geboren Nederlander heeft een eigen inkomen uit de VS, kost Nederland geen cent, spreekt de taal, maar moet gewoon weg. Regels zijn regels. Ordnung muß sein. Befehl ist Befehl.

Wij leven in een democratie en kennelijk is in Nederland en Duitsland de gang van zaken rond Tim, Urho en de uit vuinisbakken etende Ariane wat de meerderheid wil. Laat ik nou tot de minderheid behoren. Maar heel vreemd: wie ik ook tref in Nederland en Duitsland, niemand verdedigt de regels en iedereen spreekt er schande van. Zou ik bezig zijn een ontevreden burger te worden?

(Wordt  vervolgd)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5 | Deel  6 Deel 7Deel  8 | Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

 

________________________________

Reageren kan hier.

Bizarre dingen (5)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5 |  Deel 6Deel 7Deel  8 | Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

Mag Tim bij zijn pleegmoeder in Duitsland komen wonen? Dat is de grote vraag. Op 5 december ging Tim mee naar de Duitse ambassade in Moskou om een visum aan te vragen.

„Als ik me nou heel goed gedraag”, zei de negenjarige jongen, „dan vinden de Duitsers me misschien zo aardig dat we meteen door naar Duitsland mogen. Kan dat?”

Nee. Op de bevestiging van de aanvraag staat dat we acht tot twaalf weken moeten wachten. Een medewerkster van de ambassade had eerder zes tot acht weken genoemd.

Intussen voorzie ik het volgende nachtmerriescenario. Tim komt naar Duitsland, gaat naar school in Nederland, waar zich het sociale en economische leven van veel Nederlandse grensbewoners afspeelt, ook dat van ons, hij wordt achttien jaar en op zijn verjaardag landt er een brief op de deurmat: ‘Beste Tim, hartelijk gefeliciteerd, nu ben je volwassen en moet je terug naar Rusland.’

Niets erop tegen dat Tim naar Rusland teruggaat als hij dat zelf wil, maar geen vertrek onder dwang zoals dreigde voor Mauro.

Hoe voorkom je dat? Door de jongen te adopteren. Dus wij naar een Nederlandse advocaat. Die geeft ons drie opties.

Optie 1: een interlandelijke adoptie tussen ons woonland Duitsland en Tims woonland Rusland. Dat zou heel lang gaan duren terwijl wij een onzekere strijd aan moeten met de bureaucratie van twee tegenstribbelende landen en Tim intussen in Moskou moet blijven. Nee, dank u.

Optie 2: niet Tim komt naar Duitsland, maar mijn eega remigreert naar Rusland. Als een vast in Rusland woonachtige Nederlandse paspoorthouder een kind adopteert dat eveneens in Rusland woont, is sprake van een voor Nederland geldige adoptie. Voorwaarde: mijn eega moet op allerlei manieren aantonen dat ze ook echt in Rusland woont, met bankafschriften voor boodschappen die ze daar doet, een Russische ziektekostenverzekering, abonnementen en wat al niet meer.

Optie 3: de pleegzoon komt naar Duitsland en na een jaar kun je als Nederlander in Duitsland in Den Haag een Nederlandse adoptieprocedure starten. Voorwaarde: je kunt aantonen dat het kind legaal in Duitsland woont, dat je het een jaar lang in je gezin hebt verzorgd en dat je sociale en economische leven zich in Nederland afspeelt. Duur van de procedure: circa twee jaar. Kosten: ten minste 4.000 euro voor advocaat, vertalingen, gerechtskosten en meer. Nog een voorwaarde: de biologische moeder – de zuster van mijn vrouw – zal worden opgeroepen om voor de Nederlandse rechter haar zegje te doen.

„Krijgt ze daarvoor van Nederland een visum?”, vraag ik.

„Waarschijnlijk niet”, zegt de advocaat.

„Dus Nederland zegt: je moet komen, maar je komt er niet in?”

„Kan goed. Zulke bizarre dingen doen ze.”

„Kunnen we voor die adoptie dan niet beter naar Nederland verhuizen?”, opper ik.

„O nee, dan moet je voldoen aan die afschuwelijke adoptieregels van Nederland. Dan ga je een traject van vijf jaar in. Bovendien zijn jullie te oud. Geen land lastiger dan Nederland met adoptie. Voor een Nederlander die in het buitenland woont, gelden die regels niet. Blijf maar lekker in Duitsland wonen. Het zal me trouwens benieuwen of jullie pleegzoon dat Duitse visum krijgt. In Nederland zou dat niet lukken.”

Dat begrijp ik niet. De IND meldt op zijn website dat een tante een neefje mag laten overkomen.

„De IND stelt als voorwaarde dat het kind in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst heeft. Een ambtenaar zal namens de minister oordelen dat de toekomst van jullie pleegkind in Rusland aanvaardbaar is.”

„Aanvaardbaar? Een weeshuis?”

„Lees het verhaal maar van Ariane.”

De tante van Ariane woont in Nederland en heeft een Nederlands paspoort. Ariane woont in Congo, haar vader overlijdt, haar moeder zit in een psychiatrische inrichting. Het kind leidt een zwervend bestaan en haalt haar eten uit vuilnisbakken. De tante wil haar nichtje naar Nederland halen. Reactie van de IND: er is voor het kind in het land van herkomst geen sprake van een onaanvaardbare toekomst.

De IND gaat niet uit van de Nederlandse situatie, maar van de toestand in het land van herkomst. Dus als het in Congo normaal is dat verweesde kinderen uit een vuilnisbak eten, dan kan Ariane gewoon daar blijven. Als Tim in zo’n afschuwelijk Russisch weeshuis belandt, is er niks aan de hand, want dat is in Rusland heel gewoon. Geen Nederlands visum.

„Die regel voor tante en neef is een dode letter”, zegt de advocaat.

Ik bel de IND. „Die voorwaarde bestaat inderdaad”, bevestigt een medewerker.

De onzekerheid heeft toegeslagen. Krijgt Tim zijn Duitse visum wel? Hoe dan ook, wij laten hem niet in de steek. Als het kind niet naar ons mag komen, gaan wij naar het kind.

(Wordt vervolgd)

Deel 1 | Deel 2 |  Deel 3 Deel 4Deel  5 |  Deel 6Deel 7Deel  8 | Deel  9 Deel  10 | Deel  11 |

 

________________________________

Reageren kan hier.